Tim Oliehoek over afknappers tijdens audities en waarom hij een acteur even wil aanraken

In deze vierde aflevering praat ik met Tim Oliehoek. Tim regisseert al 14 jaar films en serie’s en is als 36-jarige een rot in het vak. Bekende films van Tim zijn Vet hard en Wiplala die onlangs uitkwam. In dit interview praten we over zijn werkwijze, de grootste afknappers tijdens audities en wat hij zoekt in een acteur.

In deze aflevering van 46 minuten bespreken Tim Oliehoek en ik:

• Wat hij zoekt in een acteur
• Waar hij op let tijdens een auditie
• Hoe belangrijk transformatie van de acteur voor hem is
• Hoe hij acteurs regisseert
• Tips voor acteurs op de set
• Hoe hij denkt dat het Nederlandse filmlandschap er over 50 jaar uitziet
• Zijn inspiratiebronnen en voorbeelden
• Grote afknappers tijdens een casting
• Bij welke film hij het hardst heeft gelachen en gehuild
• Wat hij nu zou zeggen tegen de Tim die net afstudeert

 

Download | iTunes | Overcast

SHOW NOTES

• Job Gosschalk (Kemna Casting)
• Janusz Gosschalk (Kemna Casting)
• San Fu Maltha (producent Vet Hard)
Chez Nous
• Frank Houtappels (scenarist Chez Nous)
Acting in Film van Michael Caine
Spion van Oranje
• Tamara Bos (scenarist Wiplala)

Rabat
Rear Window
Alfred Hitchcock
Rat Race
Dumb and Dumber
Schindler’s list 

• Geza Weisz
• Bracha van Doesburgh
• Ilias Ojja
• Jim Carrey
• Liam Neeson
• John Williams
• Sean Connery
• Jack Wouterse

TRANSCRIPT

Jelle: Ok. Tim Oliehoek, welkom in deze podcast ‘Jelle Derckx interviewt’.

Tim: Ja. Leuk. Leuk dat ik even langs mocht komen.

Jelle: Ja. Inmiddels zijn je al drie regisseurs voor gegaan en daar heb ik natuurlijk veel leerzame dingen uit gehaald. De vragen zijn allemaal wat meer op waarde gericht, ook voor acteurs, voor andere regisseurs, mensen die in de film en met acteren bezig zijn.

En jij bent ook een van de regisseurs in Nederland die films maakt en series produceert. Mijn eerste vraag is altijd: wat zoek jij in een acteur?

Tim: Nou ja, uiteindelijk is het doel van een regisseur om een verhaal te vertellen en als je het scenario interpreteert dan zoek ik natuurlijk het juiste type bij het karakter zoals dat wordt beschreven door een scenarist of als je zelf een scenario schrijft . Dus dat is heel erg bepalend aan de hand van het script. Dus dat ga je in overleg doen met een casting director en ik vind het altijd wel de uitdaging dat een casting director mij een beetje overhaalt om ‘tegen te casten’. Om een heel simpel voorbeeld te geven, je kan een hele grote boef in je scenario lezen, dan kan je een hele grote schurk, een bekende kop uit Nederland casten, maar je kan dan ook juist het tegenovergestelde doen. Het is juist leuk dat je dan met een casting director werkt die  je een andere kant op kan sturen. Dus ik laat me eigenlijk ook wel verrassen tijdens de auditie.

Jelle: Ok. Kun je iets meer vertellen over het proces, want jij komt met de ideeën, met een aantal rollen. Kom jij dan ook met een aanbod, zo van: nou, die zou ik willen zien? Of ga je dan volledig af op de casting director?

Tim: Nou, meestal maak ik dan wel een lijstje. Met vijf namen waar ik al eerder mee heb gewerkt of mensen met wie ik heel graag zou willen werken of dat het klopt met de beschrijving van het karakter. En dan is het vaak zo dat een casting director dan met een ander lijstje komt en dan ben ik altijd heel makkelijk om te zeggen: ja, we kunnen nu een hele discussie gaan hebben over die wel en die niet, maar ik vind, de auditie dat is de overtuiging. Dus stel je voor dat ik met de geweldige Renée Soutendijk zou willen werken en Job Gosschalk die dan bijvoorbeeld de casting doet of Janusz Gosschalk, we kennen ze allemaal, komt met een heel ander lijstje en ik zeg: nee, ik wil persé met Renée Soutendijk werken en hij zegt: nee je moet met Monique van de Ven werken, dan zeg ik: nou ja, stuur ze alletwee maar langs. En dan is de beste auditie natuurlijk de overtuiging.

Jelle: Zijn er dan speciale dingen waar jij op let tijdens een auditie, tijdens een casting.

Tim: Nou, je moet er rekening mee houden dat een regisseur net zo zenuwachtig is als de acteur zelf..

Jelle: Ja, dat zei Arne Toonen ook. Precies hetzelfde. Dat hij ook heel nerveus is voor die audities.

