Diederick Koopal over levenslessen en acteurs

In deze zesde aflevering interview ik Diederick Koopal. Diederick regisseerde de Marathon en Bloed, Zweet en Tranen. In dit interview vertelt hij wat voor hem de mooie dingen in spel zijn, de levenslessen die hij tot nu toe heeft geleerd en wat hij zoekt in een acteur.

In deze aflevering van 59 minuten bespreken Diederick Koopal en ik:

• Wat hij zoekt in een acteur
• Waar hij op let tijdens een auditie
• Afknappers tijdens een casting
• Hoe hij regisseert
• Hoe hij het Nederlandse filmklimaat zou veranderen
• Wat hij van het Nederlandse filmklimaat vindt
• Zijn advies voor regisseurs die net beginnen
• Zijn advies voor acteurs die net beginnen
• De worsteling geld en kunst
• De film die hij nog wil maken
• Zijn inspiratiebronnen en voorbeelden
• Bij welke film hij het hardst heeft gehuild en gelachen
• De belangrijkste lessen die hij tot nu toe heeft geleerd over film maken
• Zijn belangrijkste levenslessen tot nu toe

 

Download | iTunes | Overcast

SHOW NOTES

De Marathon
Bloed, Zweet & Tranen
• Marc Bechtold (editor de Marathon)
• Richt Martens (dramaturg)
• Dana Linssen (dramaturg)
• Jeroen de Bruin (camera De Marathon)
• Bert Pot (camera Bloed, Zweet & Tranen)

The Killing
Borgen
The Bridge
Brothers
Susanne Bier
Spike Jonze
David Fincher

• Sideways
• The Godfather
• Jaws
• National Lampoon’s Vacation
• John Belushi
• Dan Aykroyd
• Sophie’s Choice
• Schindler’s List

• Frank Lammers
• Hadewych Minis
• Martijn Fischer

TRANSCRIPT

Jelle: Diederick, welkom in deze podcast ‘Jelle Derckx interviewt’

Diederick: Ja, dank je wel. Leuk

Jelle: Mijn eerste vraag is altijd: wat zoek jij in een acteur?

Diederick: Poeh, ik zoek in een acteur iemand waarvan ik denk en hoop, maar vooral uiteindelijk ik denk, dat zij de rol die ik voor ogen heb goed kunnen invullen, maar misschien ook nog wel beter kunnen invullen dan ik zelf had gedacht.

Dat is het streven, dus op het moment dat ik zoek naar een bepaald .., hè, je hebt hier te maken met een script, met bepaalde personages. Die personages ga je in je hoofd vorm geven. Hoe wil je dat ze over gaan komen. Wil je dat ze het gaan spelen. Wil je dat ze gaan ‘zijn’ eigenlijk, dat is misschien wel een heel belangrijk ding. Dat je niet gaat spelen, maar dat je het op een gegeven moment ‘bent’. Ja, en dat ligt dus enorm aan de rol en het personage dat vorm gegeven moet worden, daar zoek ik dan mijn acteurs bij. Dan maak ik met een castingbureau of al zelf een lijst van mensen, namen en voorbeelden waarvan ik denk: nou, dat zijn types waarvan ik denk dat ze de rol goed kunnen neerzetten.

En dan is het ook vaak zo met een castingbureau dat ze zeggen; joh, maar misschien moet je eerst eens hieraan gaan denken of daaraan of aan deze persoon eens gaan denken. Nou, dat kan heel goed. Dat kan heel goed uitpakken. Soms niet, ja, dan blijkt er toch iets te zitten. Dat wil helemaal niet zeggen dat de acteur of actrice in wezen dan niet goed is, maar voor deze specifieke rol dan net niet. Weet je wel, dat kan. Ik zoek eigenlijk naar de mensen die het personage zo kunnen neerzetten als ik hoop en verwacht dat het voor de film goed is.

Jelle: Ja. Het liefst word je dan tijdens de casting nog verrast met iets, waarvan je je niet had voorgesteld dat het ook zo kon in een rol, hè..

Diederick: Ja.

Jelle: Kun je daar een voorbeeld van geven. Iets wat is voorgevallen?

Diederick: Nou ja, het zijn bijvoorbeeld bepaalde handelingen. Ik heb bijvoorbeeld gewerkt… In de film De Marathon had ik een gedachte over dat ik vier garagejongens moest casten en ik had al een gevoel hoe dat moest zijn met mekaar. En onder andere Frank Lammers, die eigenlijk de enige niet-Rotterdammer was die daarbij zat maar wel het accent uitstekend beheerste, die voegt dan een dingetje toe, bijvoorbeeld hoe die zijn sigaret vasthoudt. Want ze roken allemaal in die film en dat deed hij op zo’n specifieke manier dat ik meteen voelde: ja, dat klopt. Dat heb ik ze ook zien doen in een garage.

Want ik heb veel onderzoek gedaan, ik ben ook gewoon in een garage gaan zitten ook om te kijken hoe die mensen met elkaar omgaan en die had meteen een paar dingetjes, ook in zijn fysiek, waarvan ik dacht: hé dat is wel interessant, dat klopt. Want dat zijn.. oh, het lijken details maar het zijn hele belangrijke dingen om zo’n personage weer te geven en dat zit hem niet zozeer in het praten of in de dictie, maar dat zit hem dan in de lichaamstaal. Nou, en daar kijk ik dan enorm naar. Ik hou enorm van details, omdat details vaak een heel groot deel van het verhaal invullen. Dus dat zijn voor mij de belangrijke dingen. En ik zag bijvoorbeeld bij Hadewych Minis, toen zij voor de rol van Rachel auditeerde, toen zag ik toch ook een soort van onzekerheid.

Het was allemaal niet zo perfect en dat was precies goed . Waarvan ik dacht: ja, jij gaat dat heel goed neerzetten. Die onzekerheid is een heel belangrijk onderdeel, zonder dat ik het zelf besefte, van bijvoorbeeld de rol die Rachel moest zijn.

Allemaal dat soort dingetjes, daar kijk ik gewoon naar. En dat is soms helemaal niet bewust door een acteur, maar het moet wel op een gegeven moment komen. En dan merk je dat sommige acteurs geschikter zijn dan andere acteurs. Hoe goed ze ook zijn, hè. Ik heb soms hele goede acteurs die je niet neemt omdat bijvoorbeeld hun fysiek of ..eh..ja iets net niet is wat je wel zou willen zien in die rol. En een ander doet dat ineens wel. Ja, soms hebben ze het niet eens door, maar dan zie ik dat en dan onthoud ik dat en dan ga ik later eens kijken of dat past.

Jelle: Ja. En zijn er meer dingen waar je op let tijdens een casting?

