Marcel Visbeen over acteren tijdens audities en op de set

In deze vijfde aflevering interview ik Marcel Visbeen. Marcel richtte samen met Pieter Kuijpers uit aflevering 1 Pupkin Film op in 1997 en begon aan een eigen avontuur in 2005. Op dit moment regisseert hij series zoals Moordvrouw en Dokter Tinus. In het interview praten we over zijn tips voor acteurs op het gebied van casting, maar ook tips voor op de set, en we hebben het over zijn manier van film maken en regisseren.

In deze aflevering van 57 minuten bespreken Marcel Visbeen en ik:

• Wat hij zoekt in een acteur
• Waar hij op let tijdens een auditie
• Afknappers en tips voor tijdens audities
• Hoe hij regisseert
• Hoe hij denkt dat het Nederlandse filmlandschap er over 20 jaar uitziet
• De kracht van Nederland in de film
• De worsteling artistieke dingen willen maken maar geld moeten verdienen.
• Bij welke film hij het hardst heeft gelachen en gehuild
• Tips voor op de set
• Wat hij nu zou zeggen tegen de jonge Marcel die net afstudeert

 

Download | iTunes | Overcast

SHOW NOTES

Audition van Michael Shurtleff
The Big Lebowski
Elvis Lives!
Linoleum
Buster Keaton
Susanne Bier
Goodfellas
Lone Star
John Sayles
The Blues Brothers

TRANSCRIPT

Jelle: Marcel Visbeen, schrijver en regisseur, welkom in deze podcast.

Marcel: Ja, dank je wel

Jelle: De eerste vraag die ik altijd stel aan een regisseur is: wat zoek jij in een acteur?

Marcel: Ooh, jij denkt ik begin meteen bij het diepe, zeg maar.

Jelle: Ja.

Marcel: Wat zoek jij in een acteur. Ja, dat zijn eigenlijk meerdere dingen. Maar ik heb gek genoeg mezelf die vraag nog nooit zo letterlijk gesteld. Maar ik zoek in een acteur eigenlijk dingen die ik niet uit mezelf kan halen en wat ik fijn vind is om met acteurs te werken die een soort toegevoegde waarde kunnen geven. Dus die ook actief meedenken en die vanuit hun acteur-zijn naar de personages kunnen kijken van het script of van de film die je aan het maken bent, omdat ik ervan overtuigd ben dat dat echt een andere blik is dan die ik als regisseur of schrijver heb.

Als regisseur of schrijver probeer je toch álles te bekijken en dan komt het heel vaak voor dat acteurs input hebben die heel erg nuttig is omdat ze het script lezen vanuit éen personage en ze hebben vanuit dat personage extra ideeën. Ik vind het fijn als een acteur ook die vaardigheid heeft om dat te kunnen, om dat te lezen en om creatief met een rol om te gaan. En dat is dan één ding. Een ander ding is natuurlijk, als je het hebt over een specifieke acteur voor een specifieke rol, dan moeten er gewoon een aantal elementen kloppen. Al zijn het maar de fysieke elementen die nodig zijn voor een rol of de leeftijd, dat spreekt voor zichzelf. En wat ik ook erg belangrijk vind is of ik met een acteur kan samenwerken, of we een beetje dezelfde taal spreken, zeg maar. Ik probeer acteurs om me heen te verzamelen die ik allemaal begrijp, wat niet per se betekent dat dat allemaal hetzelfde soort acteurs zijn. Maar het is teamwork dus je moet wel met elkaar tot iets meer kunnen komen. Het einddoel is toch dat het resultaat meer is dan de som der delen., zeg maar.

Jelle: Wat je eigenlijk zegt is dat jij op zoek bent naar die pro-actieve acteur die op zoek gaat naar zijn karakter en jou eigenlijk ook tijdens het filmen waarde geeft
als nieuwe input. Wat denk jij dat een acteur kan doen, wat verwacht jij van een acteur om daar te komen.

Marcel: Ja, dat is natuurlijk een beetje een lastig ding, want het ligt er maar net aan wat je aan het maken bent. Want ik regisseer ook afleveringen voor televisie series en daar is de tijdsdruk zo hoog dat je er niet op zit te wachten dat op een set een acteur gaat zeggen: nou, wat dacht je ervan als ik het helemaal anders deed? Want dan heb je gewoon een probleem. Maar wat ik prettig vind is om in een zo vroeg mogelijk stadium met een acteur om de tafel te kunnen gaan zitten en te kijken van: hebben we hetzelfde idee bij de rol en wat kan een acteur eventueel inbrengen. Dus eigenlijk valt het mij heel vaak op dat acteurs heel weinig vragen stellen. Ik weet niet waar dat vandaan komt, maar misschien heeft het ermee te maken dat ze denken dat ze je dan lastig vallen of iets dergelijks. Terwijl acteurs wat mij betreft..eh..ja ik wou bijna zeggen niet genoeg vragen stellen maar dat is natuurlijk ook niet helemaal waar, want dan word je helemaal gek. Maar je snapt wel wat ik bedoel. Maar ik vind het heel prettig als acteurs relevante vragen stellen. Daar word ik mee geholpen en de acteur ook.

Jelle: Wat is voor jou een relevante vraag? Kun je daar een voorbeeld van geven?

Marcel: Dat is natuurlijk lastig omdat dat per rol verschilt. Maar het gaat mij er voornamelijk om dat, als acteurs een script lezen en ze weten niet helemaal wat er bedoeld wordt, om dan te bespreken wat de ingang voor die rol of die scène wordt voordat ze het gaan doen, voordat ze het gaan leren. Dat brengt ook met zich mee dat een acteur veel steviger in zijn schoenen staat, want die weet al: oh, dat is waar we naar op zoek zijn. Snap je? Dus dan is een acteur veel minder onzeker over of hij het wel goed doet. Ja, dat is eigenlijk mijn adagium. Vooral met regisseren is het proberen zoveel mogelijk discussies en onduidelijkheden van de set af te houden omdat die tijd ontzettend kostbaar is.
Je hebt maar heel weinig tijd dus alles wat je van tevoren kunt bespreken dat is meegenomen en alles wat je van tevoren al weet, daarmee kun je op de set nog een stapje verder gaan. Je moet proberen in die tijdsspanne die er is zo ver mogelijk te komen, zeg maar. Er is altijd tijd tekort. Het maakt ook niet uit welk budget je hebt, er is gewoon altijd tijd tekort.