Tim: Ok. Nou ja, omdat je ziet dat daar voor het eerst je creatie tot leven komt en of de scène wel gaat werken of dat je met bepaalde acteurs gaat werken die je eigenlijk al heel lang kent van bepaalde producties en nu moet jij ineens gaan zeggen hoe je het voor je ziet. Dus ik vind die eerste ontmoeting, elkaar een beetje .. ja, het klinkt een beetje soft..kalmeren , zo’n proces vind ik altijd heel belangrijk. Een hele goede acteur hoeft niet persé die klik te hebben met mij. Het gaat juist heel erg om: begrijpt die acteur of actrice mij op dat moment. Dus ik geef ze soms ook wel eens opdrachten die helemaal niks met de film of scène te maken hebben, maar gewoon om te kijken hoe zo iemand dat interpreteert en: begrijpen we elkaar. Het heeft uiteindelijk veel meer te maken met.., het is 99% communiceren, daar gaat het gewoon over, maar als je elkaar niet begrijpt, ja dan houdt het op. Ik heb dat wel eens gehad tijdens een auditie dat ik dan niet die klik had of dat er een tegenspeler was die de rol al had en die dan, laat maar zeggen, tegenspel geeft tijdens zo’n auditie en dat die acteur en actrice een verleden met elkaar hadden en in een keer met elkaar in gesprek gingen en dat ze mij helemaal, laat maar zeggen, negeerden. Dat ik dacht..ok….

Jelle: ..wat is dit..?

Tim: Ja

Jelle: Ok. Wat ik wel grappig vond uit voorgaande interviews: Norbert ter Hall zei bijvoorbeeld in aflevering 3: wat ik heel erg belangrijk vind zijn een soort singer-songwriter-achtige acteurs, een beetje extreme typecasting en hij ging dan ook aan de slag met mensen die geen acteur waren. Daar zocht hij heel erg naar. Dat staat natuurlijk een beetje tegenover het transformeren, dus dat je als acteur transformeert naar een ander karakter, naar een ander personage. Wat zijn jouw ideeën hierover, over transformatie en hoe belangrijk is transformatie voor jou?

Tim: Nou ja, in zoverre, ik kan me dat goed begrijpen van Norbert. Bij A’dam en E.V.A is het natuurlijk een documentaire-achtig gevoel, het hangt heel erg tegen realisme aan en dan kan je bepaalde acteurs hebben die die rauwheid hebben, niet helemaal getraind zijn, niet helemaal die cameratechniek beheersen, wat weer een heel naturel effect kan geven. Dus dat hangt heel erg van de productie af. Bij sommige commerciële projecten vind ik het ook wel gewoon heel fijn dat iemand er al een heel klein beetje uitziet als het karakter. Bij Wiplala bijvoorbeeld  was het Geza Weisz die tijdens de auditie in een rood jasje aankwam, die z’n haar omhoog had getoupeerd en met blosjes en op blote voeten binnenkwam, zo van: dit is hoe ik Wiplala voor me zie, zei hij. En hij was gewoon meteen een soort Wiplala. Natuurlijk had ik al meteen Geza Weisz in mijn hoofd, dus zo objectief was ik dan niet, maar het hielp mij wel en daarbij vond ik het ook fijn dat ik materiaal had om anderen te overtuigen,  want als regisseur kun je van alles in je hoofd hebben, maar je hebt ook nog een producent en een distributeur waarmee je toch een en ander moet overleggen. Want uiteindelijk is een film een product dat kaartjes moet verkopen, dus dat komt er ook nog bij kijken.

Jelle: En wat is jouw visie daarop. Want je hebt natuurlijk aan de ene kant dat wat ik heel erg merk aan televisie. Dat het heel erg om die kijkcijfers draait en dat dit soms wel eens ten koste kan gaan van de kwaliteit van een product. En dat is natuurlijk bij film ook, daarin wil je natuurlijk ook zoveel mogelijk kwaliteit brengen. Wat is jouw visie met betrekking tot dit onderwerp, ook als je kijkt naar het Nederlandse filmklimaat op dit moment?

Tim: Het is natuurlijk wel zo dat als je kijkt naar successen in de Nederlandse film, dan zijn het toch wel de films die wat commerciëler zijn, waarvan je denkt : de mensen  weten van tevoren al wat ze krijgen. De romantische comedies met toch weer de bekende acteurs. Het hoeft niet persé de allerbeste film te zijn maar het zijn wel films die goed scoren omdat men precies weet wat men krijgt. En het is juist wel jammer dat soms die ene film die net wat authentieker is dan die andere, maar die dan moeilijker te verkopen is, dat die dan toch niet werkt omdat mensen niet weten wat dat is.

Maar als regisseur moet je altijd proberen te zoeken naar een balans waarin je ook met nieuwe, verrassende acteurs kan werken in combinatie met ook wat bekendere acteurs. Dat helpt elkaar wel. Bij mijn eerste film, Vet Hard, heb ik gewerkt met Bracha van Doesburgh en die was toen eigenlijk onbekend. Vet Hard was haar eerste film en ik heb echt ontzettend moeten lullen als brugman bij de producenten om haar er doorheen te kunnen krijgen. Daarom heeft ze vier of vijf keer auditie moeten doen om die rol binnen te krijgen. Dan is het toch heel erg een combinatie van Bracha met toch wel wat commerciëlere namen erin. Een wat andere balans, maar wel daardoor een interessante film.

