Paul Disbergen over stemacteur worden en regisseren

In deze aflevering interview ik Paul Disbergen. Paul is voice-over en regisseur bij SDI Media, een bedrijf dat zich richt op nasynchronisatie. Paul heeft veel ervaring met het regisseren van stemacteurs en het zijn van een voice-over. In dit interview hebben we het over een stemacteur worden, het regisseren en wat je nou wel en niet moet doen in de studio. 

In deze aflevering van 54 minuten bespreken Paul Disbergen en ik:

• Wat hij zoekt in een stemacteur
• Tips over wat je wel en niet moet doen
• Do’s en don’ts voor een beginnend stemacteur
• Stemacteur worden en het belang van een simpele demo
• Logopedische oefeningen
• Wat hij zelf nog wil maken
• De belangrijkste levenslessen die hij tot nu toe heeft geleerd
• Waar hij werk vandaan haalt als voice-over
• Onze missers in het stemmenvak

 

Download | iTunes | Overcast

SHOW NOTES

SDI Media
Wim Pel Productions
Hoek & Sonépouse
Creative Sounds
iamstudios
• Voice van Sabine de Bruijn
Mindset (auteur Carol Dweck)
Inside Out (animatiefilm 2015)
Cars (animatiefilm)
• Jan Nonhof (dubbing regisseur)
• Donna Vrijhof (regisseur, stemactrice en voice-over)

TRANSCRIPT

Jelle: Nou, ik zit hier bij Paul Disbergen in Amsterdam. Het stormt buiten. We zitten bij hem thuis en ik ben hier om hem te interviewen. Paul is zelf regisseur bij SDI Media en weet heel veel van stemmenwerk en is ook stemacteur met veel ervaring. Dus we gaan lekker duiken in het interview.

Paul, mijn eerste vraag aan jou is: wat zoek jij als regisseur in een stemacteur?

Paul: Nou Jelle, allereerst welkom in mijn nederig stulpje. Wat zoek ik in een stemacteur? Als iemand voor een voicetest komt bij mij voor een rol die openstaat, die ingevuld moet worden, dan ga ik op zoek naar de spelmogelijkheden van de acteur. Hoe vult hij de rol in en wat kan hij van zijn eigen persoonlijkheid in die rol stoppen.

Wat wij doen is nasynchronisatie, dus we gaan een soort gelijke klankkleur proberen te zoeken, dus daar denk ik al aan bij: oh, daar zouden we die of die wel eens voor kunnen vragen. Want je hebt natuurlijk met een leeftijd te maken. Een gerijpte oude stem van een man die een krasje erop heeft is toch weer een heel ander geluid dan een jonge. Dus daar zoek je in, maar met name de speelsheid die een stem biedt. Afhankelijk van de rol die ingevuld moet worden. Zelf werk ik erg graag met acteurs die, kijk, je voelt: ah, dit loopt.

Soms is iemand hard aan het werk en mensen die hard aan het werk zijn, leveren vaak niet de beste prestaties omdat je voelt dat ze, hè..die klankkleur, of dan moet er een beetje gebogen worden of het is net niet dat geluid. Dan moeten ze het als een sculptuur proberen te maken. ‘Zijn” is nog steeds het allerbelangrijkst. Je gaat op zoek naar het natuurlijke geluid van iemand. Dus daar hou ik rekening mee. Soms is een rol ook heel.., de ritmiek, de muzikaliteit van een stem is ook handig. Je voelt dat iemand lekker speelt en zo lekker in een mal glijdt van: oh ja, dit is het. En eigenlijk hoor je dat altijd want het is natuurlijk best wel genadeloos. Het is heel kwetsbaar, stemacteren, omdat je je geluid natuurlijk onmiddellijk terugkrijgt. Dus dat is kwetsbaar, omdat je alleen maar Jij en Je Stem hebt. Zoals ik nu in jouw microfoon praat. Ja ik ben inmiddels wel gewend om dat te doen, maar dat is natuurlijk ook nog een proces van gewenning.

Jelle: Dus je zoekt eigenlijk vooral naar de flow in samenwerking met een stemacteur.
Zijn er andere specifieke dingen die een stemacteur moet hebben of gewoon..ja.. goed werkzaam zijn in het stemmenvak?

Paul: Ja. Nou, wat ik eigenlijk al aanstipte was dus de muzikaliteit. Je hoort van..ah ja. Je voelt aan hoe het werkt. Er komen wel eens acteurs, die noemen wij een beetje oneerbiedig van: oh ja, mijn dochter kan ook heel leuk stemmetjes. Maar het gaat niet om het stemme-tje, wat ik sowieso al een beetje badinerend vind. Want het is geen stemmetje, het is een stem die je levert. Soms is het wel een typetje wat je moet doen, wat een beetje eendimensionaal leeft, maar je moet het ‘zijn’. Het gaat om jou. Ik ben geïnteresseerd in de persoonlijkheid van iemand. Dus het is niet alleen maar dat stemmetje, want dan red je het niet. Je moet een boog kunnen spannen. Je moet van een karakter, van een personage in zo’n serie bijna vlees en bloed kunnen maken. Het moet een kloppend hart krijgen. Wat ook kan buigen en alle emoties. Want anders zit je alleen maar met dat stemmetje. En dat is zo snel, dat is klaar. Weet je, dat is.., na een halve minuut denk je: pff, ik word er moe van, want het ademt niet. Het “stemmetje” moet een hartslag krijgen. En daar ga ik mee aan het werk.

Jelle: Wat ik zelf heel erg heb gemerkt is dat het heel belangrijk is dat je als voice-over stemacteur heel regisseerbaar bent. Dus je zit vaak in een studio, die veel geld kost, die veel tijd kost en ja precies, tijd is geld.. Wat zou jij voor praktische tips geven aan iemand die wil beginnen, om dat te versterken?