Jelle: Ja, dat is wel..eh. Ik ben nu een boek aan het lezen van Michael Shurtleff, ‘Audition’ heet dat boek en wat hij eigenlijk schrijft en wat hij bij ontelbare audities heeft meegemaakt gaat ook over die tijdsdruk. Hij schrijft eigenlijk: acteurs hebben rondom de audities weinig tijd , dus zorg in een auditie dat je beter zoveel mogelijk van jezelf laat zien dan dat je heel erg gaat studeren op het karakter en heel erg bezig bent met dat personage, want uiteindelijk kun je jezelf het meest laten zien door echt je ‘jij’ te laten zien. Ben je het daarmee eens?

Marcel Ja, voor een groot deel wel. Je moet natuurlijk niet heel autistisch alleen maar op jezelf bezig zijn, maar voornamelijk is het bij een auditie of een screentest dat je een palet aan moet bieden. Nou ja, aan móet bieden, aan zou kúnnen bieden . Want niets moet natuurlijk. Het is wat dat betreft allemaal geen exacte wetenschap. Maar dat je moet laten zien aan een regisseur welke varianten erin zitten.

Als ik bij wijze van spreken en om een makkelijk voorbeeld te noemen omdat iedereen het kent een Macbeth ga casten, dan moet je volgens mij en zo probeer ik het te doen, op zoek gaan naar de Macbeth in die acteur en de Macbeth die in jou zit die kan een hele andere Macbeth zijn dan de Macbeth die in een andere acteur zit. Wat niet per se betekent dat de een beter is dan de ander. Wat dat betreft is het natuurlijk een ontzettend moeilijke exercitie. Maar ik vind het altijd het leukst tijdens.. ik zeg altijd probeer zo open mogelijk een casting in te gaan. En ik ga altijd gewoon aan het werk met een acteur. En dan kom je vanzelf wel dingen tegen. Maar dat heeft natuurlijk ook heel veel te maken met hoe ik als regisseur ben en ik weet niet hoe andere regisseurs dat doen, want ik zou nooit een casting-ruimte in willen gaan met een vooropgezet idee van waar ik exact naar op zoek ben, want dan sla je volgens mij de plank mis. Want dan mis je juist die dingen die een acteur kan bijdragen en die weet je nog niet. Dus tijdens de casting moet je een idee krijgen van waar je met die acteur allemaal heen zou kunnen, zeg maar.

Jelle: Je laten verrassen tijdens de casting. Ja.

Marcel: Ja. Zeker.

Jelle: Zijn er nog specifieke dingen waar jij op let tijdens een casting?

Marcel: Nou nee. Eigenlijk de dingen die ik net al noemde. Ik vind het ontzettend belangrijk dat ik kan samenwerken met een acteur, dus dat een acteur begrijpt wat ik bedoel en dat een acteur zich ook een beetje laat regisseren, zeg maar. Dus dat een acteur durft samen met mij het diepe in te springen. Want dat is het eigenlijk een beetje. Ik weet voordat ik een casting begin eigenlijk niet helemaal.., ik heb een paar ijkpunten in mijn hoofd over waar ik naar op zoek ben, maar het kan binnen die ijkpunten nog alle kanten op en dat zou een acteur ook moeten hebben. En het werkt volgens mij niet als acteur om aan de hand van de informatie die je van tevoren hebt gekregen om dan te denken: oh, dat is zo’n rol en die ga ik zo spelen. Want dan zet je jezelf al vast en de kans is heel groot dat jij een andere interpretatie hebt dan de regisseur. Dus dan zit je er al naast.

Jelle: Kun jij een afknapper en een hoogtepunt noemen tijdens een casting die je hebt meegemaakt. Dat je zegt: dat is iets waar je bij wijze van spreken op afknapt, maar ook iets waarvan je denkt, nou dat is echt een hoogtepunt, dat wil ik meer zien?

Marcel: Oh, ja het is heel moeilijk precies te zeggen wat een afknapper is. Maar wat een afknapper zou kunnen zijn, is als een acteur heel erg in discussie gaat omdat hij vindt dat hij het verkeerde moet doen, terwijl aan de andere kant dat ook wel weer iets kan opleveren natuurlijk. Maar, nou wat een afknapper is: als ik aan een acteur heel erg merk dat hij bij mij in he gevlei probeert te komen en alleen maar met me meepraat. Dat is misschien wel de grootste afknapper en dat je uiteindelijk merkt dat diegene niet luistert, zeg maar. En de grootste meevaller zou kunnen zijn dat iemand toch een invulling van een scène heeft of van een personage waarvan je denkt: ja ik had het zelf nog niet verzonnen, maar dit is briljant of apart of jeetje, wat een interessante invalshoek.

Jelle: Ja, het verrast worden.

Marcel: Ja.

Jelle: Arne Toonen noemde een afknapper dat een acteur vraagt..of, hij zei het niet specifiek als een afknapper, maar hij noemde het moment dat een acteur vraagt: is dit een beetje zoals Arne bedoelde dat ik het moest spelen? En toen noemde hij: ja dat betekent dus dat op dat moment de acteur niet met de scène bezig is, niet met wat er op dat moment echt gebeurt. Dus daar zie ik wel een gelijkenis in. Inderdaad noemde hij er ook een paar voorbeelden van tijdens een auditie, dat hij een idee had over een rol en dan kwam er iemand en die zette een bepaalde rol neer die totaal niet was zoals hij verwacht had. Maar hij was enorm verrast en diegene kreeg ook die rol toegewezen.

Marcel: Ja en dat bewijst volgens mij dat je niet voor de regisseur moet gaan denken.
Dat is ook een beetje wat ik net probeerde te zeggen. Als een acteur alleen maar bezig is met denken van: oh zo zal Marcel het wel willen en dan ga ik het zo maar doen, dan is het nooit met een volle overtuiging, want het is altijd met een vraagteken. Is het dit een beetje? Of is het dat een beetje? Terwijl ..Nee, laat het gewoon zien en als het niet goed is of een verkeerde richting op, dan stuur je dat wel bij.

Jelle: Met dat hoge stemmetje ook, ja.

Marcel: Ja. Dus ik denk dat het dat is. Maar ik realiseer me ook en dat is wel grappig want ik heb daar met acteurs natuurlijk ook wel regelmatig over gesproken, je merkt soms dat acteurs buitensporig nerveus zijn voor een casting en opvallend genoeg heb ik met grote namen een casting gehad die ook heel nerveus waren, dat ik dacht van: hoezo, ik weet toch wel dat je kunt acteren, weet je. Maar toch is het een hele rare situatie en ik zeg ook heel vaak tegen acteurs wat zij zich ook niet realiseren en wat wel een openbaring is voor ze , dat ik ook vaak heel erg zenuwachtig ben voor een casting. Je gaat je eigen film casten, je bent aan het casten voor de hoofdrol. Nou, daar hangt zoveel van af, dat is zo spannend dat je ook als regisseur bang bent de verkeerde keuzes te maken. Het is een ander soort spanning natuurlijk, maar het is ook een spanning en ik ben daar ook niet op mijn gemak. Wat ik in het verleden wel heb gemerkt is als zowel ik als de acteur tijdens een casting dat vergeten, zeg maar, die nervositeit of die druk vergeten, dan gaat het meestal wel de goede kant op. Want dan komen we namelijk aan werk toe. Dan kunnen we het mooi gaan maken.

