Will Koopman over regisseren en springen op de set

Will Koopman sprak liever face to face af. Dus zaten we op een middag samen op het terras van Radijs in Amsterdam. Samen een bakje koffie en ik stelde vragen.

Jelle: Will, wat zoek jij in een acteur?

Will: Het personage dat je wil hebben en dat is meestal een zoektocht van acteur en regisseur. Je zoekt naar het personage dat in je script staat. Daar wil je komen en daar heb je dan zelf al een beetje een beeld bij. En soms zegt de acteur iets dat ik denk: “Goh nooit aan gedacht”, best wel een hele leuke ingang en dan is dat ontzettend leuk. Eigenlijk ook leuker om er met z’n tweeën over te praten dan in je eentje.

Jelle: Zijn er speciale dingen die je zoekt, wat je verwacht van een acteur op de set?

Will: Nee. Ik ken ze ook allemaal. Ik ga heel veel naar het toneel, dus ik weet wat ze kunnen spelen en het is juist ook heel erg goed om ze soms eens te casten helemaal buiten de comfort zone. Omdat het een acteur is denk ik ook dat hij of zij heel veel kan. Dus je weet gewoon met wie je werkt en dat is leuk. Want daardoor kan je ook grenzen opzoeken of juist niet.

Kijk ik vond Fedja van Huêt in Penoza, in het plat-Amsterdams, dat vond ik hartstikke goed bedacht. Dan denk ik, leuk dat je effe zo’n andere kant van iemand krijgt te zien. Dat vind ik altijd grappig, om tegen te casten.

Jelle: Ja. Is dat ook één van je doelen geweest als regisseur, ik wil heel veel acteurs kennen?

Will: Ja dat vind ik een onderdeel van mijn vak. Ik moet gewoon kijken wat er wordt gemaakt en ik zie ook bijna van alle series een of twee of drie afleveringen. En soms blijf ik gewoon kijken omdat ik het gewoon hartstikke goed vind zoals Hollands Hoop en Penoza.

Jelle: Waar ik veel opkwam in de interviews met andere regisseurs en wat je in Nederland soms ziet: Hollywood doet dingen en misschien proberen we dat soms ook een beetje te kopiëren of daar inspiratie uit te halen. Marcel Visbeen zei dat de kracht heel erg zit in wat we zelf kunnen in Nederland of wat je in Scandinavië ziet…

Will: Ja, maar in Scandinavië zien we alleen maar getormenteerde vrouwen. We moeten ook even een ander soort vrouwen, niet alleen maar getormenteerde vrouwen. Ik vind, de kracht zit hem niet in jezelf maar in het scenario, want daar begint het natuurlijk gewoon. Je moet altijd teruggaan naar de basis, naar het scenario.

Ik zag ooit Hill Street Blues, dat was de eerste politieserie hier die werd uitgezonden. Wat de camera daar deed, die nam afstand van het drama. Dat heb ik altijd gekopieerd omdat ik dat heel goed vond. Ik vind het een hele mooie stijl dat je gewoon zelf kan beslissen thuis “ach wat zielig” of ik krijg het niet zo mee. Dat het niet meteen zo close is als iemand huilt.

Als iemand dood gaat is het hartstikke leuk om een kerkklok te laten horen. Dat zat in Jaws met die scheepsbel en de toren van het dorpje. Als iemand dood ging daar, ging eerst of de scheepsbel of de torenklok. En als die niet ging, dan ging diegene ook niet dood. Dat soort kleine trucjes is altijd leuk om te doen en om te weten en toe te passen. Dat is mijn eigen vreugde daarin.

Jelle: Dus het begint altijd bij het scenario?

Will: Ja, dat vind ik wel. Als dat niet goed is heb je niks.

Jelle: Wat heb je geleerd over het schrijven van een scenario?

Will: Als ik iets niet kan decouperen (het verknippen of opdelen van een scène in kleine stukjes of shots) dan is de scène niet goed. Alle scènes die ik niet heb gebruikt kon ik niet decouperen, daar kwam ik niet uit. Er zat geen drive onder waarom je het zou moeten vertellen.