Jelle: Ja. En wat ik bijvoorbeeld heel erg ga opzoeken voor mezelf is . en dat is toch wel mijn nummer 1 vraag op dit moment: hoe kan ik als acteur zelfcreatie laten zien? Dus zelf een verhaal pakken, daaruit een personage tillen en dat neerzetten, dat laten zien.

In deze tijd, 2015, is het natuurlijk heel makkelijk om dat te laten zien online, dat zou 25 jaar geleden niet kunnen. Hoe sta jij tegenover zelfcreatie, zijn er .. want Wiplala is natuurlijk een boekverfilming; heb jij zelf ook nog verhalen die in je opborrelen, dingen die je wil vertellen, een verhaal dat je altijd nog eens wil maken en wil gaan verfilmen?

Tim: Nou ja, vaak is het niet zo dat ik dát verhaal wil verfilmen enzo, dat is altijd een enorme zoektocht. Maar wel een gevoel of een kant die je nog nooit hebt laten zien. Ik zoek altijd naar projecten die een bepaald contrast hebben. Bijvoorbeeld bij Chez Nous, dat was een film die aan de ene kant heel erg dat kapersgevoel, een mission impossible, had, maar aan de andere kant  dat hele roze aspect van de Nederlandse maatschappij, dus dat je daar gewoon gay en Tom Cruise en Mission Impossible combineert, wat dus twee totaal verschillende dingen zijn, althans Mission Impossible en die roze kant. En dat vond ik dus heel erg fijn aan dat scenario. En bij Vet Hard was het bijvoorbeeld dat je een anti-actieheld hebt in de gedaante van Jack Wouterse die dan vervolgens in allerlei achtervolgingen terechtkomt. Dat je niet die superheld hebt, weet je wel. Het is een soort anti-held. Je zoekt altijd naar contrasten in projecten.

Jelle: Ja. Het is ook een uitdaging in die zin voor jou.

Tim: Ja. Ik probeer in elk geval wel dat ik niet twee keer dezelfde film maak. Bij Pizza Maffia is het wel heel erg.., natuurlijk zitten daar actiescènes in, maar het gaat heel erg over die Marokkaanse familie die gebroken is en weer een toenadering moet krijgen.

Je zoekt altijd wel naar uitdagingen maar ook naar dingen die niet standaard zijn en waar je je op het eerste gezicht mee zou identificeren. Maar bij zo’n Marokkaanse familie zoek je heel erg naar elementen die zo’n film veel breder maken dan je in eerste instantie zou denken.

Jelle: En kun je dan bijvoorbeeld zeggen, wat voor Pieter Kuijpers ‘Van God Los’ zijn verhaal was, was Vet Hard dat voor jou? Die film?

Tim: Nou, Vet Hard was sowieso een remake van een  Deense film. En San Fu Maltha die de film heeft geproduceerd dacht dat ik de juiste regisseur was omdat ik heel erg met acties bezig was, allemaal voor de filmacademie. Terwijl ik daar op de filmacademie eigenlijk afscheid van had genomen, vond hij juist dat ik daar mee verder moest gaan en dat vond ik ook heel erg leuk, hoor.  Maar het is meer dat je kijkt hoe je zo’n film kan interpreteren en er de juiste toon aan kunt geven want dat is natuurlijk wel wat regisseren is. Als je een boek leest ben je ook een regisseur . Je ziet allerlei beelden voor je en dan denk je hoe kan ik het zo effectief mogelijk in beeld brengen om dat verhaal te vertellen. Stel nou bijvoorbeeld.. tot nu toe zijn mijn films altijd vrij luchtig en makkelijk behapbaar. Ik heb nooit gelogen over het feit dat ik gewoon lekkere popcornfilms wil maken, maar ik zie mezelf – ik ben nu zesendertig, al wat ouder aan het worden – dat ik dan toch een keer een wat donkere kant van mezelf wil laten zien, weet je. Dat heeft ook met ouder worden te maken, dat je meer bagage krijgt en dat merk ik aan mezelf ook. Ik ga niet meer zo heel erg vaak naar die ‘tieten, schieten, helicopter films’, wat ik vroeger wel heel erg leuk vond.

Jelle: En schrijf jezelf dan ook verhalen, ben je dan bezig met scenario’s in je hoofd?

Tim: Nou, meer ideeën ofzo, ik schrijf natuurlijk wel dingen op maar ik vind het scenario proces met een scenarist het aller-allerleukste. Met elkaar zitten en dan bijna ruzie krijgen over bepaalde scènes. Maar ik heb het wel alleen gedaan tijdens de filmacademie, veel geschreven, maar ik vond het best wel een eenzaam bestaan. Maar ik heb wel tegen mezelf gezegd dat ik ooit nog eens een scenario wil gaan schrijven maar daar ga ik dan heel lang over doen. Ik heb ontzettend veel bewondering voor onze scenaristen in Nederland. Ze doen het hartstikke goed. Het is heel eenzaam en je krijgt ook niet alle credits. Ja, ik vind dat onze Nederlandse scenarioschrijvers  wel een beetje meer aandacht mogen krijgen.