Jelle: Als er relaxation ontstaat.

Marcel: Ja.

Jelle: Nou, om het hoofdstukje even af te sluiten van audities, wat zouden jouw top 3 of top 5 tips zijn voor acteurs om hun auditie zo goed mogelijk voor te bereiden?

Marcel: Nou, ik denk dat je., en dat is dus tip 1 en die spreekt heel erg voor zichzelf:
je tekst kennen, zodat je echt met de tekst kunt spelen. Dat betekent dus dat je de woorden kent. Maar niet uit je hoofd leert hoe je die moet uitspreken.

Jelle: Niet zo het materiaal vastgezet met emoties en zo..

Marcel: Ja, want die tekst is waarmee je gaat werken met een regisseur in de casting en dat is eigenlijk eventjes het enige. Dus dat is de houvast, maar je moet daar wel heel vrij mee om kunnen gaan. En vervolgens, schroom niet volgens mij als je binnenkomt aan de regisseur te vragen wat die verwacht. Want ik kan me voorstellen, ik weet wel hoe ik altijd een casting doe en dat is dat ik er dus inderdaad in ga en scènes ga spelen. Maar er zijn vast regisseurs die dat anders doen. Het lijkt me heel stom er aan het eind van de casting pas achter te komen en dan pas te weten hoe het werkt en wat je had moeten laten zien.

Jelle: Ok. Dus een acteur vraagt: wat verwacht je van mij?

Marcel: Ja, als een regisseur dat niet zelf al zegt. En dan bedoel ik met verwachten niet:
wat wil je dat ik speel maar hoe zullen we gaan werken. Ik zie een casting als een werksituatie. Ja, misschien wil een regisseur daar helemaal niets over kwijt, dus dat hij zegt: doe jij het maar zoals jij denkt dat het goed is. Nou, dat is ook fijn, maar dan weet je dat tenminste. En dat is dus waarom ik denk, volgens mij moet je niet te terughoudend zijn om gewoon, als je ergens onzeker over bent, dat te vragen.

Jelle: Een gedurfde vraag als acteur trouwens: hoe wil je gaan werken

Marcel: Ja, dat snap ik. Maar je hoeft hem ook niet zo letterlijk te stellen. Probeer er gewoon voor jezelf achter te komen.

Jelle: Ja precies. Een goeie.

Marcel: En misschien kun je het ook aan de casting director vragen voordat je de casting ingaat. Zo van; goh wat verwacht je dat ik moet gaan doen? Probeer wat dat betreft zo beslagen mogelijk ten ijs te komen. Is dat een beetje ..?

Jelle: Ja. Dus op 1: je zo goed mogelijk voorbereiden, zoals in tekst leren
En 2: er zo snel mogelijk achter komen wat de werkwijze is tijdens deze auditie.

Marcel: Ja precies. En probeer er zo open mogelijk in te gaan. Het is namelijk ook nog een keertje zo dat ik castings heb gehad waarbij bij wijze van spreken briljant gespeeld werd, maar dan werd het toch niks met die acteur, want er moet ook nog zoiets als een soort match ontstaan. Volgens mij moet je je als acteur ook ontzettend realiseren dat je niet alles onder controle hebt. Ook al doe je voor jouw gevoel de perfecte casting, dan kan het nog om het simpele feit zijn dat je geen blond haar hebt terwijl de tegenspeler dat ook heeft, zeg maar, als blond haar net nodig is. Dat kan dus al een reden zijn waarom je afvalt, dus wat het moeilijkste is: probeer het niet persoonlijk te maken voor jezelf.

Jelle: Loslaten.

Marcel: Ja, in die zin persoonlijk dan, hè. Want verder moet je je natuurlijk juist wel helemaal openstellen.

Jelle: Ja precies.

Marcel: Het is een lastige materie, merk ik.

Jelle: Ja, maar wel leerzame dingen. Je hebt het over die werkwijze. Kun je omschrijven hoe jij regisseert? Wat voor soort regisseur ben je?

Marcel: Ja, dat is lastig. Ook daarbij geldt natuurlijk dat ik niet bij elk project op dezelfde manier regisseer.

Jelle: Nee. Kun je er een voorbeeld van geven. Bijvoorbeeld: een scène is niet zoals jij hoopt dat het is en je wilt proberen dat over te brengen op, te communiceren naar een acteur. Speel je het dan bijvoorbeeld zelf voor? Of wat zijn dan dingen waar je naar grijpt om die acteur de goede richting op te sturen?

Marcel: Ja, dat ..eh..niet om je vraag te ontwijken want ik ga hem zo beantwoorden, maar een van de leukste dingen van het vak van een regisseur vind ik eigenlijk het feit dat je met veel verschillende acteurs werkt en dat al die acteurs een andere gebruiksaanwijzing hebben. Dus daardoor is er ook bijna niet één manier waarop ik altijd regisseer, want ik weet, bij sommigen .. ja, om het lullig te zeggen: bij de een werkt het goed om het toch voor te zeggen , terwijl ik dat gewoon niet wil. Ik wil eigenlijk niks voordoen want als ik namelijk iets voordoe..ik betrap mezelf er ook altijd op dat ik meteen erbij zeg: ja, en dan goed gespeeld. Omdat ik dan denk, en dat is hetzelfde als wat ik net vertelde: ik ga er niet in met een vast idee. Als ik het voor moet gaan doen, dan sluit ik eigenlijk al uit dat ik verrast word. Dat werkt dan niet. Alleen wat ik wel vaak probeer te doen is om de acteurs een opdracht mee te geven vanuit hun rol,
dus om te bedenken van.. en dan probeer ik het altijd kloppend te krijgen, nou probeer eens dat je hiervoor dit en dat hebt meegemaakt en laat dat eens wat meer zien in deze scène of juist wat minder.

Jelle: Ja. Dat was ook een van de dingen die Michael Shurtleff noemt: zorg dat je weet wat het moment daarvoor precies is gebeurd.

Marcel: Ja en dat is ook meteen de uitdaging. Zoals nu ben ik zes afleveringen door elkaar aan het draaien en ik merk dat ik heel vaak even met de acteurs moet bedenken: ok, waar komen we ook al weer vandaan, wat zit er hiervoor in.
En je moet soms ook juist tegen een acteur zeggen dat hij moet vertrouwen op het feit dat als het script goed is dan hoef je eigenlijk alleen maar de scène te spelen. Soms gaat het wel eens mis dat acteurs proberen hun hele rol in een scène te spelen. Nou, je kan je voorstellen wat er gebeurt als een acteur zijn hele rol in elke scène gaat spelen. Dan blijft er eigenlijk niet zo heel veel meer over. Dan speel je overal alles en dan wordt het een soort brei.