Paul: Allereerst, ik had het er laatst met een collega nog over. Die zei: ja, sommige mensen kunnen het. Het is echt iets wat je moet kunnen. Het is een trucje. Wij doen aan nasynchronisatie. Dus we hebben een mal, een voorbeeld , meestal uit idee, geen referentie, dus dan moeten we ‘klapjes’, de mondjes, gaan invullen. Maar soms kom je erachter dat iemand het niet kan. Het is een trucje, je hebt een scherm voor je met het beeld, boven zit een tijdcode.

Voor degenen die nu luisteren en denken: hm, hoe gaat dat eigenlijk? Je hebt je microfoon voor je en een script, al dan niet op papier. Tegenwoordig werken we veel, – in ieder geval bij SDI – met een scherm waarop je script staat Dat scheelt papier en inkt en wat dies meer zij, dus dan kunnen we elektronisch werken. Dus dat is een soort handigheidje dat je moet hebben. Het is als autorijden, al die dingen tegelijk, het schakelen, het koppelen, doe jij in de studio ook als je kijkt naar dat ding. Je hoort de stem van het origineel op je oor, je leest de vertaling die er op die tijdcode bij komt en het is dus een proces in je hoofd. Sommige mensen komen daar niet uit, die blokkeren of die gaan dat stemmetje doen en denken: ah ja… Maar nu moet je nog spelen. Dus voor degenen die daar nog aan moeten beginnen zou ik als tip kunnen geven: kijk gewoon hoe het werkt. Maar probeer jouw verhaal te vertellen. Dus met jóuw stem. We zijn sowieso met nasychronisatie de tijd voorbij dat we heel erg stem-me-tjes aan het maken zijn, Maar dat we steeds meer verlangen naar ons eigen geluid. Ook binnen een cartoon, waar natuurlijk nog steeds de ‘boze norse mannen’ inzitten, die archetypische figuren. Maar er is steeds meer behoefte aan de natuurlijke stem van: wie ben ‘jij’.

Maar dit als tip: De studio ingaan. Op je mond gaan. Elke regisseur is.., je gaat op je bek op een moment. En dat is helemaal niet erg. Ik bedoel, je kunt als acteur altijd vragen hoe vind je dat het gaat? Tenminste, ik hoor mezelf dat nog zeggen tegen Jan Nonhof, waar ik eigenlijk het meest van heb geleerd. Achteraf zo van: hoe vind je dat het gaat? Hij zei dan: nou, je mag af en toe eens wat breder, of probeer geen ‘toontje’. Ze proberen altijd toontjes tegen te gaan. Dus als tip zou ik dit ook mee kunnen geven. Vraag gewoon: hoe vind je dat het gaat? Dan kan een regisseur jou zeggen hóe het gaat.

Jelle: Een vraag die ik zelf heb gehad van een lezer, iemand die via mijn blog bij mij terecht kwam: wat zijn nu twee do’s en twee don’ts voor een stemacteur die begint. Dus je moet je iemand voorstellen die zich al wel bewust is dat je er niet zomaar in kunt glijden, dat het een vak op zich is, dat je ervoor moet investeren, dat er werk voor nodig is. Wat zou jij als twee do’s geven als beginnende stemacteur, zo van: ja, dit zou ik gaan doen?

Paul: Ja. Het eerste zou zijn qua do: Luister. Dus niet alleen naar het voorbeeld dat je hebt qua karakter dat je gaat doen voor de eerste keer. Stel, we doen die film. Een live-action film, je bent daar die jongen van..eh..twintig, een jeugdige jongen. Luister goed. En denk van: oh ja, dit wil ik eruit halen, dat sprankelende bij mezelf, want het gaat tenslotte om stemacteren. Het is niet een bafje kopen hier en een geluid nabootsen.

Jelle: Bedoel je dan: luisteren naar je eigen stem?

Paul: Nee. Luister goed naar je voorbeeld en dan kun je al denken; oh ja, wat zou ik hiermee kunnen in mijn eigen stem, wat wil ik daar uit halen. Dus je luistert naar je stemvoorbeeld, maar je luistert ook naar de regisseur. Dat is niet alleen beleefd, maar het is ook heel handig omdat het jouw kennismaking is met de regisseur. Het is niet.., ik bedoel ik heb ook acteurs gehad die nog met kauwgom in hun mond zaten. Dat is raar en gek. Dat kan gebeuren, maar dat is niet zo heel handig om allemaal te doen.
Wat ik ook prettig vind is als iemand zich in die zin voorbereidt en dat de stem opgewarmd is. Soms moet ik gewoon ’s ochtends “prrrrrrrr piiiuuuuubaaa” en de klinkers en de medeklinkers doen. Ik heb jeugdige acteurs ook soms met stemproblemen waar het kaaa-kie zo (slap) van los hangt. En dan denk ik, dat zijn de dingen die je juist thuis kunt doen. Het is je instrument en nogmaals, daarom is het ook zo kwetsbaar. Jouw instrument wordt opgenomen en dat horen wij terug en daar hoor je zo ongelooflijk veel in, in zo’n stem. Wat zit daar in? Geïnteresseerdheid, gretigheid, puntigheid? Of iemand die er niet zo heel veel zin in heeft en eigenlijk te weinig energie geeft. Dat is ….

Jelle: Wat jij zegt, inderdaad: gelijk hop, energiek, met enthousiasme, maar meer met een goede energie, een willende energie in die studio staan.