Jelle: Ok. En wat jij zegt, die lange termijn, daar komen ook de mooiste dingen uit.

Je sluit je bij wijze van spreken drie weken op in Scandinavië en gaat schrijven.

Tim: Nou, goed idee. Nee, maar met Frank Houtappels, met het hele scenario voor Chez Nous, zijn we denk ik zo;n twee jaar bezig geweest. Hij zelf was daar nog veel langer mee bezig. Maar er is op een gegeven moment wel een tijd geweest dat ik daar gewoon twee weken lang naast hem ging zitten en gewoon met hem elke zin opnieuw ging opschrijven. En dat hele scenarioproces was wel een dierbare tijd.

Jelle: Ja. Mooi. Kun jij een voorbeeld geven van wat jouw regiestijl is, hoe jij een acteur regisseert?.

Dus een voorbeeld van een acteur die niet speelt zoals jij het wilt zien en hoe jij het voor ogen hebt. Hoe breng je dat over? 

Tim: Ik ben niet een regisseur die heel hard zoekt naar conflicten op de set. Ik vind dat je conflicten in een scène moet zoeken, dat maakt het interessant. Dus ik geloof heel erg in een sfeer op de set die toch enigszins kalmerend en prettig is, zodat mensen het leuk vinden. En het is puur eigenbelang dat ik denk: als mensen het leuk hebben  dan willen ze ook harder werken. Dus ik ben vrij positief op de set, tenzij het helemaal niet gaat zoals het moet gaan. Maar dan is het heel erg zoeken en ik ben wel een regisseur die heel veel werkwoorden gebruikt. Dus ik heb korte zinnetjes zoals ‘verleiden’ en ‘overtuigen’. Die woorden zijn vaak heel helder. Als je mijn scenario ziet, bij bijna elke dialoog staat een werkwoord  omdat ik dat een effectieve manier vind om acteurs te regisseren. En ik merk wel dat nu ik wat ouder word dat je ook wel weer vergelijkingen maakt met dingen die je zelf hebt meegemaakt in het leven. Tijdens de repetities doe je dat meer, omdat je in een wat langere lijn overlegt over wie of  hoe zo’n karakter door de film loopt. Maar in ieder geval bij film is het zo dat je op de set alles al gerepeteerd hebt en dat je met heel veel notities zo snel en effectief mogelijk een acteur kan corrigeren. 

Jelle: Ok. Ik heb net een boek gelezen van Michael Caine, ‘Acting in Films’, dat gaat over zijn verhalen op de set. En wat hij leert, daar geeft hij adviezen over aan andere acteurs. De set is natuurlijk een vak apart als je het vergelijkt met theater, zeg maar.

Dat is een heel leuk, interessant verschil.Het zijn twee totaal verschillende werelden.

Wat zouden jouw tips zijn voor een acteur die eigenlijk nog nooit op de set heeft gestaan, die natuurlijk wel mooi kan spelen en die voor het eerst op de set komt? Wat zou je zeggen? Zo van: dit zijn zo’n beetje mijn adviezen en tips voor jou voor op de set, met de regisseur werken etcetera. 

Tim: Wees je bewust van het feit dat je echt een onderdeel bent van het verhaal. Uiteindelijk is het scenario natuurlijk het allerbelangrijkst. En de acteur, daar kijken we natuurlijk naar, dat is natuurlijk wel een groot onderdeel. Maar je bent op het moment dat er gefilmd wordt wel een schakel in het hele proces. En daarbij hoop je natuurlijk dat een regisseur je kan sturen ook in zoverre het heel technisch is. Dat je op de juiste plek moet uitkomen, dat je het licht moet pakken en dat het soms helemaal niks met acteren te maken heeft omdat je door al die techniek heen moet spelen. Dus ik merk aan alle acteurs met wie ik gewerkt heb dat dat lastig is, maar binnen vier à vijf dagen ben je ineens een camera-acteur. Dat is iets wat je heel makkelijk kan leren en dan wordt het een soort techniek die je los kan laten zodat je wel kan spelen. Ik denk dat dat hele proces van repeteren, met elkaar praten, gewoon zitten, desnoods lunchen en het ook eens helemaal niet over die film hebben, maar gewoon met elkaar praten en aan elkaars stemgeluid wennen , maakt dat je heel rustig bent op de set. Dat je niet die zenuwen hebt of dat je niet.. vaak is het zo dat als je met nieuwe mensen moet werken, dan moet je even aan elkaar ruiken en dan merk je of die klik er is, ja of nee. Maar als je dat al gehad hebt dan valt er zoveel van je af, dan kan je gewoon lekker spelen.

Bij Wiplala toen ik met kinderen heb gewerkt van 9 à 10 jaar toen was het in het begin een ramp. Die schoten als stuiterballen door de set en ik werd helemaal gek. Totdat je ze uitlegt waarom je niet alle kanten op kan gaan en op een gegeven moment, nou ja na dag 5, waren ze echt camera-acteurs geworden. En toen zei ik: “uh,uh, nu een stapje naar links. Weet je waarom je naar links moet stappen?” “Ja, want anders block ik mijn tegenstander”. Weet je, daardoor. Ja, je moet het toch gewoon samen doen. En dat is tegelijkertijd ook het allerleukste van filmmaken.