Diederick: Nou ja, kijk, ik geef ze handvatten over de gemoedstoestand van de scène, ik geef ze handvatten over het personage zelf: zijn ze onzeker, zijn ze bang, zijn ze optimistisch of negatief. En dan kijk ik gewoon hoe ze dat dan invullen. Ik ga dus niet zeggen hoe ze het moeten doen, ik geef alleen het gevoel mee en dan kijk ik hoe ze dat vertalen. En dat vertalen zit hem, omdat we te maken hebben met film, ook voor een groot deel in hun fysieke handelingen.

En dan heb ik het niet over hele grote handelingen, maar het kan gewoon een blikje zijn, ja, bepaalde dingen die ze doen met hun handen. Alles wat optelt aan het gevoel dat je wilt zien. Dus wat dat betreft hou ik echt van details en niet alleen bij acteurs, maar ook bij art direction en dat soort dingen omdat je juist met zo’n beeld zo heel veel kan vertellen.

Jelle: Ja, mooi. Met kleine beweginkjes kan je al heel veel laten zien. Dus dat is dan wel specifiek iets waar je naar kijkt ook bij die acteurs. Naar die lichaamstaal die je al.., zeg maar, het roken wat je noemde van Frank Lammers, dat zijn voor jou focuspunten.

Diederick: Jaja, zeker. En een mooi voorbeeld is, hè.. Ik laat het vaak aan acteurs zelf over, soms bedenk ik zelf iets. Kijk, wat het is: ik probeer altijd cliché’s te vermijden. Dat klinkt misschien gek, maar wat ik daarmee bedoel is: stel iemand is uitermate angstig en onzeker. Nou, dat kan je op heel veel manieren neerzetten en wat je vaak ziet en waar het voor mijn gevoel vaak misgaat, is dat als acteurs dat neer gaan zetten door hele grote ogen op te zetten, bang om zich heen te kijken, schichtig zijn in hun blik, hè.

Dat zijn dingen waarvan ik denk: ok, dat ken ik wel . Wat ik dan bijvoorbeeld bedenk is van : waar zit die onzekerheid nu in en dan heb ik bijvoorbeeld.., dat zie je een aantal keren terugkomen in de film Bloed, Zweet & Tranen, met dat kleine jongetje, maar ook als André zelf ouder is. Dat is namelijk die vingers van hem hè, die handen, samengeknepen, het samenknijpen van handjes. Dus ik hoef niet eens een blik te laten zien, ik kan die handjes, die vingers samenknijpen, terwijl hij daar weer moet zingen. Dat soort dingen. Nou, dat vind ik dan een heel mooi fysiek beeld wat zegt: angst en onzekerheid. En..eh..dat gebruik ik dan.

Jelle: Ja. En je had het net ook over dingen die dan niet werken op een casting. Zijn er meer afknappers die je kunt noemen, tijdens een casting, waarvan je denkt: doe dat maar niet? Dingen die je observeert?

Diederick: Nou, dat vind ik altijd.. kijk, op het moment dat ik iets zie, hè, en ik weet dat ik een hele goede acteur of actrice tegenover me heb en hij gaat een bepaalde rol aannemen, dan voel ik, nou dit is het niet wat ik zoek. Dus dat geef ik dan wel aan,. Dan zeg ik: nou laten we eens kijken of we het kleiner kunnen krijgen of misschien moeten we het accent eens even weghalen, weet je. Sommige mensen beginnen met accenten of beginnen met dingen terwijl het misschien helemaal niet nodig is. Het moet over komen op een hele naturelle manier. En weet je, dat is een beetje het probleem..Kijk, ik ben natuurlijk in die hele filmwereld en acteurswereld niet zo geïnvolveerd als anderen, want ik kom uit een heel andere hoek. Maar ik weet wel wat ik wil en ik heb ook ervaren dat.., we zijn in Nederland hè. Nederlandse acteurs komen allemaal van toneelscholen hè, je leert daar acteren.

De traditie in Nederland is toneel en toneel heeft een eigenschap laten we maar zeggen, en die moet je ook vaak hebben, dat je speelt voor een publiek, een vast publiek en dat zit in de zaal. Er zitten mensen vooraan en er zitten mensen achteraan. Dus de emoties die je toont op het toneel moeten ook voor iedereen te zien zijn. Waardoor er iets ontstaat als groot spel, om het zo maar even te zeggen. Want achter in de zaal moeten ze ook zien dat je bang bent of dat je verdriet hebt of dat je blij bent. Nou, dat wordt vaak, en daar ontkom je soms ook niet aan, groter uitgespeeld omdat iedereen dat moet kunnen volgen. Je kan op het toneel niet te subtiel zijn want dan komt het gewoon niet over. Maar film? Bij film zit het publiek ongeveer 3 cm van je hoofd bij wijze van spreken.

Ik zeg wel eens tegen acteurs: ik kom zo dicht bij je, ik wil niet eens dat je het speelt, ik wil alleen maar dat je het denkt en dan heb ik al genoeg. Een oogopslag of een, een, iets heel kleins, een trilling. Martijn Fischer die heeft natuurlijk jarenlang op het toneel gestaan als André Hazes, hè, en moest dat groot spelen. En toen ik het er met hem over had om deze film te doen heb ik ook tegen hem gezegd: kijk, wat ik wil, we gaan iets heel anders doen. En ook in jouw spel zal het heel anders zijn. Je moet het..en ik wist dat hij dat beheerste want het is een uitstekend acteur, een heel goed acteur, dat hij die kleinheid tot in de millimeter kon doen. Hij kon het denken. Hij kon het zelfs zo bedenken in zijn hoofd, de angst en de onzekerheid dat hij het op kon brengen om een lipje te laten trillen en als wij er dan wat zweet bijvoegden dan gaf het helemaal zo’n geloofwaardig beeld van iemand die angst had. Daar hoefde je niks meer aan te doen. Dat vind ik mooie voorbeelden.

Hè, dat het als filmacteur veel meer in je hoofd moet plaatsvinden en ja, laten we maar zeggen, waarin je je in het fysieke van het spelen van een rol uitermate moet beheersen. Nou, dat is heel moeilijk. En daar zie je het ook wel vaak fout gaan. Hè, dat is ook wel iets wat moeilijk is voor acteurs, omdat ze natuurlijk vaak gewend zijn om voor grote zalen te spelen en ze hebben dat ook vaak zo geleerd. Om dat weer terug te brengen naar een soort van..eh..ja, bijna een essentie van denken, in het zijn van het personage. En dan ontstaan er in die ogen en in de gezichtsuitdrukking kleine dingen die zeer geloofwaardig zijn. Nou, dat vind ik altijd mooi.

Jelle: Ja. Dat zijn de diamantjes voor jou, die details zeg maar, die kleine dingetjes die dan ontstaan in gezicht, in lichaamstaal..