Jelle: Ja. Geen palet meer.

Marcel: Nee, precies. Een personage, net als elk mens, een karakter, bestaat uit momenten dat hij boos is en momenten dat hij lief en aardig is en men is het nooit tegelijk. Maar de manier waarop je boos bent en de manier waarop je aardig bent, dat samen maakt je karakter, zeg maar.
Een ander ding wat ik wel heel vaak doe, is om te proberen om een acteur.eh
ofwel.., meestal werkt dat het beste als er toch iets gebeurt met een personage, en dan een van de hoofdpersonages, want je hebt natuurlijk allemaal bijfiguren die gewoon alleen nog maar dingen moeten doen om de hoofdrol verder te krijgen, zeg maar..

Jelle: Met alle respect natuurlijk.

Marcel: Nou precies, want die zijn net zo belangrijk, want zonder bijrol heb je geen hoofdrol. Maar die kun je meestal ook wel duidelijk zeggen; nou jouw doel is gewoon om hier het hoofdpersonage boos te maken bij wijze van spreken. Maar bij die andere rollen helpt het ook wel vaak om inzicht te geven hoe de scène werkt. Dus waar je vandaan komt en dan bedoel ik: meestal gaat een personage, die dus een ontwikkeling doormaakt gedurende een film, anders de scène in dan dat hij eruit komt. Want is eigenlijk waar die scène over gaat. Want je bent nog heel opgewekt en je krijgt iets te horen en daar moet je op een bepaalde manier op reageren. En juist door hoe je op dingen reageert, dat is waaraan de kijker je karakter kan ontlenen, zeg maar.

Jelle: Wat er eigenlijk fout gaat is dat de acteur niet door heeft wat er daarvoor is gebeurd. Op wat voor moment hij de scène ingaat eigenlijk.

Marcel: Ja precies. Waar de scène binnen het grote geheel toe dient. Wat wil de scène nou eigenlijk laten zien aan de kijker. En dat is ook helemaal niet erg, want als het goed is heeft een acteur gewoon zijn personage in zijn hoofd en weet de grenzen van dat personage en hoe die op verschillende momenten reageert. Dus
daar is ook een regisseur voor, denk ik dan. Dus is het niet per se raar dat ik dat moet bijsturen. Dat is juist die wisselwerking.

Jelle: Ja. Dat is natuurlijk een verschil met theater, hè, waar je één lijn speelt, een verhaal speelt en op de set zijn het veel meer die momentopnames en daar moet je induiken zoals je erin moet duiken eigenlijk.

Marcel: Ja, je moet de hele tijd inprikken in een verhaal en eventjes bedenken: waar zijn we, hoe zit dat. Ik vind ook heel vaak dat er erg weinig aandacht wordt besteed aan het repeteren en het werken met acteurs in de aanloop naar een film of een televisieserie. Dat vind ik best wel vreemd. Ik heb een paar jaar geleden geprobeerd daar een beetje een soort eigen manier van werken in te creëren, maar dat kan eigenlijk alleen maar als je je eigen film maakt. Dat kan je niet toepassen als je series maakt, maar ik ga dan wat dieper op de materie in met de acteurs en probeer bijvoorbeeld zo ook om een personage rond te krijgen.

Dan kun je het volgens mij ook hebben over scènes die niet letterlijk in het script staan maar die wel ooit gebeurd moeten zijn. Dus je kunt, als het verhaal gaat over een stel dat in de film in scheiding ligt, dan kan het ontzettend helpen voor de acteurs tijdens de repetitie, maar dan moet je dus wel de tijd hebben, om te zeggen: goh, laten we eens een improvisatie doen en laten we de scène eens spelen waarin jullie elkaar ontmoetten. En hoe hebben jullie elkaar versierd, wie nam het initiatief ? Ik ben ervan overtuigd dat dat ontzettend helpt om een personage meer diepgang te geven, want dat nemen de acteurs toch mee in scènes die daar helemaal niet over gaan, maar die wel over hun relatie gaan.

Jelle: Dus dat is iets waar jij zelf wel mee worstelt om daar naar te zoeken per project omdat er natuurlijk voor dat ene project minder tijd is. En met andere projecten heb je natuurlijk meer tijd. Maar dat is wel iets wat je heel belangrijk vindt dus inderdaad. Die voorbereiding en improvisaties van tevoren.

Marcel: Ja. Maar dat is een beetje wat ik prettig vind, zeg maar. Dat is mijn werk, dat is misschien ook wel een beetje mijn stijl en ik heb ook in eigen beheer een film gemaakt met vier acteurs en toen heb ik gewoon .., toen ben ik zelfs begonnen met te vragen aan die acteurs: wat zou jij nou een keertje willen spelen? Want daar vragen ze je nooit voor, omdat acteurs natuurlijk altijd in een bepaald bakje zitten bij de casting agents. En toen heb ik met hen een film ontwikkeld. Eigenlijk op die manier. Dus niet een improvisatiefilm, maar wel door middel van improvisaties werken aan rollen. En dan uiteindelijk wel met een uitgewerkt scenario de set op stappen. Ja, dat vond ik een hele fijne manier van werken. Dat heb ik wel een paar keer meer gedaan en ik probeer nu wel daar een vervolg aan te geven. Maar dat is echt heel fijn. Want we zaten met z’n allen in een huis, want ik dacht ik moet het zo simpel mogelijk maken.

Dus ik had een verhaal bedacht wat zich helemaal op een locatie kon afspelen want dan kun je je helemaal op het acteren richten en dan kun je het wel low-budget maken. En omdat iedereen zijn personage zo goed kende konden we op een gegeven moment ook zeggen: hé, we zijn wat sneller klaar vandaag. Welke acteurs zijn er , oh ja, nou, kunnen we dan niet een scène verzinnen die we vanavond nog kunnen draaien met die acteurs en dan kunnen die acteurs gewoon in die scènes prikken en dan zijn ze hun personage omdat ze dat personage zelf mede hebben ontwikkeld. En ik heb op die film van iedereen ook heel veel lof gehad. Iedereen vond dat de dialogen veel beter waren en dat
er veel beter in werd geacteerd gemiddeld. Dus ik ben er ook echt van overtuigd dat dat heel veel oplevert.

Jelle: Het is ook wel een beetje een trend, hè. Je hebt nu slow fashion, slow food, zeg maar, meer aandacht voor dingen krijgen . Dat dat snelle produceren uiteindelijk ook verdwijnt.