Jelle: Ja. Het is ook echt zo goed mogelijk je verhaal kunnen vertellen binnen kaders, zeg maar.  Binnen die grenzen het relaxte kunnen vinden en wat jij ook zegt inderdaad van

als je aan elkaar gewend bent  en lekker aan het spelen bent, dan vloeit dat, dan gaat dat automatisch.

Tim: Ja. Maar dat is ook zo. Het is natuurlijk even een proces waar je doorheen moet, maar tegelijk ook dat beperkte kader, dat zou je misschien niet als beperking moeten zien, maar ook als iets wat je moet gebruiken. Want straks ben je met een ‘close’ in beeld, een lange lens waarbij alleen maar je gezicht in beeld is. Je hoeft dan maar iets heel kleins te doen en dan zie je het terug met zoveel effect. Dat is toch wel echt te gek. Dat is toch wel even anders dan dat hele grote ruime totaalshot in het theater.

Jelle: Ja. Jazeker. En wat Michael Caine zegt: ‘Less is more’, ook qua werken voor een camera. Ben je het daarmee eens?

Tim: Ja, uiteraard. Het ligt er een beetje aan wat voor film je maakt. Ik heb wel de dol- dwaze veelbesproken comedy Spion van Oranje gemaakt en daar was het alles behalve less is more, maar bijvoorbeeld bij Chez Nous of een aflevering van ‘Van God Los’ die ik ook heb geregisseerd en daar was het hele kleine, het hele rauwe weer heel belangrijk. Het ligt heel erg aan het genre en de stijl die je daarvoor kiest.

Jelle: Zeker. Wat onderscheidt een slechte regisseur van een goede voor jou?

Tim: Dat vind ik altijd moeilijk. Het filmdorp is inderdaad echt een dorp, dus ik hoor heel veel verhalen van andere sets en dan hoor je wel eens van: nou, die regisseur vind ik echt een koekenbakker. Die bakt er helemaal niets van. En dan kijk je de film of aflevering terug en dan is hij prachtig. En dan denk je: my god, hoe kan dat nou ?

En je hoort ook wel eens verhalen andersom, nou die regisseur wist precies wat hij wilde, die had zich zo goed voorbereid en dan kijk je die film terug en dan denk je: jezus wat een rukfilm. Dus dat is altijd moeilijk. Zelfs bij acteurs. Arnold Schwarzenegger is niet een hele goede acteur, maar die heeft wel in hele goede films gespeeld. Dus dat vind ik altijd heel moeilijk om te zeggen. Ik denk dat het allerbelangrijkste is dat je je als regisseur wel gewoon heel goed voorbereidt, want bij een filmset is het grootste obstakel de tijd. Dat wil zeggen dat je heel veel shots draait en je hebt te weinig tijd en je komt heel veel obstakels tegen , al is het weer een discussie met een acteur of een actrice. En daarbij, als je je zo goed mogelijk voorbereidt heb je alle antwoorden sneller en kun je je crew en cast op een zo effectief mogelijke wijze sturen. Dus ja, probeer niet teveel uit te zoeken tijdens het draaien.

Het is een soort mix van: je heel goed voorbereiden maar dat je wel open staat voor acteurs en actrices die hele goede ideeën hebben of die van een art director of van wie dan ook op de set. Zonder dat je verliest wat je wilt vertellen.

Jelle: Hoe denk je dat het Nederlandse filmklimaat er over vijftig jaar uitziet?

Tim: Over vijftig jaar? My god! Ja, zou er dan nog wel een bioscoop zijn? Het is allemaal zo digitaal en nu met dat ‘on demand’en dat hele internet. Ik hoop dat cinema nog wel blijft bestaan, ernaast weet je,. Want het is natuurlijk zo mooi om met z’n allen in een zaal te zitten enne..

Jelle: Klopt, collectief delen.

Tim: Ja. En het gaat nu heel goed met de Nederlandse film. Mensen gaan naar de Nederlandse film, we hebben de techniek heel goed onder de knie, dus het gaat heel goed. Maar ik hoop dat we meer verhalen blijven vertellen en misschien iets minder op effect, dat klinkt misschien een beetje raar uit mijn mond, omdat ik de meest bombastische films heb gemaakt.

Jelle: Ja, met effect erin.

Tim: Maar goed, effecten zijn natuurlijk maar effecten, maar uiteindelijk is het het verhaal dat je boeit en dat je raakt en de mensen waarnaar je kijkt. Dus het scenario en de acteurs zijn wat mij betreft de belangrijkste elementen van een verhaal vertellen.

Bij Wiplala was het een en al effect, alleen maar ‘green screen’ en het ging in al die vergaderingen alleen maar over hoe we het gaan doen met effecten en welke wok twintig keer groter gemaakt moest worden. En ja, ik werd er gek van op een gegeven moment. Zo van: jongens, we vertellen alleen maar een verhaal. Al die meetings zijn noodzakelijk, maar laten we niet vergeten dat we een situatie moeten creëren waarin ook lekker gewoon gespeeld kan worden met alle acteurs. En dat zie je dan ook terug.