En dat is heel grappig want ik kom daar bij jonge regisseurs ook achter. Die zeggen dan tegen mij: “goh, ik deed daar drie dagen over en dit keer had ik het in één dag af”. Dan zeg ik: “ja, het is beter geschreven”. Daarom kun je veel beter dingen bedenken. Je fantasie wordt geprikkeld als de scènes goed zijn geschreven. Als scènes goed opbouwen dan kan je het moeiteloos tekenen en anders niet, tenminste ik niet.

Jelle: Wat is het advies dat jij zou geven aan een acteur om goed te worden op de set, als camera acteur?

Will: Camera acteren is een andere manier van spelen. Je moet iets kleiner spelen dan op het toneel. Camera acteren is klein, kleiner, kleinst. Tenzij het groot moet voor een karikaturaal personage.

Verder denk ik dat een acteur die net begint goed moet opletten. Als hij of zij talent heeft, dan is het er gewoon al. Ik geef ook weleens les bij Kemna en je pikt gelijk de mensen met talent eruit. Je ziet het gewoon. Iemand heeft het of niet, zo simpel is het natuurlijk wel.

Jelle: Dan is er natuurlijk ook nog zoiets als een acteur die regisseerbaar is of niet.

Will: Die zijn er nooit. Als een acteur niet regisseerbaar is, dan is het geen acteur. Alle acteurs zijn regisseerbaar. Voor toneel, voor musical, voor film, het maakt niet uit. Dat moet.

Jelle: Wat zouden jouw 5 basisdingen zijn die een acteur nodig heeft?

Will: Ik vind gewoon wel dat als je auditeert dat je je een beetje moet kleden op je personage, dat helpt altijd enorm mee. Ik vind een auditie afnemen zelf ook helemaal niet leuk, zij vinden het niet leuk en ik vind het ook niet leuk.

Het talent zie ik wel, dus ik weet niet of ik basisdingen heb. Ik bedoel, je ziet het of je ziet het niet. Ik vind het ook een beetje een mens meteen in een hokje duwen en daar hou ik nooit zo van. Je bent acteur geworden omdat je graag iets wilde en dat straal je uit. En dat kan je gebruiken als regisseur.

Jelle: Zijn er speciale dingen waar je op let tijdens een casting?

Will: Nee. Want ik ken de personages, dus ik weet welk personage ik zoek. Ik ging met Dirk Zeelenberg koffie drinken en ik dacht meteen: oh, dat is David (Divorce). Dat is niet een voor de hand liggende keus, maar ik dacht het wel meteen.

En ik had het ook met Gooische Vrouwen met Annet. Ik dacht: “jeetje ik wil zo graag met Annet werken en ja, dat personage is gewoon Annet”. Ik heb altijd liever een gesprek dan een casting gek genoeg.

Jelle: Ok, want je weet toch wel dat hij of zij kan spelen.

Will: Precies.

Jelle: Met Pieter Kuijpers had ik het over Van God Los. Dat was de film die hij écht nog een keer wilde maken. Heb jij het verhaal dat in jou zit al verfilmd?

Will: Ik wil nu een soort big chill maken over een vriendenclub. Het komt op mijn pad. Het is een heel erg romantisch verhaal maar dat maakt niet uit. Het gaat over twee mensen op leeftijd die elkaar na heel lang daarna weer treffen. Een beetje Memories, maar dan in film. Dat vind ik een heel mooi verhaal. Dan denk ik nou, als ik het heel mooi kan uitwerken dan kan dat wel eens wat worden.

En ik wilde ooit Montijn verfilmen van Dirk Ayelt Kooiman. Dat ging over de schilder Montijn die in Duitsland aan het Oostfront heeft gevochten en in het vrijwilligersleger heeft gezeten. Iemand die eigenlijk uit zijn dorp wilde ontsnappen omdat hij zich daar helemaal niet meer thuis voelde toen hij jonger was en verliefd werd op een jongen.