Paul: Ja. Ja. Niet van, ja soms, dan heeft het karakter misschien geen energie en dat je net een sterfscène in moet spelen die heel emotioneel is, maar wel dat je..Je moet er zíjn, precies. Ook al moet je heel weinig energie geven, het is echt concentratie. En het is mooi om een acteur zo bezig te zien. Het is echt een, laten we zeggen, dit is ook echt een vak. Dit kan niet iedereen. De tendens van deze tijd is om heel veel bekende Nederlanders, ik ga geen namen en rugnummers geven, maar om er veel bekende Nederlanders in te stoppen, die een, soms, bekende stem hebben. Ja, heel vaak hoor ik dan dingen terug. Dan denk ik ja, maar dat is het niet.
En een regisseur moet z’n uiterste best doen om er de lettergrepen werkelijk uit te trekken, want dan zeg ik: ja het is een vak, waarin je je moet voorbereiden. Je moet
kunnen spelen, het is niet alleen die stem, die leuk is, maar het is ook het spelen.

Jelle: Dus eigenlijk nummer 1 is luisteren. Luisteren naar een voorbeeld, luisteren hoe jij dat op je eigen stem kan toepassen. Stemtraining noem je ook. Dus , het opwarmen voordat je de studio ingaat.

Paul: De logopedische kant van de zaak, zal ik maar zeggen.

Jelle: Ja de logopedische kant van de zaak inderdaad.

Paul: …rekening mee houden.

Jelle: Ik weet niet of je dat trouwens goed hoort. Dat moeten we straks even bekijken.

Jelle: Wat zou jouw nummer 2 (advies) zijn?

Paul: Nou, niet alle acteurs kunnen goed lezen. Dat is niet erg. Er is soms een rechter hersenhelft die eh.., een vorm van dyslexie en dat is op zich helemaal niet erg. Maar het is wel, soms hè.. je kunt het oplezen. Maar nogmaals, dan ga ik weer naar het spelen toe. Je moet proberen direct te vertalen en te denken: ok ik ga dit spélen, want je probeert een boodschap over te brengen. Dus dan denk ik: zoek het vooral in het spel. Want als je het speelt, als iemand z’n-zin-ne-tje opleest, dan hoor ik vaak bij acteurs van nee. Dan struikelen ze. En dan zeg ik: speel het eens. Dus met die glimlach. Dus je wordt eigenlijk het personage dat op dat moment moet zeggen: Hahaha, hééé moet je kijken daar! Als je dat ook wordt, lijfelijk, dan zul je merken dat die klinkers en medeklinkers er heel makkelijk uit komen. Dus dan word je het personage. Eigenlijk is dat het spelletje dat we spelen, maar dat wordt heel vaak vergeten omdat er heel braaf de lettergreepjes achter elkaar worden gezegd. Maar zodra je iets speelt breng je het tot leven. Dus dat is de acteur in jou die ik dan wil horen.

Jelle:En twee dingen die je vooral niet moet doen als je net begint?

Paul: Nou ja, met kauwgom in de studio komen. En ik vind, ja kijk, ik hou heel erg van humor. Een sfeer probeer ik ook als regisseur. Als iemand zenuwachtig is probeer je hem gerust te stellen of als iemand heel erg hyper is. En dan heb ik zoiets van: ok, nu gaan we aan het werk, dus precies wat het moment wil. Je moet met elkaar samenwerken.

En zoals je net al zei, de studiotijd is duur, is kostbaar. De klant wil iets, je moet het binnen een bepaalde tijd leveren. We hoeven niet te gaan racen, maar soms moet er gewoon gewerkt worden, doorgewerkt worden. Dus niet teveel gekloot worden. Soms kun je je dat permitteren omdat je denkt van: ah, dit is de rol. Dus ja, wat wilde ik hiermee eigenlijk zeggen? Dat je de regisseur iets kan geven, denk ik, en dat los van het feit of de regisseur jou iets moet geven, vind ik.

Maar je kan ook zorgen dat de omstandigheden prettig zijn, dat er een goede werksfeer is. Dus dan balanceer je tussen gedisciplineerd acteur zijn , naar je werk gaan – want het is een vak – én een goede sfeer die prettig is om in te werken. We hoeven geen vrienden te zijn en je hoeft niet de hele dag te gaan.. maar dat er een goede verstandhouding is.

Jelle: Nog heel eventjes terug naar de beginnende stemacteur die ook niet eens toegang heeft tot die studio. Dus die eigenlijk gewoon thuis zit en ergens moet beginnen. Wat zou je die adviseren?

Paul: Nou, allereerst moeten we je geluid horen. En dan maak je een demo. Hoe? Vaak zeg ik zelf altijd, probeer een demo te kiezen, in ieder geval je eigen geluid. Dus in plaats van de stem-me-tjes doen, want dat kunnen we wel, dat geloof ik altijd wel, dan denk ik: oh ja. Maar ik moet een stem horen die lekker is, aangenaam. Dus: héé, dat is iemand die de materie beheerst!

Je moet je demo maken en die stuur je op. Dat kan. En die moet goed zijn. Als iemand voor de eerste keer komt zeg ik, doe een stukje proza. Uit een boek, om voor te lezen, om te horen dat iemand de komma’s, de interpunctie beheerst. Zo van: “dat  d dr mummum pup pup gezegd” (monotoon en onduidelijk) naar: “dat-de-de-de gezegd” (met melodie en articulatie). Dus dat je kunt spelen daarmee – zonder dat dat een heel muzikaal werkje wordt – maar dat je in ieder geval hoort dat een acteur goed kan lezen.