Diederick: Ja, maar ja, het zijn niet eens details hè. Het zijn bijna gewoon wezenlijke dingen voor het spel, zoals ik het zie.

Jelle: Ja, ja, ja.

Diederick: Dus als ik een jongetje heb, dat schreeuwt tegen zijn vader: ik wou dat je dood was, zoals in Bloed, Zweet en Tranen, hè, de kleine André, dan schreeuwt hij eerst ik wou dat je dood was en dan komt die vader dreigend dichterbij. Ja, dan moet.. en dat vind ik wel mooi, dat dat jongetje dan op een gegeven moment fluistert. Hè, hij zegt ik wou dat je dood was en dan zegt die vader: wat zeg je! Heel dreigend. Nou, en dat jongetje is dan zo bang, die fluistert: ik wou dat je dood was. En dat werkt dan zo sterk. Want als hij twee keer zou schreeuwen , dan sla je de plank mis, dan gaat het mis. Maar één keer schreeuwen en één keer fluisteren met een enorme intensiteit, ja dan gaat het werken. En dan gaat het heel geloofwaardig werken. Nou, dat vind ik mooie dingen. Weet je wel, het is natuurlijk ..dat zijn niet eens details, dat is gewoon… dat vind ik heel mooi spel. Ja, en daar zoek ik wel altijd naar.

Jelle: En kun je een voorbeeld geven van een moment, dat je eigenlijk al met de film bezig bent. Je hebt een scène voor ogen en de acteur en die wil je eigenlijk een andere kant op sturen. Regisseren in die zin..ja het moet er anders uit zien. Wat zijn dan dingen die jij gebruikt als regisseur om die acteur te sturen?

Diederick: Nou, wat ik ook probeer te vermijden is door op de set..eh..laat ik maar zeggen, er dingen aan toe te voegen en te zeggen van joh, je moet dit eens doen en dat eens doen. Dan wordt het een soort van: doe-mij-maar-na en dan komt het goed. Dat probeer ik echt te vermijden. Wat ik meestal doe..hè want wat wel eens voorkomt, dat je op een gegeven moment een scène opneemt en je kijkt mee door de monitor of je kijkt later terug, of ieder geval een paar seconden later terug, en je ziet gewoon dat het niet werkt. Je voelt hè, nou dat wordt straks een moeilijk ding. Dus we moeten iets anders proberen. En wat ik dan meestal doe, dan neem ik gewoon spelers even mee en dan gaan we een stukje lopen. En dan leg ik alles plat en dan gaan we het erover hebben.

En dan geef ik..ja, dan wil ik dat ze meedenken en dan komen er vaak veel oplossingen, heel veel voorstellen om dingen anders te doen en dingen te proberen. Dan denk ik ja let’s try it. En dan gaan we het gewoon proberen en kijken of dat werkt. Nou, en dat is in veel gevallen zo, dan komt er zelfs iets beters uit dan we van tevoren hadden bedacht. Dus ik ben ook iemand die .. kijk, de essentie van de scène moet duidelijk zijn, maar ik dwing mezelf ertoe om af te wijken op het moment dat de scène beter wordt, hè. Maar de essentie moet wel geraakt worden natuurlijk. Dus ik neem ze mee en we gaan erover praten. En dat kan soms wel eens een half uur of een uur duren. Ik heb wel eens een set van anderhalf uur stilgelegd omdat ik vond dat als we het deden volgens het script het niet goed zou worden en toen heb ik er anderhalf uur voor uitgetrokken om te zorgen dat die scène wel goed werd.

Jelle: Daar was toen ook de ruimte voor, daar werd verder niet..

Diederick: Ja, kijk, die ruimte.. er is natuurlijk nooit ruimte voor iets hè of anders is het gepland of wat dan ook. Maar eigenlijk is de vraag heel simpel: wat willen we? Willen we op tijd klaar of willen we een goede film.

Jelle: Ja precies.

Diederick: Weet je, dus dan is het ook allemaal relatief. Dan is het heel relatief. Kijk,
–als het hele grote scènes zijn waar je heel veel –. Of je hebt te maken met licht, met duisternis hè, dan moet je snel handelen. Maar die druk, ik ken die druk wel een beetje van vroeger in mijn reclametijd. Daar was altijd druk, daar moest het altijd af, het liefst gisteren. Hè, dus dat helpt mij ook op zo’n set op het moment dat er nieuwe dingen bedacht moeten worden,

Dus ben ik gewend om niet zo zeer te denken: o we hebben een probleem maar jezus wat wordt de oplossing. En dat scheelt. Aan de andere kant moet je ook altijd rustig blijven en uiteindelijk er iedereen van overtuigen: jongens, laten we het zo gaan doen dat we de allerbeste film krijgen. En zo nodig, hè dat kan ook best een keer gebeuren, dat ik zeg: ok, deze scène parkeren we en we gaan dat een andere keer nog een keer doen. Dat kan. En ik denk ook, weet je wel, er is vaak veel..dan is tijd en geld natuurlijk relatief hè, want uiteindelijk wil iedereen of het nou de producent is of ik of de acteur of distributeurs, we willen uiteindelijk een hele goede film. Dus het is altijd wel een fijne gedachte als je dat in je achterhoofd hebt.

Jelle: Werk je ook steeds met dezelfde crew?

Diederick: Nee hoor, dat verschilt. Ik geloof dat er bij veel mensen een soort van..ja ik weet niet of ze het fijn vinden om altijd met dezelfde mensen te werken. Nou, dat kan. Ik werk wel altijd het liefst met één editor omdat dat zo’n specifiek verlengstuk is van mij en de film, hè. Daar heb ik dan wel iemand waarvan ik het heel fijn vind om mee te werken. Dat is Marc Bechtold.

Maar ook omdat we elkaar heel goed aanvoelen en weten wat we willen en ook uiteindelijk alles proberen om dat gevoel naar voren te krijgen. En dat is een jongeman. Ik denk een van de beste editors die we hebben. Ik ken hem uit mijn reclametijd en ik zie ook hoe hij film benadert en wat ik heel prettig vind:
een prachtige manier van vertellen.

Jelle: Ok.

Diederick: Dus ik werk niet altijd met dezelfde mensen. Ik werk ook wel met verschillende cameramensen. Ik ben wel heel erg secuur in de voorbereiding met deze mensen. Dus iedereen weet wel wat hij moet doen. Het is niet zo dat ze op de set voor verrassingen komen te staan. Iedereen weet welke kant we opgaan. En daar neem ik heel veel tijd voor. Ik neem heel veel tijd in de voorbereiding.

Jelle: Ja. Als je de zaag goed scherp maakt van tevoren, kun je het beste zagen, zeg maar. Dat is natuurlijk voor jou heel belangrijk. Om dat als voorbereiding goed te doen. Kun je een voorbeeld van..