Ja, en dan vraag je je af: “wat is goed en wat is fout?”. Maar dat is niet te verfilmen, want hij gaat veel naar het buitenland. Dat was toen al 10 miljoen gulden in die tijd, dus dat kreeg ik nooit bij elkaar. Maar een erg mooi boek om te verfilmen.

We hebben altijd zo snel een oordeel over wie fout is en wie goed, maar ja ik weet het niet. Er zijn altijd omstandigheden waarom mensen handelen zoals ze handelen, en dat vind ik een interessant thema.

Jelle: Is er ook een Will die iets wil maken over wat zij heeft meegemaakt?

Will: Ik heb niet zoveel meegemaakt. Ik had een geweldige jeugd. Ja, dat is heel vervelend, want er is helemaal geen stof voor een goede film daardoor.

Jelle: Dat is eigenlijk wel jammer.

Will: Dat is ontzettend jammer. Ik heb wel eens gezegd tegen mijn moeder die nog leeft, potverdomme had ik maar niet zo’n goeie jeugd gehad. Nee, ik woon hier in Amsterdam en wij hadden helemaal niet veel geld maar wij mochten alles.

Mijn vader was enorm van de film en die heeft mij ook vrij vroeg meegenomen naar West Side Story. Dat was de allereerste film die ik zag. Een onuitwisbare indruk. Ik heb niet zoveel te vertellen. Ja, dat is heel erg, dat is helemaal niet leuk hoor als kunstenaar.

Jelle: Als je een toverstaf had, hoe zou je het Nederlandse filmklimaat toveren voor over tien jaar?

Will: Nou, ik denk dat we sowieso moeten zorgen dat we niet elkaar de bioscoop uit vechten wat er nu gebeurt. Dus daar zal echt iets moeten komen tussen distributeurs. Goede afspraken. Want nu komt soms alles uit in één week. Het moet beter gecoördineerd worden.

Jelle: Meer planning.

Will: Ja, meer planning. De commerciële film moet gewoon blijven vind ik, maar ook de artistieke film. Je moet en-en doen. En je moet het ook toegankelijker maken dat het niet voor tweeduizend man is, want dat is gewoon doodzonde. Er zitten gewoon hele goede films bij, dus ik vind eigenlijk dat iedereen die moet zien. Er moet er ook meer aan marketing gebeuren. Het is nog wel een gedoe hoor vind ik in Nederland.

Jelle: Hoe zou jij het zelf aanpakken?

Will: Nou ik denk wel dat als je commercieel subsidieert, dan moet er ook terugbetaald worden. Volgens mij gebeurt dat nu al. Ik denk dat er meer geld voor marketing vrijgemaakt moet worden voor de artistieke film.

Jelle: Wat is jouw favoriete filmscène?

Will: Die zit in Three Days of the Condor. Een scène dat hij hem ontmoet in dat park, de Condor. Dat is wel zo’n mooie scène, met Maximilian Schneider en Robert Redford. Die ontmoeting ’s avonds in het donker in het park. Until that day, dat heb ik altijd onthouden. Dan dacht ik ja je moet altijd over je schouder kijken, zodat je niet wordt neergeschoten. Dat was ook echt zo goed, zo’n mooie scène tussen twee mannen.

Jelle: Wat is de film waar je het hardst om hebt gehuild?

Will: Terms of Endearment waar Debra Winger doodgaat, ooh, oh, oh, zo erg ja. Een heel hard verhaal.

Jelle: Ja. En de film waar je het hardst om hebt gelachen?

Will: Ja, dat is met Jack Nicholson en Diane Keaton: Something’s Gotta Give. Ik vind het allerleukste als hij dan met een jongere vrouw dat restaurant bezoekt en zij heeft hen gezien, dat ze de hele tijd zit te huilen in die scène. Ze huilt achter de typemachine, ze huilt op het strand, ze huilt in het café. Dat vind ik zo komisch, iemand die zo kan huilen.