Ten tweede: een stukje, denk ik, dat wat droger is. Ik noem dat altijd zelf de pagina-3 berichtjes uit de krant. Zo van: “Hedenmorgen is de..” Dus dat is een beetje droog, een wat zakelijk geluid heb je dan, dus dan wordt dat van alle ..eh muzikaliteit bijna, ontnomen Dus dat is zo’n zakelijk geluid dan hoor je alleen maar de stem rechttoe, rechtaan. Dus een stukje proza en een stukje droge krantentekst bijna. Zoiets. En ja een stukje uitzoeken, dat vinden mensen, een acteur soms al heel lastig. Maar dat zegt wel veel over wat je kunt

Jelle: Heb je specifieke tips om een demo te maken?

Paul: De demo zelf? Ik kan wel door een iPhoontje heenkijken, een dictafooon. Of heenkijken? Heenluisteren in dit geval. Dat vind ik niet erg en intussen hoeven ze niet met zwaar geschut aan te komen, want we gaan niet de kwaliteit van de opname beoordelen. Maar wel eentje die goed genoeg is, zodat ik het wel goed kan horen. Niet zoals soms met de kat op de achtergrond of de kanariepiet of de pendule of herriemaken op de achtergrond. Zodat ik gewoon eventjes goed die stem kan horen. Maar een Androïd met een dictafoon, prima.

Jelle: Nou, dat is een goeie tip. Dus het maakt eigenlijk in die zin niet zo heel veel uit en dat je dan gelijk de professionele kant op hoeft te gaan. Het mag ook gewoon via een iPhone.

Paul: Ja. Een iPhone is prima.

Jelle: Top. Je noemde net dat je van Jan Nonhof veel hebt geleerd. Wat zijn andere tools, methodes, boeken, inspiratiebronnen, voorbeelden waar je veel van geleerd hebt?

Paul: Je hoort natuurlijk ook je collega’s voorbijkomen en ja, ik doe wel eens een rondje woensdagmiddag, als ik eens niets te doen heb, om eens te luisteren hoe het er nou opstaat of wat wij doen. En soms denk ik, oeh, dat kan beter, oeh. En kijk, je hebt ook een vertaling. Ik vertaal ook trouwens. Soms rammelt een vertaling want dan moeten we .. die is dan gemaakt door een vertaler. Die biedt ons een raamwerk aan en soms klopt dat niet helemaal.

Dan denk je, èèèh. Of je ziet in het voorbeeld van een live-action, dat is gewoon een tv-serie of een film met echte acteurs, die dan van een Nederlandse stem worden voorzien heel duidelijk aan het einde van een zin met een a-klank eindigen, terwijl we op een ‘o’ eindigen in de vertaling. Dan denk ik: o ja, daar moet je als regisseur even alle zeilen bijzetten en met z’n allen iets anders bedenken.

Daarom zei ik net ook: bied de regisseur wat aan. Als tip. Denk mee in dat proces.
Er zit ook nog een technicus naast die dat opneemt, maar denk van: o, zouden we dit kunnen doen? Dat is het vak eigenlijk, wat we doen. Dus dit wat betreft de tip nog even.

Jelle: Boeken eventueel die je hebt gelezen en die er goed bij helpen?

Paul: Zou kunnen. Ja, ik denk dat lezen überhaupt geen kwaad kan. Verhalen is leuk,maar ja.

Jelle: Hoe hou jij jezelf fris, zeg maar. Hoe blijf je jezelf leren? Wat zijn jouw gewoontes waardoor je zorgt dat je blijft leren? Dat je je blijft ontwikkelen als stemacteur?

Paul: Kijk, je stem wordt ouder. Jij wordt ouder, dus je stem wordt ouder. Dus je stem verandert. Dat is interessant omdat je een lading laag meeneemt. Los van het logopedische. Als ik ’s ochtends om 9 uur opneem moet ik zorgen dat ik een uur daarvoor gewoon mijn mond, mijn kaak losmaak en dat is door te praten, door geluid te maken. Als je ’s middags opneemt dan heb je al heel veel gesproken, je stem is dan al opgewarmd.

Maar bijvoorbeeld het snelle puntige werk waarin het voor in de mond moet gebeuren allemaal, daar kun je aan werken. Dat zijn gewoon logopedische oefeningetjes. Tools. Daar zijn tutorials voor maar dat kun je ook zelf. Soms moet je zingen als acteur. Niet iedereen kan dat maar het is wel handig om je stem al opgewarmd te hebben. Dus dat je niet nog met een ochtendslijmpje erop zit.

Melk drinken is een no-go in de studio omdat je dan een slijmpje op je stem ontwikkelt waardoor heel snel een fluimpje in je mond is te horen. Een appel eten wordt gezegd. Ik doe het wel eens. Dat trekt een beetje het speeksel weg, anders zit je met ‘spetjes’. Die noemen wij spetjes in de studio. Ja dat is ook een goeie tip. Oh jongens, ik ben allemaal geheimen aan het prijsgeven.

Jelle: Vooral al je geheimen.

Paul: Ja precies. Maar dat zijn technische dingetjes die je kunt doen om het werk zo goed mogelijk te maken, want tenslotte is het toch het allerleukste als je als acteur denkt: hè dat ging lekker.

Jelle: Heb je nog meer geheimen die je vandaag wil delen?

Paul: Nee!

Jelle: …op stemgebied. Er is natuurlijk concurrentie. Als je als stem wilt werken is het niet makkelijk om daar van te leven. Wat is jouw visie op stemmenwerk als je voor jezelf wilt werken in Nederland?

Paul: We zitten met een ontwikkeling momenteel. Ik bedoel, ik ben stemregisseur. We zitten in een ontwikkeling waarin een stemregisseur op de achtergrond wordt geschoven. In veel gevallen ook vanwege de financiën, dus dat steeds meer technici de regie op zich gaan/moeten nemen , omdat je dan met 2 man personeel zit in plaats van 3.