Diederick: Een voorbeeld waarvan..?

Jelle: Kun je vertellen hoe je dan te werk gaat?

Diederick: Nou ja, hoe ik dan te werk ga. Ik begin natuurlijk met het script en daar neem ik al heel veel tijd voor. Dan heb ik op zeker moment echt het gevoel ja dit script wil ik gaan doen hè,.Of, dit script wil ik gaan bewerken en dan gaan doen, want dat doe ik vaak. Ik bedoel ik kan een script zien en dan voel ik dat er een geweldig verhaal in zit, maar dan heb ik wel iets van ja maar ik ga het wel nog op mijn manier herschrijven of met mensen herschrijven. Nou, daar heb ik ook altijd een vast iemand voor, dat is mijn rechterhand Richt Martens.

Richt Martens is de dramaturg, die helpt mij geweldig met de continuïteit, ook met ideeën. Ze dwingt me om echt alles te onderzoeken en eruit te halen wat er in zit en ze is een fantastisch klankbord. Dus die neem ik altijd in een heel vroeg stadium bij het project. Dat maak je ook niet zo vaak mee. Ze werkt ook met Dana Linssen, die doet dat ook. En ik heb gemerkt in mijn twee films dat het heel fijn is om iemand als Richt te hebben, die normaal eigenlijk een paar weken voor het draaien pas in zo’n project wordt betrokken. Maar die neem ik maanden van tevoren erbij. En dat scheelt me enorm, want die weet dan precies wat ik wil en wat ik voel en ze kan me op de set ook precies sturen, van: joh, dat hadden we afgesproken, denk hier eens aan, je wijkt hier van af, is dat bewust? Hè, die houdt mij constant scherp.

Dat is een heel belangrijk persoon om samen zo’n script te ontwikkelen, zodat je het ook straks met mekaar kan gaan uitvoeren. Ze is ook bij de castings, ik vind haar mening belangrijk. Dus ja, dat zijn mensen die ik graag om me heen wil hebben. Ik besef ook wel eens dat dat misschien niet altijd kan omdat ze bezet zijn of omdat ze een ander stuk hebben of.eh. Maar ik probeer altijd deze mensen hè, bijvoorbeeld Richt Martens of Marc Bechtold, dat ik echt zeg van tevoren: nou, met hun wil ik dat doen. Cameramensen kunnen wel eens verschillen. Ik heb de Marathon gedraaid met Jeroen de Bruin. Dat is prachtig gedaan. Maar ik heb Bloed, Zweet en Tranen gedaan met Bert Pot. Ja dat was met allebei heel prettig werken en het zijn allebei ongelooflijke vakmensen, dus die voegen dan ook heel veel toe aan zo’n film.

Jelle: Ja, je werkt dan wel niet met een vaste crew, maar je merkt wel heel duidelijk dat je mensen om je heen hebt die gewoon heel erg aanvoelen wat jij wilt en waar je het enorm fijn vindt om mee te werken.

Diederick: Kijk, uiteindelijk is het voor een regisseur…., en dat geldt ook voor mijn vorige vak toen ik creatief directeur was van een reclamebureau, voor een regisseur is het het belangrijkste te weten waar hij naar toe gaat, wat hij wil vertellen en de mensen er omheen te verzamelen die dat nog veel beter kunnen maken. En dat is eigenlijk de belangrijkste taak. Dus, ja wat dat betreft .. en ik denk dat dat trouwens geldt voor bijna alles, dat op het moment dat je iets wil maken, dan kan je dat vaak niet alleen. Kijk, op het moment dat je een zelfstandig kunstenaar bent, een doek voor je hebt met kwasten en dingen met muziek of piano, dan moet je het alleen doen. Maar filmmaken is echt een collectieve inspanning. En dat betekent dat je gewoon hele goede mensen om je heen moet hebben. Dus zal al je energie daarin moeten gaan zitten. Ja, en als dat lukt dan is dat fantastisch, want dan werken we hard met elkaar, maar je kan het ook daarna vieren met elkaar dat je iets gemaakt hebt. Ik vind dat altijd heel erg leuk.

Jelle: Ik moet gelijk denken aan de quote “You’re the average of the five people you spend most of your time with” en dat is in die zin met film ook zo.

Diederick: Ja, dat klopt.

Jelle: Wat vind jij van het huidige Nederlandse filmklimaat. Zoals het nu is?

Diederick: Eh poeh! Nou, ik denk dat er nu wel grote sprongen gemaakt worden. Ik denk dat er een generatie opstaat die ambitieus is, ook naar buiten toe, dus die aan buiten de landsgrenzen denkt. Ik denk ook dat dat nodig is omdat Nederland natuurlijk zo’n klein taalgebied is. En je ziet, succesvolle films hier in Nederland dat zijn een bepaald type films. Dat zijn toch een beetje de romantische comedies. Kijk naar bijvoorbeeld ..eh.., maar echt genre-films die kennen we niet, We hadden vroeger natuurlijk de oorlogsfilm waar Nederland goed in was. Maar het drama is toch vaak,,ja, zijn toch een beetje vaak getormenteerde zielen, hè. Er is weinig fantasie vind ik . dus hè, waar het meeste geld mee verdiend wordt in Nederland zijn toch de romantische komedies.

Met alle respect, want die worden ook hartstikke goed gemaakt en die twee Gooische Vrouwen, die toch bij elkaar iets van 3 miljoen bezoekers trekken, Soof, Alles is Liefde. Dat soort films hier in Nederland hè, die lopen goed. Eh..althans daar wordt goed aan verdiend. Maar andere films, ja, daar merk je dat het afzetgebied klein is, dus ik denk dat de tijd dat ..eh.. het zou mooi zijn als de generatie die er nu aankomt zich ook een beetje gaat richten op films die universeler zijn en het misschien ook wel, ja, goed kunnen doen in het buitenland. Want dat is een groter gebied, weet je wel. Dan hoef je er niet gelijk 2 of 3 miljoen te hebben in Duitsland, maar als je er pak ‘m beet tweehonderd duizend hebt in Duitsland, maar ook in Frankrijk, en ook in Japan en ook in Amerika, dan krijgt de Nederlandse film ook meer gestalte. Dat zou ik heel leuk vinden als dat zou gebeuren.

Jelle: Maar dan zou dus wat we maken ook Engels moeten zijn.

Diederick: Nou ja, dat is bijvoorbeeld iets om over na te denken. Ik bedoel, we nemen nu veel Nederlandse acteurs, maar het kan best zijn dat je een verhaal hebt, dat je zegt; goh waarom zou ik niet kunnen werken met internationale acteurs erbij. En dan wordt misschien de spreektaal Engels en dan zeg je: ja maar de accenten in het Nederlands, dat ziet er toch niet uit of dat hoort toch niet..nou ja, dat weet ik niet. We zijn in staat als Nederlander om heel goed Engels te spreken, we hebben goede regisseurs die dingen misschien heel goed kunnen neerzetten, goed begeleiden.