Marcel: Ja. Nou, ik hoop het een beetje. Kijk, het zal altijd een beetje van beide éen worden, maar ik vind het zo jammer en het is ook stom vind ik vanuit productioneel oogpunt, want aan het begin voordat je aan het draaien bent, dan heb je eigenlijk nog tijd. De dagen dat een regisseur en zijn acteurs in een repetitiehok zitten, die zijn relatief zoveel goedkoper dan een draaidag waar een hele crew staat te wachten. Dus volgens mij kan het ook vanuit dat oogpunt
heel veel opleveren. Maar ja, dat is niet echt.., dat maakt niet echt school, zeg maar, die gedachte. Helaas.

Jelle: Zie je daar wel een goede toekomst in? Hoe zie jij het Nederlandse filmklimaat er over, laten we zeggen, twintig jaar uitzien?

Marcel: Jeetje, dat vind ik moeilijk. Want ik denk dat ik twintig jaar geleden niet had kunnen voorspellen hoe het er nu uitziet. Juist omdat ik..eh, ja ik heb een paar jaar geleden een speelfilm in eigen beheer gemaakt en ik denk dat ik dat, nou ja ik wil niet zeggen dat het heel simpel was, maar relatief simpel heb kunnen doen. Maar twintig jaar geleden was dat onmogelijk geweest en ik denk, misschien wordt het verschil wel groter tussen mensen die kleine dingen zelf maken en de grote budgetten.

Ja, ik weet het eigenlijk niet. Je ziet in Amerika dat het nu weer heel erg in is om ontzettend grote big-business films te maken over de superhelden, dus gaat het met name om visual effects en heel veel spektakel en dat soort dingen. En, ja ik hoop een beetje dat .., ik denk dat landen zoals Nederland en zoals natuurlijk in Denemarken is gebeurd: onze kracht ligt ergens anders. Dus als we dat inzien, dan zou dat wat mij betreft een goede richting zijn voor specifiek de Nederlandse film, in die zin dat je toch een kleiner land bent maar daardoor weer voordelen hebt boven de Hollywood studio’s en volgens mij moet je die uitbuiten. Ja, ik hoop het van harte.

Jelle: Onze kracht ligt ergens anders. Wat is die kracht van Nederland, vind jij?

Marcel: Nou, ik denk dus dat onze kracht kan liggen in het feit dat we ontzettend veel goede acteurs hebben en we hebben relatief veel tijd. Want ook een studio zal niet zoveel..eh, ja die moet ook geld investeren om met sterren te kunnen werken. Je weet dat de budgetten van Hollywood films en van grote films die
worden voor, ik weet niet hoeveel procent maar in ieder geval voor een groot deel bepaald door de gages van de acteurs. Dus dat hebben wij hier allemaal niet. Dus wij kunnen relatief in de luwte lekker met elkaar aan de slag
en ik denk dat in die diepgang, dat daar een kracht ligt. Ook vanwege het feit dat als je een groter budget hebt hoe meer mensen je nodig hebt om dat geld bij elkaar te krijgen, dus hoe meer mensen er iets over je film willen gaan zeggen.

Jelle: Is het dan heel kort samengevat van: laten we minder kijken naar wat Hollywood doet en dat proberen na te doen, en laten we gewoon vanuit onze eigen kracht gaan werken?

Marcel: Ja. Maar dat lijkt me bijna evident. Dat is wel waar ik voor zou pleiten, want je merkt dat daar ook de pareltjes uit voortkomen. Ik vind het ook grappig dat.., ik heb het gevoel dat.., het wordt natuurlijk allemaal steeds veel commerciëler en natuurlijk is het belangrijk dat er ook mensen naar de bioscoop komen en naar de televisie kijken. Het is toch een massamedium. Dus je maakt iets voor veel kijkers. Maar ik heb wel het idee dat mensen vaak het idee hebben dat het eigenlijk alleen maar daarover gaat, om het publiek aan te spreken en dat er heel veel concessies daarin worden gedaan. Je merkt dan worden er dingen geproduceerd die heel erg lijken op dingen die al eerder succes hebben gehad.
Terwijl ik denk dat wanneer je op de langere termijn kijkt, dan zijn de echt succesvolle dingen nu juist die die uit een unieke geest zijn ontstaan, aparte ideeën. Die leven toch het langst, denk ik.

Jelle: Kun je noemen waar je dan aan denkt, aan wat voor films je dan denkt?

Marcel: Nee. Maar waar ik nu aan denk, wat wel een grappig voorbeeld is: dat jaren geleden iemand met het idee van Pirates of the Caribbean kwam bij een filmstudio en dat ze echt zeiden: ja maar daar zit toch niemand op te wachten? Een zwaard- en degenfilm? Ja en dus wél! Weet je, mensen kunnen absoluut niet inschatten of dat zo is en dat is als je kijkt naar alle bijzondere filmmakers, zeg maar, de mensen die de uitzonderlijke films maken, die ik in elk geval belangrijk vind, dat zijn niet die van mainstream films, zeg maar. Dat zijn soms films die zijn geflopt toen ze uitkwamen, maar naderhand toch wel zo briljant zijn gebleken en daarna ook enorm school hebben gemaakt.
Bijvoorbeeld een film als The Big Lebowski heeft het misschien in het begin helemaal niet goed gedaan toen die uitkwam, maar inmiddels verkopen ze er nog steeds t-shirts van, zeg maar.

Jelle: Ja, mooi. Dus het gaat dus eigenlijk inderdaad niet om de lancering en wat het dan doet, maar het gaat erom wat een product op de lange termijn laat zien.

Marcel: Ja, wat mij betreft wel. Want het zijn wel de dingen die er echt uitspringen. En dat zijn altijd de dingen die iets heel eigens hebben. Volgens mij moet je altijd op zoek gaan naar die eigenheid in een idee of in een maker of in een acteur of wat dan ook.

Jelle: Ja. Nou, ik heb ook een..eh.., mijn eerste interview was met Pieter Kuijpers
en je hebt zelf samen met Pieter Kuijpers Pupkin films opgericht in 1997; 10 jaar geleden ben je daar weggegaan. Ik heb het ook met Pieter erover gehad wat hij het liefste wilde maken, hè, zijn verhaal. En dat was voor hem Van God Los, ja echt het verhaal dat hij wilde vertellen. Als jij nou kijkt naar wat jij hebt gemaakt, wat zijn dan jouw films of verhalen, als we dan kijken naar onze eigen kracht, die helemaal uit jou kwamen?