Ja, ik ben van mening dat dat een jammerlijke ontwikkeling is. Omdat je met z’n drieën –stemregisseur zijn is echt een vak – een technicus is een man of vrouw die naast je zit dat is ook een vak, dat moet je echt kunnen. Zodra je constant verschillende petten op moet gaan zetten is dat lastig. Dus het komt de kwaliteit van het product ten goede (en daarmee breek ik ook even een lans voor mijn collega’s) om een regisseur erbij te vragen. Er valt niet heel veel mee te verdienen met inspreken alleen, maar als je een goede stem hebt dan kun je denken aan mensen die e-readers inspreken, boeken, voice-overs. Dus daarnaast is er een heel segment omheen waarin je met je stem van alles en nog wat kunt.

Jelle: Spreek je ook wel eens boeken in?

Paul: Ik heb eens een kinderboekje ingesproken ja.

Jelle: En vond je dat leuk om te doen?

Paul: Ja. Bijzonder. Ja, heel erg leuk ja.

Jelle: Een soort thema op dit moment in mijn leven is zelfcreatie, dus zelf dingen maken, zelf dingen schrijven. Ook dat ontwikkelen als acteur. Heb jij nog plannen voor de toekomst die je zelf zou willen gaan maken of opzetten?

Paul: Ik sprak een collega en die is met een eigen productie bezig met poppen en dat vond ik heel erg inspirerend om te horen. Ik vind het vaak heel leuk om te horen wat collega’s willen. Maar daarnaast, kijk wij doen aan nasynchronisatie en het zou toch wel weer erg leuk zijn om een Nederlands product op te zetten waarin je alle stemmen ‘from scratch zelf doet. ‘Dat je zelf dat poppetje, dat ding, dat beest of wat het ook is kunt vormgeven. Wij werken altijd vanuit het voorbeeld, van wat al eens is gedaan. We proberen dat zo goed mogelijk te doen.

En dat is knap. Amerikanen kunnen bijvoorbeeld niet dubben, wat wij doen. Als zij bijvoorbeeld een Nederlands product of een Italiaans ding willen en het moet daar naartoe en ze moeten dat nadoen, daar zijn ze niet goed in. Ze zijn gewend om het zelf te maken from scratch. Dat is heel typisch, heel grappig hoe dat in elkaar zit. Ik kan in een paar tienden van een seconde horen waar mijn personage – terwijl ik aan het spreken ben – naartoe gaat. Zo van: oh die moet die ruimte in..oh, het eind van de zin, pas op! Je kijkt ondertussen nog met je oog naar het beeld van o ja, jaja. Goede acteurs kunnen daarin dan op een gegeven moment zonder het voorbeeld eerst beluisterd te hebben gewoon meegaan. Omdat ze precies weten van oh ja dat personage van mij, natuurlijk gaat die vallen en struikelen. Omdat je hem kent, dus dan anticipeer je daar heel erg op tijdens de opname zonder dat je het ooit hebt gedaan..bam! Dan zet je een one-taker neer.

Jelle: Wat je noemt vind ik ook wel interessant. Net wat jij zegt, Amerikanen zijn niet gewend om te dubben. En dat zie je ook wel in de filmwereld. Je ziet dat we – en natuurlijk niet bij alle films – maar je ziet dat we vaak dingen kopiëren vanuit Hollywood. Ik had het er ook met Diederick Koopal over en die zei dat het goed was voor ons in de toekomst dat we als regisseurs, maar ook als makers naar Scandinavië of Amerika gaan, daar lessen nemen, kijken hoe en wat daar wordt gedaan op het maakvlak, zeg maar. Wat ik zelf net al aan je vroeg: heb je zelf ideeën om dingen te gaan maken. Heb je een bepaalde droom, een doel of een plan voor de toekomst. Zo van: ik zou wel eens zoiets op willen zetten?

Paul: Oh, ik vind dat ik lekker bezig ben. Sowieso. Het is heerlijk om te doen, ik bedoel er komen natuurlijk steeds nieuwe producten bij dus daar kun je steeds weer je eigen invulling aan geven. Maar nog eventjes aansluiten op wat jij zei over nasynchronisatie doen. Ik zeg altijd wel probeer je eigen verhaal te vertellen, als acteur maar ook als regisseur. Je hebt vaak hele Amerikaanse films en die worden nagesynchroniseerd. Daar maken wij ons verhaal van. Dus een beetje polder glamour. Nee dat hoeft niet, maar van die personages.., ja ze moeten geloofwaardig zijn, dus vertel je eigen verhaal. Dat is nog een tip die ik de acteurs mee zou willen geven. Los daarvan, mijn eigen droom? Ja, meer doen nog en ik vind ook wel dat het geen spel en de knikkers moet worden. Het mag niet over de payroll gaan. We mogen dit vak niet uitkleden. We moeten iets blijven spelen. Dat kost geld ja, nasynchronisatie kost geld, dat krijg jij als acteur.

Maar als je gaat beknibbelen op de acteurs én gaat beknibbelen op de regie, dan komt dat het product niet ten goede. We willen straks – als mensen überhaupt nog televisie kijken want heel veel dingen gaan dan naar online kanalen – en ik bedoel, ik zie de jeugd niet heel bijster veel televisie meer kijken zoals ik dat deed op de Woensdagmiddag. Maar los daarvan, er zullen altijd producties zijn. Maar laten we nou zorgen dat de kwaliteit in een hoog vaandel blijft. En dat mensen kunnen genieten van een goede animatie. Zoals we kunnen genieten als we naar de bios gaan en naar een Engelse kijken. Ik bedoel, ik heb Inside Out gezien , dat is fantastisch, en de acteurs zijn daar lekker op hun plek gezet. Ook de Nederlandse cast. En daar is flink in geïnvesteerd. Nou ja, als je wilt dat dat mooi klinkt, ja dan kost dat geld.