Misschien hè, ik denk..en dat is ook wel een punt waar nog wel heel erg hard aan gewerkt moet worden: en dat zal niet 1,2,3 gebeuren, daar heb je jaren voor nodig. Dat is dat ik denk dat scripts..eh.. ja..nog niet ijzersterk zijn in Nederland. Het is heel moeilijk om een goed script te maken. Ik denk een van de moeilijkste dingen die er zijn. En dat vind ik nog wel een zwakte in Nederland. Ik zie veel scripts en dan denk ik: nou de basis is op zich goed, alleen het is nog niet, ja het is nog niet echt top ofzo. Het is niet goed geschreven. Het is niet goed bedacht, het is niet origineel genoeg of.., weet je wel. En daar begint het wel hè. Dat is wel het fundament van een film.

Ja en als dat dan het zwakke is, dan kan je er hele goede acteurs op zetten, hele goede art directors, hele goede dit..of dat, maar dan blijft het een zwak script. En ja, dat is een probleem. Dus ik zie zeker hele goede dingen, want we hebben veel talent. Ik denk dat de aandacht, hè, die moet ook voor een heel groot deel liggen op script writing en bijvoorbeeld de Scandinaviërs die hebben daarin een enorme slag gemaakt een tiental jaren geleden door scripts te maken. Volgens mij hebben ze allemaal Engelsen en Amerikanen over laten komen, die hebben ze op academies les laten geven en uiteindelijk komt daar een groep uit voort van script schrijvers die The Killing kunnen maken en die Borgen kunnen maken en die Rita kunnen maken en die The Bridge kunnen maken. En hè, Brothers, Susanne Bier, weet je wel. Dat zijn grote talenten en die zie je ook meteen, die hebben meteen wereldwijd emplooi, omdat het gewoon goede schrijvers zijn. Ik denk dat we in Nederland misschien..hè, we hebben natuurlijk goede opleidingsinstituten, alleen ..ja misschien moet het toch beter.

Jelle: Hoe zou jij het klimaat veranderen. Stel jij hebt een magische toverstaf en je kan het veranderen over, zeg maar, vijf jaar. Hoe zou jij dan het Nederlandse filmklimaat over vijf jaar willen zien?

Diederick: Nou ja, kijk, wat ik ook wel eens zie.., kijk alles gebeurt in Nederland, hè. We hebben hier Nederlandse.. ik weet niet hoeveel, toneelacademies en een filmacademie. We hebben heel veel toneelscholen, hè en ook script schrijvers, alles gebeurt in Nederland. En in Nederland begin je dan aan je filmacademie of toneelschool of scriptwriters academie. Dat doe je in Nederland en dan doe je in Nederland stage. Nou, ik denk dat als jij jonge talentvolle scriptschrijvers hebt, misschien moet je dan gewoon affiliates maken met Engeland en met Duitsland en met Amerika en laat ze daar eens een jaar werken, of laat ze daar eens twee jaar werken.

Maak afspraken met verschillende academies voor uitwisselingen. Zorg dat ze goed om zich heen gaan kijken. Neem ze mee naar festivals. Zorg ervoor dat zo’n Cannes festival bijvoorbeeld ..hè niet alleen voorbehouden is aan de gevestigde orde. Weet ik veel, huur bussen in, reserveer zelfs een camping in Cannes. Maak een afspraak met de organisatie en geef ze drie dagen een pas waarmee ze films moeten kijken. Weet je, het mag wat ..Ik denk dat we aan de vooravond staan dat Nederland als land ‘an sich’ .., ik denk dat het wat internationaler moet gaan gebeuren. Want anders is het straks te klein en word je aan alle kanten overlopen. En ik denk dat je daarmee moet beginnen, dat er veel meer uitwisseling is en veel meer inspiratie van andere landen en talenten.

Jelle: Ja. Dus heel veel delen. Internationaal delen.

Diederick: Als je jong bent, ja. Ja. Gewoon veel zien en je mag daar best wat tegenover stellen, hè. Je mag best wel, als ze dan terugkomen, dat ze als ze dat willen en je kan het voor een deel subsidiëren, en misschien subsidiëren de ontvangende partijen wat, de Amerikanen of de Engelsen, of wat dan ook, dan mag je daar misschien tegenover stellen: we willen dat wel zien in een project, dan ga je wel aan een eindexamenscript werken en dat dat goed moet zijn ofzo. Ja, ik weet niet, er mag best wat dwang achter zitten. Het hoeft niet allemaal van hoi hoi gezellig. Want ja, dat is ook een beetje voorbij. Dus je mag er wat tegenover stellen, vind ik.

Jelle: Is er in jou nog een verhaal dat borrelt. Iets dat je wilt vertellen? Ik had het met Pieter Kuijpers in de eerste aflevering over Van God Los. Dat was eigenlijk zijn film of datgene wat hij zelf als mens wilde maken. Heb jij dat zelf ook? Ja, je hebt nu twee speelfilms op je naam staan. Is er iets wat je nog heel graag zou willen maken?

Diederick: Ja. Nou, ik heb verschillende projecten die lopen. Ik heb een aantal scripts in mijn hoofd en dat zijn nu nog gewoon een soort van … ja schetsen nog niet eens, maar het zijn wel hele mooie ideeën voor film, hè. En die zijn iets verder uitgewerkt dan alleen maar van: dit is het idee. Maar daar ben ik nu ook naar aan het kijken met verschillende partijen. Wat is realiseerbaar en wat is nog nodig om dat goed te krijgen en wie moeten we daar op zetten. Dus dat heb ik wel. Eén ervan speelt zich af in de arena waar ik zelf vandaan kom, dus de reclamewereld.

De reclamewereld in de jaren 90 om het zo maar even te zeggen. Dat is een tijd waarin toch nog veel kon en wij als copywriters en art directors en reclame-filmmakers nog werden gezien als een soort van ..ja, exoten, hè. Een soort acceptabele exoten. De klanten hadden nog niet veel idee hoe je dat nou deed , dus je had ook een hele grote vrijheid in dingen. Daar kwam ook een beetje een misplaatst gevoel van rock’n roll bij kijken. Maar daar zat ook al bij de omslag naar de zakelijkheid, hè. Waar het vroeger helemaal een losgeslagen bende was tot op zekere hoogte, is het in eind jaren 80, 90 omgeslagen naar verzakelijking. Nou dat zijn ‘an sich’ interessante gebieden om te kijken van ..hè, leuk om neer te zetten en dat gaat dan over een heel slecht creatief team die ook mee wil in de vaart der volkeren, dat is een beetje de gedachte. Dat is een heel leuk verhaal geworden en ja, een soort van actie comedy ofzo. In ieder geval, ik weet het niet maar een comedy wel op mijn manier hè, dus niet op een slapstick manier , maar wel redelijk subtiel.