Marcel: Ja dat is wel ..eh. Nou, het is wel grappig want ik heb daar natuurlijk ook wel eens over nagedacht. Je bouwt niet per se aan een carrière, zeg maar. Je blijkt op een gegeven moment een carrière te hebben en daar maak je bepaalde keuzes in en dan denk je van: welke kant wil ik op. En in mijn leven blijkt heel vaak dat de kant die ik dan op wil en dan net als ik een besluit heb genomen, dat er iets op mijn pad komt waardoor ik denk: nee, ja ik ga toch de andere kant op. Maar je denkt heel vaak daar wel over na, wat voor projecten zou ik nou willen doen en ik moest laatst toevallig denken dat de dingen waarvan ik de meeste voldoening had eigenlijk juist de kleine projecten zijn die ik zelf heb geïnitieerd. Dat zijn dan projecten die allemaal niet zo zeer commerciële successen zijn geweest, maar eigenlijk zijn ze allemaal..eh hoe noem je dat..artistieke successen geweest. Ze hebben goede kritieken gehad en dat soort dingen.

Ja en dan kom ik eigenlijk op mijn allereerste korte film, Elvis Leeft!, die ik nog met Pieter heb gemaakt. Die hebben we helemaal in eigen beheer gemaakt omdat we dachten: we willen een korte film maken . En onze insteek was eigenlijk: laten we vooral een heel leuk weekend hebben, want we hebben hem in twee dagen gedraaid en dan zien we daarna wel of er een goede film uit komt. En dat kwam. Dat is eruit gekomen. Een ander voorbeeld dat ik net noemde is Linoleum, die ik ook helemaal met die acteurs heb gemaakt en waar ik dus ook eigenlijk alle artistieke vrijheid heb gehad. Dus, ja vervolgens ga ik daarom .., nu ben ik steeds meer op zoek naar: ok hoe kun je dat dan het beste combineren. Artistieke vrijheid en toch ook een beetje budget. En je moet er ook van kunnen leven of je moet er in elk geval niet aan onderdoor gaan, zeg maar, financieel.

Jelle: Ik denk dat dat ook een grote worsteling is van veel acteurs inderdaad.
Je hebt aan de ene kant geld verdienen en aan de andere kant artistieke, mooie dingen blijven maken. Wat zou je tegen een acteur zeggen die daar mee worstelt?

Marcel: O, dat vind ik…hè, je hebt allemaal moeilijke vragen. Ik betrap me erop dat ik denk: hè, ooh wat een moeilijke vragen. Nee, ik kan alleen maar een beetje., ik vind het moeilijk om dat tegen anderen te zeggen, ik kan alleen maar vertellen hoe het bij mij is gegaan, zeg maar. En volgens mij moeten mensen zelf maar daaruit opmaken of dat voor hen ook zou werken of niet. Maar bij mezelf ben ik eigenlijk nog niet eens zo gek lang geleden erachter gekomen dat het bij mij het beste is als ik of weet dat ik iets goedbetaald doe, zeg maar, en dat is dan de televisieseries die ik regisseer en dat doe ik voor een inkomen, zeg maar., om gewoon van te kunnen leven. Wat helemaal niet wil zeggen dat ik het vervelend werk vind.

Integendeel, ik vind het heel leuk werk en het is ook nog niet zo dat ik alles maar doe om geld te verdienen, weet je. Dus ook daarin ben ik best wel kieskeurig. En aan de andere kant probeer ik projecten te doen en te maken waarvan ik weet dit doe ik voor mijn artistieke voldoening. En daar wil ik dan proberen om niet gelijk te denken: ja dan moet ik er ook mijn geld aan verdienen. In het verleden ben ik er best wel eens tegen aangelopen dat ik dingen voor allebei tegelijk deed, zeg maar. Dus dat je een film maakt én om er je geld mee te verdienen én uit artistieke overweging. En heel vaak kom je daar dan later teleurgesteld uit, want dan blijkt dat je op het artistieke vlak net iets teveel concessies hebt moeten doen en op het financiële vlak, nou ja, dat je wel geld hebt verdiend maar niet de voldoening hebt die je wilde hebben.

Jelle: Waarom?

Marcel: Ja, ik vind dat best wel.., daar ben ik nu op aangekomen, maar nu zit ik natuurlijk wel in een soort van luxe positie. Dat ik er al ben, weet je. Ik krijg al werk aangeboden en kan al een beetje kiezen, dus het is, dat realiseer ik me wel, een luxe positie.

Jelle: Ja, dus eigenlijk de balans vinden tussen wel projecten doen maar sowieso heel veel tijd vrijhouden voor je eigen artistieke plannen, dat wat je zelf wilt maken.

Marcel: Ja en dat staat heel vaak op gespannen voet met elkaar. Dat merk ik nu ook, want als je dan in een project zit, zo’n tv-serie die je draait dan kun je niet twee dingen tegelijk doen. Als ik dan aan een script van mijn eigen film werk, dan merk ik toch dat dat opschuift. Dus op een gegeven moment moet je dan zeggen ok dan heb ik deze maanden vrij om voor mezelf te werken. Ja en nogmaals, ik worstel daar ook nog steeds mee. Ik hoop ook dat ik op een gegeven moment wat kan verdienen met de dingen waar ik ook artistieke voldoening uit haal, want het is natuurlijk het toppunt als je dat kan bereiken, of als je het bereikt hebt.

Jelle: En jij hebt nu al heel veel gemaakt. Ook veel creatieve processen meegemaakt. Wat zijn jouw grootste lessen die je tot nu toe hebt geleerd van al die creatieve processen, al die dingen die je tot nu toe in de wereld hebt gebracht?

Marcel: Ja. Wat bedoel je dan qua lessen?

Jelle: Nou, met Pieter Kuijpers had ik het heel erg over het schrijven van een verhaal.
Dus ja, eigenlijk het hele proces van een film maken, van begin tot eind. Dat heb je dus al vaker meegemaakt nu als mens. Wat zijn jouw grootste lessen van 0 tot 10 in een creatief proces van filmmaken tot nu toe?

Marcel: Ja. Jeetje, ja, het is inderdaad nogal verschillend of je het dan hebt over een film schrijven of iets regisseren. Kijk, ik doe allebei, dus ik regisseer soms dingen die al bestaan, afleveringen van series waar ik pas in een heel laat stadium in het proces kom en dat heeft ook een heel andere dynamiek dan wanneer je zelf zo’n project opzet of samen met een producent ontwikkelt. Omdat je met name bij die series, en dat is toevallig wat ik de laatste tijd het meeste heb gedaan eigenlijk, in een omgeving komt waar je de mensen niet zelf kan uitzoeken, dus er zijn mensen die er al op zitten. Die net zoals jij gevraagd zijn door de producent om daaraan te werken. En ik merk dat dan een creatief proces toch op een hele andere manier werkt dan wanneer je vanaf dag nul met z’n allen bij elkaar gaat zitten en bedenkt; wat zullen we nu eens maken. Ik zit te denken wat ik er voor goede les uit zou kunnen destilleren.