Jelle: Nog even ook naar de mens Paul.

Paul: Als jij nou een toverstaf had en je mocht je leven toveren over vijf jaar. Hoe zou je je leven dan toveren?

Paul: Jelle? Wat doe je nou? Nou kijk, ik hou heel erg van mijn werk. Ik bedoel, ik zeg altijd ik heb nog steeds het allerleukste zomerbaantje ever. Ik ga fluitend naar mijn werk, ik ga fluitend naar de studio, dus ik prijs mezelf een gelukkig man. Dus laat ik vooral zeggen dat ik hoop dat dat over vijf jaar nog zo is. Ik vertaal. Nou, af en toe denk ik: oh daarin kan ik wel beter worden, dus ik probeer mezelf wel kritisch, niet helemaal opnieuw uit te vinden, maar wel kritisch te blijven op mijn werk.

Jelle: Vertaal je vooral van Engels naar Nederlands?

Paul: Ja. Ja. En met name comedies. Een soort sitcoms, maar dan met een humor twist. Die vind ik leuk om te doen omdat ik dan woordspelletjes vertaal. Dus dan zit ik hier als een gekke professor aan mijn tafel aan een vertaling te werken die lekker moet lopen. Dus ja, over vijf jaar..nou..

Jelle: Je gaat een mooie fietsvakantie maken. Van Praag naar Venetië fietsen. Zijn er verder ook nog reisplannen? Wil je de wereld nog meer ontdekken?

Paul: Ja. Ja. Ik denk dat reizen ook nodig is. Dat is het mooie ook om eventjes weg te zijn, om eventjes te kunnen kijken van héé wat heb ik gedaan, waar sta ik. Om eventjes stil te staan. Maar je kunt ook vaak pas stilstaan als je ergens anders bent. Toen ik uit het ouderlijk huis ging, dacht ik het is ook bijna nodig om jezelf te ontwikkelen. En ontwikkeling is sowieso een prachtig woord om, als je ervan uitgaat dat er een wikkel om je heen zit en je haalt hem er af, het ontwikkelen, om te kijken wat er in het vat zit. Van: hé wie ben ik eigenlijk. Het is af en toe goed om naar jezelf te kijken. Kritisch te zijn maar ook , ja je moet wel fouten kunnen maken, je moet wel op je bek kunnen gaan. Maar dat is dan een veilige omgeving waarin je dus niet al te hard op je bek gaat, maar..

Jelle: Ik interviewde Will Koopman en die had een hele mooie uitspraak. Ze zei op een gegeven moment tijdens het regisseren: “Springen verdomme, het wordt altijd donker”. Zorg dat je sowieso alles eruit haalt wat erin zit, want het wordt altijd weer donker en dan kunnen we niet meer draaien. Heb jij ook wel eens situaties in de studio dat het niet lukt met een acteur en jij merkt dat je iets moet inzetten om diegene ‘aan’ te krijgen? Kun je daar een voorbeeld van geven?

Paul: Ja. Ik had een meisje die ik echt over haar onzekerheid moest heen helpen. Ze moest echt geven en dat is ..ja, ze moest bijna.., ja niet echt ‘a primal scream’ maar ja, bijna wel. Het moest echt uit haar tenen komen en ik dacht, het is niet goed zolang zij niet echt tot het randje gaat. Dus je moet je gêne overwinnen en je stem is een ongelooflijk kwetsbaar instrument. Je denkt vaak: ik heb de autocorrectie van o ja nu ga ik zo praten, maar als je jezelf terughoort is het genadeloos. Ik wil mezelf ook vaak niet terughoren, omdat ik denk van hm. Maar dat is het voorbeeld dus, dat ik haar over haar gêne hielp, van Kom op! Kom op! Geef meer!

Soms moet je iemand over z’n onzekerheid heen tillen. Dat is dan vooral van: het ging hartstikke goed. En het schiet niet op te slijmen, maar het is om iemand zich op zijn gemak te laten voelen.
Het is.. Ja, wij leren elkaar ook pas vandaag kennen, dus ja. O ja, ik heb ook eens een keer tegen iemand gezegd, jij moet je voorbereiding doen, in de zin van: je moet je stem losmaken. Als iemand in de ochtend binnenkomt met een kraak en een ding, dan is het lastig om mee te werken. En ik snap wel, soms zit er een beetje een slijmpje op of iets dergelijks en daar ga je dan wel doorheen, maar het is ook een gedeelte verantwoordelijkheid nemen voor je eigen vak.

Jelle: Nog weer even naar de mens Paul. Wat zijn de belangrijkste levenslessen die jij tot nu toe geleerd hebt?

Paul: Goeie genade, dat is er weer zo één! Accepteer dat je bent wie je bent. Dat is het. En dat klikt heel simpel en dat klinkt heel dom, maar dat is een waarheid. Dus ook met al je tekortkomingen. Je moet echt nemen. Er zijn echt dingen die ik niet kan. Kijk, ik ben geen Tom Cruise. Ik ben ook geen drieëntwintig meer.

Dan kun je niks aan doen, dus die dingen moet je accepteren. Dus wat kun je wel doen? Zijn wie je bent en daar je grote voordeel uit meemaken, omdat jij anders bent dan je buurman of buurvrouw. Daar moet je de kracht uit zien te halen, dat is wie je moet zijn en dat geldt ook voor je stem of voor het werk wat we doen. Je kunt beter worden, je hebt de technische tools om beter te kunnen worden, maar je bent wel wie je bent. Dus dat blijft. Je zult nooit..en dat is niet erg.