Jelle: Dat heb je samen met een scenarioschrijver geschreven?

Diederick: Ik ben daarmee begonnen met mijn oude partner. Uiteindelijk is die andere dingen gaan doen en dit project heb ik toen verder getrokken en het is nog lang niet goed. Dus ik weet helemaal niet hoe dat..dat zal misschien nog jaren op zich laten wachten, dat weet ik niet. En er zijn nog een paar andere projecten waar ik het gevoel van heb dat er een prachtige film in zit. Dus ik ben daar gewoon mee bezig. Ik kan daar niet teveel over vertellen, ook omdat ik daar nog gesprekken over voer en ik moet eens kijken hoe dat zich ontwikkelt. Maar er zijn zeker drie of vier projecten waar ik mijn zinnen op gezet heb dat ik die nog een keer kan gaan maken. Dus..

Jelle: Die komen volgens mij, zoals ik het hoor, echt vanuit jou, zo van: dit wil ik nog maken, dit wil ik nog laten zien.

Diederick: Ja.

Jelle: Ok.

Diederick: Ja, absoluut, absoluut.

Jelle: Als jij nou advies zou mogen geven aan een regisseur die net van de filmacademie komt. Inderdaad, wat jij net zegt, die is opgeleid, van de academie af komt en afgestudeerd op 0 gaat beginnen. Of in ieder geval de praktijk in, zeg maar. Wat zou je voor advies geven aan zo’n regisseur?

Diederick: Nou, wat ik zelf zie en wat ik zelf ook heb ervaren, wat ontzettend belangrijk is, is dat je heel open bent naar ten eerste wat je wil. En ten tweede: wees heel kritisch op hetgeen je wil en wat je gaat maken. Want het gaat je toch een jaar kosten ongeveer, dus dan kan je maar beter iets maken waar je dan ook een jaar echt aan wil geven. Praat met heel veel mensen, zoek echt inspiratiebronnen bij mensen, vertel je idee, probeer het goed onder woorden te brengen, luister wat ze zeggen. Hè, dan merk je ook snel genoeg of een idee echt hout snijdt en dat het echt wezenlijk ergens over gaat. Of dat je alleen maar blij was dat je een idee had. Of, over het script: dat zie je vaak dat mensen ergens over na moeten denken , dan hebben ze op een gegeven moment al iets bedacht en daar zijn ze dan heel blij mee omdat het dan gelukt is om iets te bedenken.

Maar als je dan kijkt van: wat heb je dan bedacht, ja mmm hè, dan zou je het misschien zelf ook al afkeuren als je er na een maand nog een keer naar keek. Dus wees niet te snel blij met hetgeen je hebt bedacht en op het moment dat je iets bedacht hebt, praat erover met mensen. Daar krijg je ontzettend veel van terug over of het klopt wat je zelf hebt bedacht. En dat zou ik altijd aan iedereen adviseren:
Sla niet je arm om het vel papier wat je zelf in de klas vroeger deed, hè, je mag niet zien wat ik opschrijf. Nee, hang het aan de muur en laat de mensen ernaar kijken. Dat heeft mij veel geholpen en ik heb het ook gezien in de begeleiding van jonge creatieven die ook een beetje.., iedereen heeft dezelfde neiging,.

Ik heb iets bedacht en als ik dat laat zien aan anderen, dan zullen ze het wel jatten. Of ooh jéé. Het is heel vervelend om kritiek te horen maar dat is de stap die je moet nemen op het moment dat je ‘t bedacht hebt. Deel het met anderen om te kijken of het echt goed is. En vraag er ook eerlijk naar. Weet je wel, of ze het echt goed vinden. Dus dat is eigenlijk een heel belangrijk ding. Volg je intuïtie is een heel belangrijk ding, wat niet verward moet worden met koppigheid of met een soort van eigenwijsheid, die..van: zij weten het niet en ik wel. Producenten zijn niet alleen maar commerciële mensen. Bij producenten zijn ook echt mensen die van film houden en ook een mening hebben over film. Dus zie niet, dat alleen creatieven een idee hebben. Iedereen kan een goed idee hebben. En, nou, luister daarnaar en sta er voor open. Dat is eigenlijk wat ik die jonge filmmakers en mensen die net afgestudeerd zijn echt zou willen meegeven. Sta open voor alles om te zorgen dat de film beter wordt en het verhaal beter wordt.

Jelle: Mooi advies. En dan nog voor een acteur. Dus een acteur die net van de toneelschool komt en op 0 begint. Dus de praktijk induikt. Wat zou je die acteur adviseren?

Diederick: Nou kijk, acteurs leren emoties weer te geven en zodat het publiek voelt wat zij moeten voelen. Maar dan krijgen ze op hun scholen zoveel handvatten aangereikt hoe ze dat moeten doen, hoe verbeeld je verdriet of blijdschap of angst of wraakgedachten of hè. Hoe ga je voelen dat die regisseur dat ook zo bedoelt. Nou, daar krijgen ze zo vaak handvatten voor dat ze ook diezelfde handvatten altijd weer gebruiken in hun latere leven. Nou, wat ik goed vind en mooi vind aan acteurs is op het moment dat ze met nieuwe dingen komen waardoor ze dezelfde emotie kunnen neerzetten waardoor er iets origineels ontstaat in hun spel. Dat kan op heel klein gebied zijn maar dat kan ook op heel groot gebied zijn. Hè, dat kan dus bijvoorbeeld dat het een klein trillertje is in hun hand of zo, dat in de hele film wordt doorgezet. Of het kan zijn iemand die bijvoorbeeld speelt dat hij altijd met alles wat hij doet een beetje buikpijn heeft, hè.

Ik bedoel, dat zijn nieuwe dingen om onzekerheid neer te zetten. Of wat dan ook. Nou, ik zou.. en ik ben geen acteur en ze hebben allemaal opleidingen gehad en wat dan ook, dus ze moeten het veel zelf doen. Maar ik vraag zelf vaak aan acteurs om met iets te komen wat ik nog niet zo vaak of nooit gezien heb . Maar die toch dat neer kunnen zetten op een hele sterke manier zodat ik begrijp wat ermee bedoeld wordt. Oftewel, zoek originaliteit in je spel, zonder dat het daarmee te groot wordt of te ongeloofwaardig wordt. Maar zoek originaliteit in je spel. Iets wat, laat maar zeggen, ook geldt voor scriptschrijvers. Als je kijkt naar, ja ik heb twee scènes in De Marathon en in Bloed, Zweet en Tranen gebruikt. Dat was een gesprek bij de dokter. Nou, als je naar films kijkt over de hele wereld, zo’n scène is duizenden keren gedaan. Een man of vrouw zit bij de dokter. De dokter zegt je hebt nog een paar maanden te leven of het gaat heel slecht met je. Je zet er een paar mooie cello’s onder en ja hoor, dat is dan de scène. Want die scène moet erin, hij krijgt een slecht nieuwsgesprek.