Ja, waar het volgens mij bijna altijd op neerkomt, of misschien wat wel de belangrijkste les is, is toch blijven communiceren. Ja het klinkt heel simpel. Maar heel veel van de problemen die ik de laatste jaren, en eigenlijk alle jaren ben tegengekomen in het maken van films of televisieseries is dat mensen niet communiceren en niet duidelijk zeggen wat ze willen en hoe langer je dat niet zegt, hoe groter de verrassing als uiteindelijk blijkt dat mensen volkomen langs mekaar heen hebben zitten werken. Dus het is volgens mij ontzettend belangrijk om.., ik heb wel eens meegemaakt dat ik tijdens een proces erachter kwam dat je bij wijze van spreken al een jaar met iemand aan het werken bent
en dat jij een romantische komedie wilt maken en de producent zegt: ja maar ik had meer een actiefilm in mijn hoofd.

Dat zijn van zulke basisdingen dat je denkt ‘Duh’, maar het komt heel vaak voor. En dat komt op elk vlak denk ik voor. Misschien daarom ook dat ik, toen we het in het begin hadden over acteren, dat ik dat zei van vragen durven stellen, communiceren. Dat is toch .. Kijk elke keer of je hetzelfde aan het maken bent en of je op de goede weg bent en probeer dat op verschillende manieren van elkaar te toetsen. En wat je zou moeten bereiken, maar dat is een heel lastig punt zeker als je werkt met mensen die je niet zelf hebt uitgekozen, is dat het hele creatieve team bestaat uit mensen die je misschien helemaal niet zo goed kent. Maar je moet eigenlijk alles tegen elkaar kunnen roepen en kunnen zeggen aan ideeën en dat je dan niet afgestraft wordt als het een heel stom idee blijkt. Ja die openheid is het belangrijkst en die is tegelijkertijd ook het moelijkst te bewerkstelligen omdat iedereen natuurlijk een ego heeft en een plek die ze hebben veroverd en waar ze niet van af willen, zeg maar, in het proces. Dus dat is echt een van de moeilijkste dingen, hoe simpel het ook klinkt. Het is openheid en weten wat je aan het maken bent en of dat klopt.

Jelle: Mooi. Wat zijn voor jou inspiratiebronnen en grote voorbeelden op het gebied van film?

Marcel: Oh, eh..ja, nou dat verschilt nog wel eens. Ik heb toen ik klein was eh.., mijn vader had een 16 mm projector toen. Ik ben opgegroeid voor de tijd van de video, zeg maar, en toen hadden we altijd stomme films. Die huurde hij en vertoonde hij gewoon thuis tijdens verjaardagen en feestjes enzo en daar heb ik wel een voorliefde voor met name Buster Keaton aan overgehouden. En dat blijft op de een of andere manier nog steeds een inspiratie voor mij en dat zit hem met name in de combinatie tussen comedy en drama.

Dat zit ‘m eigenlijk in..eh , ja humor is des te leuker als er eigenlijk niks te lachen valt, zeg maar. En hoe pijnlijker de situatie, hoe beter eigenlijk. Dat is eigenlijk in alle dingen die ik maak wel waar ik naar zoek, naar iets wat lekker schrijnend kan zijn, lekker pijn kan doen. Het kan heel licht of heel zwaar zijn, dat kan nog alle kanten op.

Jelle: Tragikomisch.

Marcel: Ja. Buster Keaton is daarin wel echt een groot voorbeeld voor mij en de laatste tijd vind ik steeds meer, omdat ik mezelf wel een beetje als een acteurs-regisseur zie, ik vind een acteur echt de basis voor een film. Omdat ik ook de overtuiging heb dat als je de acteur niet gelooft, of als je niet met hem mee kan gaan, dan kun je er nog zo’n mooi licht op zetten, er nog zulke mooie special effects tegenaan zetten, maar dan gaat het publiek toch niet mee. Het publiek gaat in eerste instantie met die acteur mee, dus daar zit volgens mij altijd de basis. Dus dan kom je toch wel redelijk snel in Denemarken en Scandinavië terecht gek genoeg. En iemand als Susanne Bier is voor mij dan ook wel een grote inspiratie, met name de laatste jaren.

Jelle: Ok. En heb je een favoriete filmscène, een scène die nu in je opkomt waarvan je denkt, nou dat is zo’n magistraal mooie of goede scène?

Marcel: Ja. Nou, dat is niet echt een scène,maar dat is nu inderdaad wat als eerste in me opkomt en dat heb ik nu al een tijdje niet meer gezien. Maar dat was een tijd geleden als ik het eventjes niet meer wist, dat ik dacht, misschien moet ik wel iets heel anders gaan doen dan regisseren, misschien moet ik wel uit de film of iets dergelijks. Dan zette ik vaak Goodfellas op en in Goodfellas zit een sequentie, een beetje aan het eind van de film. Ik weet niet of je de film kent?

Jelle: Ik ken hem, maar ik heb hem nog niet gezien nee.

Marcel: Nou ok. Aan het einde zit er een sequentie, het gaat over Henry Hill, een jongen die diep in de maffia zit en dan voel je al aankomen aan het eind dat hij gearresteerd zal worden. En eigenlijk de hele aanloop naar zijn arrestatie is zo lekker gemonteerd, dat is zo’n lekkere sequentie waarbij hij …, ondertussen cirkelen er helicopters boven z’n auto en dan moet hij nog eventjes een paar pistolen aan iemand verkopen. En dan komt hij weer thuis en dan moet hij zijn broer weer opdracht geven om in de pastasaus te blijven roeren. En je voelt met hem mee, het zweet staat bij wijze van spreken net zo op jouw hoofd als kijker als bij hem in de film en dat is echt een inspirerende sequentie die ik echt wel eens heb opgezet als ik het niet meer wist. En dan zette ik die op en dan wist ik het weer: ja, nee we moeten films maken. Dat is toch het mooiste wat er is.

Jelle: En bij welke film heb je het hardst gehuild?

Marcel: Ja, dat weet ik natuurlijk nooit precies. Ik huil sowieso niet zo heel vaak bij films, maar ik heb wel Lone Star van John Sayles. Die kan ik me herinneren want die heb ik op het filmfestival in Rotterdam gezien. En die film gaat helemaal over vader-zoon relaties en mijn vader was toen nog niet zo heel lang geleden overleden en mijn vader is ook een van de oprichters van het filmfestival in Rotterdam. Dus toen zat ik op het filmfestival en zag ik die film die ontzettend over vaders en zonen ging en die kwam zo ontzettend hard binnen dat ik denk: ja dat was wel raak, zeg maar.

Jelle: Lone Star

Marcel: Lone Star, ja. Het is ook echt een acteursfilm.