Jelle: Wat denk jij dat over het algemeen de grootste worsteling is voor acteurs in Nederland?

Will: Om werk te krijgen. Er wordt nu heel veel drama gemaakt, dus dat is heel fijn. Je moet jezelf heel opvallend in de kijker spelen, zoals dat heet. Want dan kom je boven. Er komen heel veel jongelui nu van de toneelschool af en je moet gewoon zorgen dat je er bovenuit komt.

Jelle: Wat voor praktische tips of adviezen zou je geven aan zo’n acteur?

Will: Ga naar Kemna, meteen. Schrijf je in, want dan zien wij het allemaal. Tenminste ik zie het dan allemaal.

Jelle: Wat zijn de grootste obstakels die jij tegenkomt in het maken van een film?

Will: Eh, die ben ik nog niet tegengekomen.

Jelle: Oh, nice.

Will: Nou ja, dat is natuurlijk niet helemaal waar, want Terug naar de Kust was wel een moeilijk proces voordat ik het eindelijk rond had. Dat heeft vijf jaar geduurd, omdat het gewoon geen subsidie kreeg.

Uiteindelijk heb ik dus toch Terug naar de Kust gedaan en dat is hartstikke goed afgelopen en dat hebben we ook geëvalueerd en daar was iedereen blij mee. En daarna heb ik natuurlijk Gooische Vrouwen gedaan tot twee keer toe en De Verbouwing en dat zijn allemaal films die goed hebben gelopen.

Jelle: Weinig obstakels dus. Komt dat ook door de mensen met wie je werkt, niet de acteurs maar de crew?

Will: Ik werk altijd met een vaste crew ja. Want daardoor kan ik snelheid maken en een film betaalbaar draaien. Ik werk altijd met dezelfde cameraman, dezelfde belichter, dezelfde opnameleider. Daar werk ik, denk ik al twintig jaar mee. We begrijpen elkaar met één blik. 

Jelle: Als je nou een paar tips zou moeten geven aan acteurs over hoe zij zich op de set zouden moeten gedragen?

Will: Niet opvallend en niet aanwezig. Dat zijn de meeste acteurs ook niet hoor. En goed luisteren en écht proberen te begrijpen wat de regisseur wil zien.

Jelle: Jij kunt ook wel heel direct zijn op de set denk ik.

Will: Ja, ik ben heel direct. Ik kan niet zeggen: “ja, als je nou op dat woordje naar links kijkt en op dat woordje naar rechts”. Om gek van te worden.

Jelle: Tim Oliehoek vertelde erover  dat hij zo snel mogelijk op zoek gaat naar die ‘relaxation’. Wat Michael Caine ook in zijn boek schrijft: “Movie acting is relaxation”. 

Will: Dat komt dan door de samenwerking. Ik weet niet of dat ‘relaxation’ heet. Ik denk dat het meer is dat een regisseur en een acteur elkaar aanvoelen en ik kan dan ook het vertrouwen geven aan de acteur. Daar heeft het voor mij mee te maken, met vertrouwen.

Ik werk ook heel erg op gevoel. Ik kan niet zeggen: “nou dan doe ik dit zo en zo en die pas zo, helemaal niet”. Ik ben echt wel een gevoelsmens die op haar gevoel regisseert. 

Jelle: Hoe zou jij over vijf jaar jouw eigen leven toveren?

Will: Over vijf jaar? Jezus, dan ben ik vijfenzestig. Ja, dan hoop ik dat ik nog enorm veel dingen maak hoor. Ik ga echt niet achterover zitten.

Jelle: In Nederland?

Will: Ja. Ik hoef helemaal niet naar het buitenland. Nee hoor, totaal geen behoefte aan.

Jelle: Dus dan ben je gewoon eigenlijk nog steeds zoals je nu bent. Gezond en maak je nog steeds veel films.