Maar kan je van die scène, waarvan je weet dat je die zo moet maken, kan je daar nog iets aan toevoegen waardoor er een verdieping in komt. Waardoor er een originelere scène ontstaat dan man of vrouw bij dokter krijgt slecht nieuws te horen, weet je wel. Dus in de film De Marathon heb ik de dokter een taartje gegeven, een stukje appeltaart. En dat heb ik heel bewust gedaan, want die man doet dit soort gesprekken soms twee keer per week en is ook maar gewoon in zijn werk. En daar zit tegenover een man die die dokter ziet als soort van..ja, die man die mij beter moet maken. Dat is een enorm niveauverschil bijna, hè, tussen twee mensen. Een man uit Rotterdam-Zuid, garagehouder en zo’n almighty arts die echt vindt dat zijn beroep een gave is.

Nou, om die verhoudingen neer te zetten heb ik hem een taartje gegeven. Wat er dan ontstaat is iets heel interessants, want dan ontstaat er een scène die memorabel is en niet meer gewoon een slecht nieuwsgesprek tussen twee mensen. Nou, dat soort dingen. Dus zoek de originaliteit op in detail, zodat je films maakt, scripts schrijft, spel neerzet, dat anders is dan andere. Ja en dat vind ik zelf altijd een mooi streven.

Jelle: Mooi. En als je het dan hebt over.., want dit is voor jou heel erg de ambacht waar je het nu over hebt en als je het dan hebt over een acteur die eigenlijk in een soort tussenfase zit en de keuze heeft tussen een project dat heel veel geld verdient, je moet toch ook geld verdienen,. Of aan de andere kant met een crew er op uit en een prachtige film maken en daar uiteindelijk niks mee verdienen. Wat zou jij, die worsteling zeg maar, wat zou jij voor advies daarover willen geven?

Diederick: Nou ja, choose your battles wisely. Ik zou zeggen, nou, op het moment dat het ’t toelaat om dat fantastische project te doen met de groep mensen waarmee je dat altijd al wilde doen en waar je je helemaal vol in kan geven en misschien levert het wel geen geld op, maar waarvan je wel veel voldoening en misschien ook nog wel erkenning, waar je later veel plezier van hebt, dan zou ik zeggen nou dan moet je dat doen. Op het moment dat dat het niet toelaat, ja, dan is het aan jou. Als je zegt van: ja, ik moet nu echt even wat geld verdienen anders kan ik mijn huur niet betalen, ja dat is gewoon de realiteit. Dan kan je wel zeggen, ja ik ga toch wel weer dat ding opzoeken, dat is aan jezelf , weet je wel. Ik zou zelf zeggen, nou ja, choose your battles. Je weet zelf ongetwijfeld wanneer je iets wel of niet kan doen. Dus het is niet zozeer een kwestie van je moet dit of je moet dat doen. Dat laat ik helemaal aan de mensen zelf. Ze zijn oud en wijs genoeg om op een gegeven moment in te schatten, nou nu kan ik dit doen en nu moet ik dat doen. Dus..

Jelle: Ja. Maar worstel je zelf wel eens met dat, met een project dat geld verdient of een project dat misschien minder verdient maar kwalitatief voor je gevoel een betere keuze is?

Diederick: Nou kijk. ik zit in de gelukkige omstandigheid dat ik heel veel projecten kan doen. En dan is het ook nog zo dat ik een klein potje heb gespaard in de afgelopen 20 jaar dat ik reclame heb gedaan, dat ik op een gegeven moment in periodes als er wat minder emplooi is of dat het misschien niet zoveel oplevert en waarmee ik in mijn levensonderhoud zoals ik het nu voer kan voorzien, Dan kan ik dat op een gegeven moment bolwerken. Dus ik zit wat dat betreft in een andere situatie. Ik heb wel uiteindelijk mijn reclameleven verruild voor het maken van films. Nou, als je het puur financieel bekijkt, is dat ongeveer de stomste zet die ik ooit had kunnen doen. Hè. Dus.. Maar aan de andere kant geeft het mij zoveel..ja, voldoening en het voelt ook zo goed, dat ik dat doe en nog steeds, dat ..eh.. Kijk, geld is natuurlijk een onontkoombaar en belangrijk ding in een mensenleven, want ja, je moet toch dingen gaan betalen.

Je moet toch dingen gaan doen, want je wilt toch dat je kinderen goede kleren hebben en leuke kleren of ja, schone kleren in ieder geval, hè. En dat je een fiets hebt en een auto hebt, ja dat is toch wel.. Geld is natuurlijk een belangrijk ding. Maar laat het geld je niet wezenlijk leiden, om het zo maar te zeggen, weet je wel. Dat je alleen maar dat soort dingen.., want dan word je niet happy. Ik denk dat je echt de dingen moet doen waar je blij van wordt en soms moet je afwisselen met dingen waar je iets minder blij van wordt, maar ook leuk hè. Voor acteurs, commercials draaien is natuurlijk puur een financieel, fijn iets.

Ik zou zeggen: joh, lekker doen want als je die mogelijkheid hebt.. Het wordt goed betaald, het is ook best leuk om te doen. Ik heb 25 jaar commercials gemaakt met erg veel acteurs en ik heb ontzettend gelachen en een leuke tijd gehad. En ik weet zeker dat acteurs ook een leuke tijd hebben en daar komt bij dat ze er ook nog wat geld mee verdienen. Zodat ze de projecten kunnen doen die ze hartstikke leuk vinden om te doen. Dus ja, weet je wel, het is niet zo’n enorme Wet van Meden en Perzen. Het is.., dat kunnen mensen voor zichzelf wel bepalen. Op het moment dat jij de mogelijkheid hebt om een commercial te doen, doe het lekker. Kijk, als het niet te walgelijk is natuurlijk. Maar ..

Jelle: Ja. Dat is toch wel belangrijk.

Diederick: Ja, daar hoef je ook niet zo moeilijk over te doen, weet je wel. Dat zijn dingen die er gewoon zijn en we zitten inmiddels in een tijd dat ..Vroeger was het vloeken in de kerk als je als acteur in een commercial zat of als je als gerenommeerd regisseur een commercial deed. Nou, als je nu ziet wat de jongens doen, zoals Spike Jonze voor, weet ik veel wat, Nike en Heineken, en David Fincher voor Coca Cola en B & B. Die maken ook geweldige dingen voor die merken en daar krijgen ze ook een hele grote creatieve vrijheid. En ze krijgen een hoop geld. Nou ja. Prima joh, dan lachen we toch allemaal.