Jelle: Ik ben daar nu een boek over aan het lezen: Mindset. En het schetst het verschil tussen de ‘fixed mindset’ en de ‘growth mindset’. De fixed mindset in een notendop is eigenlijk dat je zegt: nou, ok, ik heb die en die skills maar dát zal ik nooit leren want zo ben ik niet. Dat sluit ook heel erg aan op ons schoolsysteem, je maakt fouten dus heb je een slecht cijfer. Terwijl fouten maken juist datgene is waar je van leert en dat is dan de ‘growth mindset’, die er heel erg van overtuigt dat je altijd kunt ontwikkelen, altijd kunt groeien binnen haast alle vlakken en dat je juist fouten moet maken om te leren. Hoe kijk jij daar tegenaan als je mij dat hoort vertellen?

Paul: Ja. Ik zit hier ja te knikken. Dat is een waarheid als een koe en een enorme wijsheid. En ja, nou ja, ik voor een niet heel wijze jongen..Het is in ieder geval goed om zo te zijn. En gewoon terug naar het werk, zonder dat het leven zeg maar..hè, het gaat ook nog over stemacteren en wat je daarmee kunt: je hebt je stem, je hebt je instrument, iedereen heeft zijn eigen instrument maar dat is jóuw kracht. En daar moet je het zoeken. En hoe je dat in je leven invult, dat is in principe… daar wil ik het wel over hebben, maar dat doe je thuis, met je vrienden, met je omgeving. Je moet wel veilig op je bek kunnen gaan. Je mag fouten maken, je moet er niet voor gestraft worden. En ook in de studio bijvoorbeeld, natuurlijk lukken bepaalde dingen niet en dan sta ik ook te stampvoeten, maar dat is juist omdat ik zo gepassioneerd ben als ik aan het inspreken ben en het lukt niet. Dan grrrr hè, dan wil je .. Maar dat is goed. Niet goed is: verdomme ik kan het niet. Of de mogelijkheden waarin je jezelf beperkt. Want ook dat hoor je namelijk in je geluid.

Jelle: We hebben het nu veel gehad over jou als regisseur. Je bent zelf ook stemacteur. Jij bent voice-over dus je doet zelf ook stemmenwerk, opdrachten . Kun je een paar plekken noemen waar je werk vandaan haalt. Bureaus waar je staat ingeschreven, die anderen ook kunnen helpen?

Paul: Qua studio’s hebben we in Nederland eigenlijk de voornaamste studio’s, SDI, Wim Pel Productions, Creative Sounds hebben we en Hoek & Sonépouse is er natuurlijk. We hadden FBS, die hoort niet meer bij het rijtje. Ja, Digital is er nog in Den Haag, ik heb er zelf nog niet gewerkt..

Jelle: Dit zijn zelf vooral ook de nasynchronisatie studio’s die je noemt, maar die doen natuurlijk ook voice-overs ernaast. Zijn er ook andere studio’s waar je geregeld komt of stemmen-castingbureaus die kunnen helpen bij het werken als voice-over, maar ook voor – waar we het al eerder over hadden- het inspreken van boeken?

Paul: Het inspreken van boeken gebeurt eigenlijk voornamelijk in de studio’s waar nasynchronisatie wordt verzorgd. Dus daar ligt het meestal. Ja, voice-over is toch een beetje een andere tak van sport. Niet iedereen kan dat ook. Zoals goede voice-overs vaak niet kunnen dubben, kunnen heel veel dubbers vaak niet voice-over doen. Sommigen kunnen het allebei, maar het is een andere tak van sport. Ja er zijn wel wat bureaus.

Jelle: Maar het wordt duidelijk minder. Dat merk ik aan je.

Paul: Het wordt duidelijk minder, want het meeste werk moet ook thuis gedaan worden. Dus dat het rechtstreeks via een studio gaat van: hé Paul, kun je dit en dat. En dan lever je een commercial aan bijvoorbeeld. En dan doe je het drie keer (op een verschillende toon) en dan denk je: nou, kan het zo? Maar ik kan het ook zo! En ik kan het ook zo! En dan wordt er gekozen en dan opgestuurd. En dan is het: oh, dat is prima, dat is goedgekeurd, klaar! Dus dan doe je dat thuis, zonder regie, maar met je eigen gedachten van: dat ga ik zo en zo aanpakken. Nou ja.

Jelle: Ik heb zelf ook een verhaal van een moment dat ik in de studio stond. En over het algemeen gaat het altijd goed, kom ik er goed uit. En dit keer ging ik inspreken voor een video game. Ik had dus al veel voice-over werk gedaan, ook nasynchronisatie bij Wim Pel. Het was dus mijn eerste keer een video game inspreken. Het was bij IM.

Nou, en het was voor mijn stem een behoorlijk lastig personage. Dat was ook een beetje miscasting in die zin dat het niet helemaal op mijn stem aansloot eigenlijk, dus ik moest keihard werken. En er was enorm veel druk en weinig tijd. En ik was bezig en ik had voor mezelf al een gevoel ok ik kom er wel in, maar uiteindelijk werd het toch stopgezet en was het toch van: dat gaat helaas niet lukken. Als stemacteur is dat natuurlijk klote. Het was ook mijn eerste keer games, maar goed, ik dacht: helaas.
Heb jij ook zo’n moment uit jouw verleden waarop het even helemaal mis ging en wat heb je daar zelf van geleerd?