Jelle: Ja. En het hardst gelachen?

Marcel: Het hardst gelachen. Ja, het eerste dat me dan te binnen schiet zeg ik dan maar meteen. Dat is toch The Blues Brothers. Ik moet zeggen dat ik niet zo vaak meer dat soort genre Amerikaanse comedies kijk, maar dat was toch vond ik een tamelijk briljante film omdat er goede muziek in zat en gortdroge humor en alles enorm over de top en heel veel verwijzingen naar andere genres. Ja, dat was wel een geslaagde komedie vond ik zelf.

Jelle: Ok. Nou, top. Nou Marcel, hartstikke bedankt voor dit, voor al deze waarde.

Marcel: Ja, nou ik hoop dat je er wat aan hebt.

Jelle: Zeker weten, zeker weten.

Marcel: Ik ga zo zelf ook in éen keer nadenken over dingen waar ik nog nooit over nagedacht had. Dat is ook wel gek.Van die dingen over: hoe pak je dat aan en
sommige tips die je dan kan geven en het klinkt heel stom maar ik heb eigenlijk geen methode waarop ik dingen doe. Op een gegeven moment doe je maar wat. M aar er blijkt toch wel een systeem achter te zitten., als ik zo naar mezelf luister.

Jelle: Als we het dan toch nog over tips hebben, wat zijn dan tips voor acteurs op de set. We hebben nu al die met een auditie besproken. Maar uiteindelijk ga je dan van de auditie-vloer naar de set en dat is natuurlijk een totaal andere omgeving, een totaal andere manier van werken, voorwaarden, regeltjes, noem maar op..
Wat zou jij voor tips geven aan acteurs die op de set staan?

Marcel: Nou, daar is echt eigenlijk wel het belangrijkste om heel goed voorbereid te zijn. En met name ook voorbereid te zijn op het feit dat je heel weinig tijd hebt. Dus er niet van schrikken als je maar twee of drie takes heb om iets te doen.

Dus daar kan je volgens mij maar het beste goed voorbereid zijn en ja, het klinkt heel stom maar uitgerust zijn zodat je je echt kan focussen. Het is zo’n rare energie op zo’n set. Als acteur kan je je soms twee uur dood zitten te vervelen maar dan ineens moet je naar de set toe en dan moet het er ook in een half uurtje op staan. En wat dat betreft misschien ook wel een tip als je nog niet zoveel set-ervaring hebt en je bent op een set, dan is het slim om niet in een hoekje te gaan zitten Candy Crushen met je iPad maar kijk eens hoe zo’n set werkt.

Jelle: Geweldig. Ja.

Marcel: Als je gewoon je ogen de kost geeft dan kan je zo ontzettend veel leren en daar heb je echt wat aan als je zelf aan de beurt bent, zeg maar. Dan weet je precies wat iedereen doet en volgens mij is dat ‘t. Tot mijn verbazing zie ik soms acteurs die nog zelden op een set zijn geweest en daar gewoon zo’n beetje in een hoekje gaan zitten, terwijl ik denk: kijk om je heen, hier kan je ontzettend veel van leren.

Jelle: Ik zat er laatst ook over na te denken. Je hoort vaak op sets: ja, het is zo lang wachten, wachten, wachten. En laatst kreeg ik ineens een ingeving van ja wachten? Wachten is eigenlijk gewoon de stempel die jij op je kostbare tijd drukt. Jij bepaalt dat jij nu in een wacht-modus gaat zitten terwijl je misschien op dat moment heel veel kan leren of een boek kan lezen of noem maar op. Dus dat vind ik inderdaad wel gaaf dat je dat nog zegt.

Marcel: Ja, geef je ogen de kost. Hoe vaak heb je de kans om gewoon te observeren hoe een filmset werkt. Dat heb je echt niet zo gek vaak, dus als je er toch bent, dóen, zou ik zeggen.

Jelle: Ja. Ik heb nog een laatste vraag. Iets waar ik heel benieuwd naar ben. Jij bent afgestudeerd aan de Universiteit van Utrecht in film- en televisiewetenschap, als ik het goed heb.

Marcel: Ja, dat klopt.

Jelle: Wat zou jij nu zeggen tegen de Marcel die afstudeert?

Marcel: O, wat een grappige vraag. Ja, wat zou ik nu tegen hem zeggen. Ik zou toch zeggen dat hij minder zou moeten doen, eh..hoe kan ik dat het beste formuleren. Dat hij meer zijn eigen gang kan gaan. Dat vertrouwen hebben. En niet de dingen doen waarvan je denkt dat die van je verwacht worden, als je snapt wat ik bedoel. Je denkt heel vaak als je van een school af komt: oh dan wordt verwacht dat ik dit moet doen en ik moet misschien die carrièrestap maken en ik moet zorgen dat ik daar bij kom en daar. Nee, eigenlijk gewoon vertrouwen op je onderbuikgevoel en durven anders te zijn. Durf jezelf te zijn, ja dat klinkt heel corny.

Jelle: Ja, uiteindelijk ga je dan een beetje naar het cliché toe, maar ja, ik ..

Marcel: Maar je snapt wel wat ik bedoel. Durf van de gebaande paden af te gaan en vind die modus, die manier van werken die bij jou past.

Jelle: Ja. Ze hebben onderzoek gedaan naar dat waar mensen het meeste spijt van hebben vlak voordat ze komen te overlijden.

Marcel: Oh, ja?

Jelle: Nummer 1 is: ik wou dat ik een leven had geleid, niet zoals anderen het van me verwachtten, maar zoals ik het zelf had gewild. Dus, ja, dat is precies wat jij zegt eigenlijk. En ik denk dat dat enorm leerzaam is voor iedereen.

Marcel: Ja. Ik denk dat dat in dit werk met name is, want wat ik net al aanhaalde, de bijzondere dingen worden gemaakt door de mensen die van de geijkte paden durven af te gaan. En dan moet je ook niet willen dat je hele leven een aaneenschakeling wordt van bijzondere momenten, want daar word je volgens mij ook doodmoe van. Maar ik prijs mezelf ontzettend gelukkig met het werk dat ik doe en ik denk dat ik nu wel goed bezig ben met te doen wat ik zelf wil doen in plaats van wat anderen willen dat ik ga doen. Maar als je inderdaad vraagt over na mijn studie, ja dan had ik dat inzicht wel wat eerder kunnen hebben.

Jelle: Super bedankt, Marcel. Ik vind dit een mooi slot. Ja, het is wel een beetje een rode draad die je door het interview ziet gaan. Maken vanuit je eigen kracht eigenlijk.

Marcel: Precies.

Jelle: Ja. Dank je wel.

Marcel: Ok, graag gedaan en succes verder.

Jelle: Bedankt Marcel. Tot ziens!