Toen Wiplala was gemonteerd voor het eerst en dan heb je ‘de offline’, zo noemen we dat, dan monteer je de beelden gewoon zoals je ze wilt hebben maar dan moet je nog wel daarachter al dat groen vervangen door de juiste achtergronden. Nou, in de offline is dat nog heel beperkt, dan ziet het er heel crappy uit. Dan zie je al die randjes, een slechte key, weet je wel. Het lijkt dan wel zo’n Roger Moore film met James Bond. Dat je denkt: oei, nep. Dus die eerste versie was heel nep, dat ik dacht van, nou er is straks niet doorheen te komen om te bepalen of die film nou wel of niet werkt. Maar het gekke is dat door het scenario, dat is van Tamara Bos, was het dan zo effectief dat je al heel snel van die mensen ging houden, zodat je die effecten vergat ookal zag het er heel crappy uit. Dus uiteindelijk was het verhaal belangrijker dan de effecten. Dat was een heel spannend proces.

Jelle: En wat je zegt, jij gaat in de toekomst meer het donkere opzoeken in verhalen, in films die je gaat maken.

Tim: Ja, nou, in ieder geval dat je zoekt naar elementen waarmee je je makkelijk kunt identificeren. Daarom vind ik een film als Pizza Maffia of Chez Nous hoeveel platte humor er ook in zit, er zit altijd iets van een soort herkenbaar element in. Bij Pizza Maffia was dat Ilias Ojja die volwassen wordt en zijn eigen dromen heeft, maar zijn vader die andere verwachtingen van hem had. En bij Chez Nous ging het heel erg  over vriendschap. Dat, ondanks dat die heel erg de roze kant van Nederland liet zien, vriendschap iets heel universeels is. En dan vind ik het interessant. Je kan gewoon vriendschap laten zien, maar eigenlijk.., mensen hebben het heel vaak over de verschillen, maar ik zoek juist de overeenkomsten. Dat vind ik het meest interessante en als dat erin zit dan is het heel erg leuk om die achtervolging daarna te maken en dat je weet wie die mensen zijn, omdat je van ze houdt. En dan kunnen we los.

Jelle: Ja. En nog even over die toekomst. Dat vraag ik me dan ook af. Als je kijkt naar boeken , self-publishing wordt ook steeds groter, dus waar jij het net over had hè, jij moest bij de middle man, de producer of producent heel erg gaan staan voor Bracha van Doesburgh omdat jij vond dat zij die rol moest spelen. En dat zie je met boeken nu ook langzaam verdwijnen. Uitgeverijen blijven wel bestaan, maar je kunt nu ook steeds makkelijker je eigen boek publiceren en direct verkopen. Zie jij dat ook in de film veranderen, waar natuurlijk nog steeds heel veel geld nodig is, maar waar mensen, regisseurs meer de kans krijgen om hun eigen producten te maken, hun eigen films te maken?

Tim: Nou, je ziet natuurlijk wel vaker.., je kan met een simpele fotocamera die mooie plaatjes maakt, hele mooie films maken. Bijvoorbeeld Rabat vond ik een echt heel geslaagde film. Alles klopte, laten we maar zeggen. En die is van een heel klein budget gemaakt, maar die kwam wel in de bioscoop terecht. En die heeft misschien wel niet de massa gevonden qua bioscoophit, maar heeft wel de trouwe kijkers getrokken. En inmiddels is die film een soort cultfilm geworden en dat heeft natuurlijk heel erg te maken met de makers zelf die heel erg achter hun product staan en niet werden gestuurd door invloeden van buitenaf, zoals van een distributeur of in ieder geval iemand die er heel veel geld in heeft gestopt. Een hele eerlijke, trouwe film.

Jelle: Ja precies.

Tim: Maar het heeft natuurlijk ook te maken met de tijd waarin we nu leven, waarin eigenlijk iedereen zijn eigen film kan maken. En een bioscoop is eigenlijk maar een van de vele platforms toch, waar je je film kan laten zien. Nu hebben we het internet, al een tijdje trouwens, maar…

Jelle: De tijd van internet is eigenlijk nog maar heel jong, hè.

Tim: Het wordt steeds groter en je moet je er als maker wel bewust van zijn dat je daar toch in meegaat.

Jelle: Bereid jij je daarop voor of hoe ga je daarin mee?

Tim: Nou, je vraagt het en ik zeg het en ik heb er nog niet over nagedacht. De bioscoop is voor mij echt wel de magie. En waar je het dan vertoont, ja dat is eigenlijk een tweede. Ik heb soms wel een soort van lichte frustratie dat ik denk ‘godver, heb ik daar twee jaar aan die film zitten werken en dan komen er driehonderdduizend mensen, wat best nog wel veel is, naar je film kijken. Maar dat is toch wel heel beperkt. En er moeten toch andere manieren zijn om die film naar een groter publiek te kunnen krijgen. Daarom vind ik Netflix een goede situatie in zoverre dat je voor een betaalbaar bedrag toch een behoorlijk aanbod krijgt en dat mensen dat er dus blijkbaar voor over hebben.