Paul: Ja. Ik ben wel voor voice tests voor een rol. Dan word je voorgesteld en dan kijken ze of de rol bij je past of wat jij vormgeeft in de studio voor de test die jij doet. Ook
Dat ben jij hè, ja precies, dat we dat effe duidelijk hebben op band. Ja precies. Maar dat je denkt: oh, dat ben ik niet helemaal. Dus dat je voelt dat het èèh.. en dan maak je, en maak je, dan ga je verschrikkelijk je best doen, je verkracht je stem vaak, met een poliep in wording.

Jelle: In die zin is het dus deels een fout van de opdrachtgever om jou te kiezen omdat het natuurlijk dan in de studio wel eens awkward kan worden. Maar ga door met je verhaal.

Paul: Nee, je wilt hier duidelijk over praten, Jelle en dat vind ik goed. Er zit ook gedeeltelijk verwerking bij. Ja, dat is klote en ik ben bij zo’n voice test ook gewoon .. nee, niet weglopen, maar dat je denkt ja, dit word ik niet. Omdat ik hem heel erg moet máken. Dat is gewoon een gevoel. En dat gevoel hè. Ik ben los daarvan ook acteur. Dus ook als ik opga voor een rol voor tv of wat dan ook of theater, dat is toch een beetje het moment dat je binnenkomt en dat de keuze al heel snel gemaakt wordt. Van: jij plakt. Hetzelfde gevoel wat je beleeft bijna van: ooh, dit ben ik, of van: dit wil ik heel graag, dit kan ik, het zit in het vat. Dat kun je ook hebben met Niet: Hééé jammer en door!

Jelle: En hoe ging dat toen bij jou bij die voice test? Kun je er nog iets meer over vertellen hoe dat precies ging en wat je daarvan hebt geleerd?

Paul: –Ja, er zijn er meerdere geweest waarvan ik dacht oh ja, ja.  —nog wel eens voorgedragen voor iets. Soms denk ik wel eens: damn, het is natuurlijk altijd een gedeelte balans dat je opmaakt van wat had ik daar zelf aan kunnen doen. Maar soms denk ik ook: oh ja, dat is een regisseur die effe zegt: oh, we moeten Paul hebben. Misschien ook erbij in het rijtje. Of omdat ik toevallig die dag toch over de vloer was, doen we hem d’’r ook bij. Zonder dat er misschien over nagedacht wordt.
Ja, wat kun je eraan doen? Nou, de balans: wat had ik eraan kunnen doen om het beter te maken. Soms is dat namelijk niet zo, je kan er niks aan doen soms. En als het zo is, dan steek je dat in je zak. Want, nogmaals, het is jouw geluid. Dus eigenlijk is daar niets mis mee.

Jelle: En ook vooral weten dat dat gebeurt en ja, dat je dat niet te persoonlijk moet opvatten. Dat je weet dat dat ook bij het vak hoort en dat je daar ook juist weer van leert. Hoe wordt jouw stem omschreven? Want ik merk dat ik heel erg snel wordt genoemd als een stem voor de jongere doelgroep, een frisse enthousiaste stem, voor jongere mensen. In welk hokje zit jij met je stem?

Paul: Nou, ik zát in dat hokje waar jij in zit. Nee, ik kan het nog steeds wel. Ja, het hangt een beetje van de rol af. Ik kan heel erg brommen. En Cars heb ik gedaan, Finn McMissile, een soort Bond-achtige spion-auto. Die is wat ouder, dus soms moet er een korreltje op. En er is ook vaak een gladprater, dus een presentator. Daar word ik wel erg veel voor gevraagd.

Jelle: En voor Jos Brink ook wel misschien.

Paul: Zou kunnen. Ja ja, nou, jij komt met Jos Brink. God hebbe zijn ziel. Ja, geweldige figuur. Tuurlijk. Ik denk dat mijn stem over het algemeen wel als energiek en enthousiast wordt omschreven. Dat ik daar in die klankkleur vaak het best uit de verf kom. En daarnaast als oude mopperaar en, ja, het allerleukste, Jelle, om te spelen is toch wel – het is allemaal leuk die gladde boys, dat heb ik allemaal gedaan en dat is hartstikke leuk – maar de boef, dat is natuurlijk het allerleukst.

Jelle: Kun je uitleggen waarom?

Paul: Ja. Omdat je vaak de boef niet mag zijn. Omdat je toch geacht wordt – ik ben ook een aardige jongen verder, dus het is een ding dat je denkt ohh dat is toch – maar ik ken weinig stemacteurs die in therapie zitten. Je kan je helemaal uitleven.

Jelle: Je mag de donkere kant helemaal aanboren.

Paul: Ja, en dat is heel bijzonder.

Jelle: Ok. Tof.
Zijn er verder nog mensen in het stemmenvak die jij graag geïnterviewd ziet worden door mij?

Paul: Ik zou Donna Vrijhof eens vragen. Dat is een dame die ongelooflijk veelzijdig is. Een duizendpoot die zowel op het gebied van voice-over heel veel doet, ze regisseert en ze doet heel veel nasynchronisatie. Dus dat is iemand waarvan ik denk die kan ook alles.

Jelle: En als je denkt aan een succesvol persoon, wie is dan de eerste die in je opkomt?

Paul: In het algemeen ofzo. De eerste die in me opkomt? Een Nederlander of ..

Jelle: Dat maakt niet uit. De eerste die in je opkomt.

Paul: Nou, dat is Freddy Mercury.

Jelle: Ja, geweldig. Is dat ook een van je muziekhelden?

Paul: Ja. Ja.

Jelle: Ok. Laten we dan daarmee eindigen. Paul, enorm bedankt. Super bedankt voor je tijd en je aandacht hiervoor.

Paul: Nou, heel erg graag gedaan.

Jelle: Top. Thanks.