Will: Ja, ik hoop het wel, dat ik nog heel hard werk. Dat zou ik het allerleukste vinden. En dat mensen het nog steeds leuk vinden om met mij te werken en dat ze niet denken: “daar heb je dat ouwe wijf weer”.

Jelle: Wat zou je nu zeggen tegen de Will Koopman terug in de tijd. Dus de Will Koopman die net begint met regisseren?

Will: Gewoon doen. Springen.

Jelle: Doen, doen, doen.

Will: Nou, ik zeg altijd tegen iedereen: springen.

'Spring, want het wordt altijd weer donker.'

 
Met andere woorden, het wordt altijd avond. Dus dan is het voorbij, want als het donker is kan je niet meer draaien.

Jelle: Mooi!

Will: Ja, dat is het. Spring in godsnaam. En als het niet lukt, dan heb je het geprobeerd. Als je het niet probeert, dan weet je het nooit. Ik zeg eigenlijk altijd tegen iedereen: spring.

Jelle: Spring, want het wordt altijd weer donker.

WillHet wordt altijd weer donker.

Jelle: Mooie quote. En, heb je dat wel eens op de set gezegd: spring?

Will: Jawel. Je hebt acteurs die heel erg vastzitten in zichzelf en dan moet ik gewoon zeggen: spring verdomme. Ik zeg het meer tegen mensen die nu regisseren, die natuurlijk net zo zenuwachtig zijn als ik, dan zeg ik altijd: spring. Wat kan jou het schelen.

Jelle Dus dat is eigenlijk tegen het vastzitten.

Will Laat het los, weet je wel. Maar ja, ik heb makkelijk lullen natuurlijk: ik ben zestig, dus ik kan lekker dingen loslaten omdat het mij geen reet meer kan schelen. Nee dat is ook niet waar, maar je snapt wat ik bedoel.

Ik kan heel makkelijk zeggen: spring. Want ja, ik ben mijn hele leven gesprongen en ik ben altijd boven gekomen. En daar gaat het om. En je maakt allemaal flops en je maakt allemaal fouten en dat is helemaal niet erg.

Jelle Zou je echt alleen regisseur willen blijven of zou je willen spelen?

Will: Nee, ik kan niet spelen.

Jelle: Je hebt al een paar dingen gespeeld, zag ik.

Will: Ja, maar ik kan niet echt spelen hoor. Ik vind het doodeng. Ik wil alleen maar als regisseur werken. En ik heb nu een bedrijf met Linda, daar wil ik nog heel veel dingen in ontwikkelen en nieuwe dingen aanboren. Want het is een leuke tijd dit.

Jelle: Ja, met online.

Will: Ja. Dat wilde ik al tien jaar geleden toen ik bij Endemol werkte. Maar toen was er niemand die dat ook wilde.

Jelle: Wat ik weleens hoor van acteurs is dat ze worstelen met aan de ene kant het commerciële, geld verdienen, en dan aan de andere kant ook hele erg het artistieke wat ze eigenlijk heel graag alleen maar willen doen.

Wat Marcel Visbeen ook zei, als ik nou terugkijk dan ben ik daar het meest blij mee, want daar komen de mooiste dingen uit. Omdat je echt de tijd en de aandacht hebt.

Will: Ja, maar het een kan niet zonder het ander. Kijk, je moet eerst even geld verdienen wil je dat artistieke kunnen doen.

Jelle: Klopt het dat jij ook weinig zit met het feit dat je voelt dat er weinig tijd is?

Will: Ja maar je tekent daar ook voor. Als ik zeg ik doe het in vierentwintig dagen, dan doe ik het in vierentwintig dagen. Anders moet ik gewoon zeggen: “jongens dat kan niet”.

Jelle: Je bent heel helder in wat je nodig hebt.

Will: Ja, ik weet precies wat ik kan en niet kan. Ik ben een praktische regisseur, omdat ik zelf ook productie heb gedaan, dus ik snap dat heel goed. Ik weet precies wat er wel en wat er niet kan. Dus ik heb wel twee gaves, inhoud en productie.