Het wordt natuurlijk het Spotify van de film.

Jelle: Ja, dat je daarvoor eventueel deals krijgt in de toekomst waarmee jij je eigen films kunt publiceren, op Netflix bijvoorbeeld.

Tim: Ja. Dan heb je alleen niet het delen met de grote zaal, wat natuurlijk de magie van filmmaken is. Want in zo’n zaal, ja, dat is gewoon helemaal te gek. En zeker als het jouw film is.

Jelle: Ja. Maar dan heb je weer dingen zoals ‘We want cinema’, daar had ik het met Norbert (ter Hall) over maar wat helaas gestopt is. Dat soort..he.. ik zie nog wel opnieuw aankomen dat er weer een manier komt en blijft komen dat mensen zeggen: we willen dit gewoon collectief, met z’n allen, een keer zien in de bioscoop.

Tim: Ja. Nou kijk, de klassieke films, zoals toen Rear Window gerestaureerd was en opnieuw in het filmmuseum te zien was, nou dat is gewoon.. en ik had hem natuurlijk al gezien tijdens de filmgeschiedenisles op de filmacademie. Maar als je hem dan gewoon in zo’n zaal ziet met z’n allen,nou ja je vergeet alles om je heen en je bent

gewoon in die film. En dat is gewoon niet te vergelijken.

Jelle: Ja precies. Dat moet echt blijven. Ik wil heel even terug  naar een auditie, een casting. Kun jij een paar grote afknappers noemen,. Zeg maar, dat jij tijdens de casting denkt van: ja, dit kan echt niet?

Tim: Nou, ik heb wel eens gehad dat een acteur of actrice binnenkwam en geen flauw idee had wie ik was.

Jelle: Ok

Tim: Dat is maar een kleine moeite toch? Even googlen en je weet wie diegene is. “O ben jij de regisseur!” Ja, dat heeft misschien met ego te maken, maar dat vind ik niet fijn. En mensen die constant een excuus hebben, zo van “dat heb ik niet geleerd” of “oh, die scène heb ik niet gehad” of..eh..

Check altijd eventjes of bel nog even naar het castingbureau of je alle scènes hebt ontvangen. Ik bedoel, dat is gewoon een onderdeel van je huiswerk. En wat je ook wel ziet is dat een acteur of actrice het zo ontzettend gestampt heeft en er al zo’n interpretatie aan heeft gehangen dat je het helemaal niet meer kan sturen. Dat je zegt, nou ja, misschien moet je iets meer de boel verleiden, of weet ik wat, maar dat het gewoon vast zit. Dat je het gewoon niet meer los krijgt omdat diegene zo ijverig heeft geleerd..

Jelle: Ja en ook bijna alle emoties heeft vastgelegd.

Tim: Ja. Nou ja, wat ik altijd doe, in eerste instantie ga ik ook lezen met een acteur of actrice. Ik ga nooit meteen spelen. Gewoon eventjes lezen en praten over de scène, over mijn interpretatie en dan vraag ik ook vaak nog: hoe interpreteer jij dat dan? En dan gaan we het nog een keer lezen met een interpretaite en dan: zullen we het opnemen? En dan gaan we het ook daadwerkelijk opnemen en dan is er ook wel zoiets  van.. , omdat ik weet dat zoiets van de casting hup naar de producent gestuurd wordt, als een take echt heel slecht ging dat ik zeg tegen de casting of degene die de knoppen bedient, nou ja, laten we die take er gewoon even uit halen. Maar goed, dat is zo’n beetje hoe ik het zie. Ik probeer altijd een soort gelijkwaardige situatie te creëren  waarin je met elkaar gaat communiceren. Ik ben niet zo van de hiërarchie. Ik ben niet zo dat ik achter zo’n tafel blijf zitten, zoals je altijd ziet bij die audities van Idols en X-factor. 

Jelle: Je duikt ook lekker de vloer op, zeg maar, of de set op. Je blijft in beweging in die zin.

Tim: Ja. Nee, ik wil gewoon, en dat klinkt misschien raar, maar ik wil de acteur of actrice gewoon even aanraken. Ja, daar moet ik straks mee op de set en dan ben je ook gewoon heel close en ik wil gewoon even weten hoe dat is.

Jelle: Nou, mooi. Die houden we erin. We hebben nog heel even. Ik ben nog benieuwd naar jouw films, jouw inspiratiebronnen, jouw voorbeelden. Wat is de film waarbij je het hardst gelachen hebt?

Tim: Eh.. het hardst gelachen..Ja, dat heeft heel erg met de situatie te maken. Jaren geleden was er een hele flauwe film, Rat Race heette die, en daar ging ik met mijn tante, tante Sjaan, naar toe en die was heel erg ziek, ze was ook net geopereerd, en toen ging het toch weer heel goed . En dat was een hele vrolijke leuke tante. Ik had haar al een tijdje niet zien lachen en toen gingen we naar Rat Race, echt een hele flauwe film, maar we hebben zo ontzettend gelachen. Gewoon tot je kaakpijn had, weet je wel. Dat vond ik gewoon heel mooi, om haar te zien lachen. En ik weet nog dat ik Dumb & Dumber in de bioscoop zag. De eerste.. ik was echt een puber, Dat ik echt gewoon niet meer bij — kwam hoe Jim Carrey zijn benen in zijn nek plaatste en in een flashback nog wel. Die film vond ik zo ontzettend grappig.

Jelle: En het hardst gehuild?

Tim: Ik huil heel snel. Ja, het hardst gehuild.. het klinkt meteen wel heel triest maar Schindler’s List. Het einde waar Liam Neeson zegt: in this car eight people en dan die muziek van John Williams eronder. Nou, tranen over mijn wangen . Maar ik had het ook bij How to Train Your Dragon en Finding Nemo. Ja, ik huil snel.

Jelle: Wat zijn voor jou grote voorbeelden of inspiratiebronnen op het gebied van regisseren?

Tim: Als kind of eigenlijk meer als puber waren dat de films van James Bond. Ik weet nog goed dat ik op mijn verjaardagspartijtje de James Bond film Never Say Never Again zag en dacht: wow, wat is dit. Toen was ik een jaar of acht, negen. En toen dacht ik, dat vind ik heel interessant en dan gingen  we naar de videotheek – toen had je nog van die VHS banden – om alle James Bond films te huren. En toen kwam ik er wel achter dat Never Say Never Again geen echte James Bond film was, wel met Sean Connery maar ik ging al die oude Sean Connery films analyseren. En toen merkte ik eigenlijk, dat behalve dat Sean Connery een geweldig acteur was, vooral het maken, het mensen voor de gek houden met shots, ook al waren die films toen al heel oud, dat ik dat heel interessant vond.

Ik ging het echt beeldje voor beeldje analyseren en nou ja gewoon die hele mooie auto’s, avonturen en James Bond willen zijn, dat vond ik gewoon echt helemaal te gek. En later was dat bij Bruce Willis in Die Hard. En zo ben ik eigenlijk  dat soort films gaan kijken. Toen ging ik naar de filmacademie en toen leerde ik ineens de wat mindere, laten we zeggen, popcornfilmmakers en toen kreeg ik van een leraar de opdracht om alle Hitchcock films te bekijken. Dan had je daar zo’n bibliotheek op de filmacademie waar al die Hitchcock films waren en die analyseerde ik dan thuis en dat vond ik echt superinteressant. En toen had ik mijn eindexamenfilm die daar toch een beetje door geinspireerd was qua stijl. Dat was Isabelle van Tessa de Loo, een korte film van 30 minuten, en die had heel erg die suspense. Die had ik een beetje afgekeken van Hitchcock films en dat vond ik toen wel interessant. En vooral als je net twintig bent,. Toen was dat wel heel erg nieuw voor me.

Jelle: Ja. En hoe oud was je toen je afstudeerde aan de filmacademie?

Tim: Tweeëntwintig.

Jelle: Ok. En je bent nu zesendertig?

Tim: Ja. Ik ben al een oude rot in het vak.

Jelle: Ja, dat is al veertien jaar ervaring. Wat zou jij nu tegen die tweeëntwintig-jarige Tim zeggen?

Tim: Probeer de dingen iets meer te relativeren. Ik denk dat ik dat heb geleerd doordat ik wat ouder ben. Omdat ik weinig zelfspot had. Dat relativeren een van de belangrijkste dingen is. Neem jezelf niet te serieus.

Jelle: Ja ja. Kun je daar een voorbeeld van geven, van dat relativeren, zeg maar?

Tim: Nou, ik was altijd heel erg bezig met wat andere mensen van mij vonden en dat ik het nu gewoon iets meer bij mezelf zoek. Wat vind ik zelf mooi en dat je eigenlijk schijt moet hebben aan anderen. Ik heb zelf als regisseur wel een soort ‘golden boy’achtige start gemaakt met Vet Hard. Ik kreeg heel veel aandacht en was in een keer een soort  van belofte. En toen ik mijn tweede film maakte, Spion van Oranje met Paul de Leeuw, kreeg ik in een keer een enorme strontkar over me heen en daar heb ik wel uit moeten klimmen . Maar het was wel een ervaring die ik toch niet had willen missen, omdat je je toch ineens realiseert hoe, ja hoe.. de status die je dan even krijgt geen ene moer betekent. En dat je gewoon lekker moet genieten van het maken en dat je verhalen moet vertellen en het heel erg dicht bij jezelf moet zoeken.

Jelle: Ok, mooi. Laten we daarmee eindigen, want dat vind ik een mooie afsluiting, Tim.

Tim: Ok. Leuk Jelle.

Jelle: Hartstike bedankt voor je tijd en alle aandacht.

Tim: Ja. Graag gedaan.

Jelle: En heel veel succes met komende projecten.

Tim: Ja. Ik ga mijn best doen. Het wordt heel even zoeken, maar ik heb al zo wat ideetjes uiteraard.

Jelle: Ok, Thanks.