Jelle: Advertising. Ja.

Diederick: Ja. Kijk, weet je wel, het loopt allemaal in elkaar over. Alles is geld. De hele filmwereld is ook geld. Zonder geld geen film. Dus alles is een beetje geven en nemen. Dat is het leven.

Jelle: Zo is het. Heb jij bepaalde voorbeelden en inspiratiebronnen?

Diederick: Nou, in wezen.. ik heb heel veel voorbeelden in de zin dat ik gewoon heel veel voorbeelden krijg van mensen en dingen die mij inspireren. En dat kan .. ik heb bijna het gevoel dat dat in bijna alles zit. Niet één specifiek ding waarvan ik zeg nou ik kijk altijd naar schilderkunst of ik kijk altijd naar mensen die origami kunnen maken of ik kijk alleen maar naar speelfilms of alleen maar naar reclames of ik lees alleen maar boeken. Het is alles om je heen. Hè, ook stomme televisieprogramma’s en talkshows en ellende. Dat kan enorm inspirerend zijn.

Jelle: Ja. Ja..

Diederick: Sta ervoor open, weet je wel. Kijk ernaar, zoek dingen op, probeer dingen. Dat is, denk ik, het belangrijkste. Probeer dingen. Wees niet bang voor de verandering. Weet je wel, dat..eh

Jelle: Kun je daar een paar dingen uitpikken? Vijf voorbeelden, inspiratiebronnen tot nu toe? Van jouzelf, die je enorm hebben geïnspireerd?

Diederick: Nou ja, ik vind het zo best wel lastig om ..eh.. Muziek. Muziek is voor mij een heel belangrijke inspiratiebron omdat het een-dimensionaal is, het gaat alleen via het gehoor, waardoor toch alle emoties kunnen worden opgewekt. Je kan bijna janken om muziek. Maar op het moment dat je alleen naar beeld kijkt zonder muziek dan is dat veel moeilijker. Dus daarom is die combinatie zo mooi, dat je beeld én geluid hebt. Dat versterkt elkaar. Dus muziek is voor mij een belangrijke inspiratiebron. Om voor een gevoel.. ; als ik met een film bezig ben, dan ga ik zoveel muziek draaien. Die haal ik uit alle hoeken en gaten, totdat ik voel in een stuk muziek van: ja, dit is het gevoel van de film. En daarna ga ik daarop door. Dan ga ik het op een gegeven moment invullen, weet je wel. Dus ja. Eh.., Andere films zijn een enorme bron van inspiratie. Ik bedoel..ja, weet je..gewoon films. Ik kan er wel een noemen, maar ik kan er ook duizend noemen, weet je wel. Dus dat is niet..eh.

Ja.,verhalen vertellen. Het luisteren naar verhalen, dat vind ik ook zo’n mooi ding. Over verhalenvertellers. Ik hou ook echt van zo iemand als Roald Dahl. Niet zozeer zijn wrange verhalen, maar wel zijn verhalende verhalen. Al heel lang zou ik een verhaal van Roald Dahl willen vertellen, maar ik krijg steeds maar de rechten niet. Maar dat zou toch wel echt.., als je zegt nog één ding in je leven willen doen, dan is het dát verhaal. Maar hopelijk gaat dat nog een keer lukken.

Jelle: Is dat een specifiek verhaal van Roald Dahl?

Diederick: Ja, dat is een specifiek verhaal, maar ik kan niet zeggen wat het is. Want ik krijg te horen dat ze bezig zijn met ‘another party’ maar dat krijg ik eigenlijk al tien jaar te horen. Dus ik weet niet , er is iets mee, met dat verhaal. Ik weet niet precies hoe dat..

Jelle: Meer mensen die het misschien..

Diederick: ‘k denk het, maar ik weet niet..

Jelle: Ja. Spannend. Heb je een bepaalde favoriete filmscène waarvan je denkt, ja een scène..
Marcel Visbeen noemde een scène uit .. ik ben even de titel kwijt. Ik kom er even niet op. Maar hij noemde in ieder geval een scène waaraan hij steeds weer terugdenkt van: ja ik wil weer film maken. Hij vond dat zo goed, dat zat zo goed in elkaar. Heb jij een bepaalde favoriete filmscène waar je nu meteen aan denkt?

Diederick: Nee, maar daar zijn er ook zo ontzettend veel. Het kan één scène zijn of het kunnen meerdere scènes zijn uit een film, weet je wel. Wat ik een hele mooie film vond omdat daar gewoon een aantal legendarische scènes in zitten, voor mij dan, is – ook omdat de toon van de film mij zo aanspreekt en omdat ik denk van: ja dat zijn ook films die ik zou willen maken. Dat is bijvoorbeeld de film Sideways. Ik weet niet of je die kent. Nou, dat gaat over twee mannen, laten we maar zeggen één ervan gaat trouwen en de ander wil als een soort van bachelor-weekje hem meenemen. Want hij is zelf wijnliefhebber door de Napa Valley. Dus door de wijnstreken van Californië. En die ene man die gaat trouwen die ziet dat als een weekje, nou, dan ga ik lekker van bil. En die ander wil hem echt daadwerkelijk wat bijbrengen over wijnen. Nou, dat conflict , die situatie en de personages die daar zijn neergezet en de scènes die daaruit voortkomen, die zijn geweldig. Dus dat is een voorbeeld. Ik kijk elk jaar toch ook nog even terug naar films als The Godfather, 1, 2 of 3 Of ook zelfs naar Jaws kijk ik. Dat vind ik een geweldige film.

Ja joh, er zijn zo ontzettend veel goede films gemaakt. En Midnight Express heb ik laatst weer gezien. Dat vond ik ook zo’n prachtige film. Kijk, film is zo mooi omdat het gaat over het vertellen van een verhaal. En ik zie mezelf ook niet eens als regisseur. Ik ben het wel, maar het is meer dat je het verhaal wil vertellen en ik ben degene die alle stukjes bij elkaar brengt om zo goed mogelijk dt verhaal te vertellen. Nou, als je het over inspiratie hebt, dan moet je gewoon kijken naar hele goede films en dan zie je dat het verhaal zo mooi verteld wordt. En dat vind ik..ja, dat vind ik super.

Jelle: Bij welke film heb je het hardst gelachen?

Diederick: Ik heb, denk ik, vroeger het hardst gelachen om National Lampoon’s Animal House. Ja, dat was een film met John Belushi en Dan Aykroyd. Dat gaat over een studentengemeenschap die totaal ontspoort. Maar dat is een fantastische film. Dat vond ik echt zo’n grappige film. En ik heb hem laatst weer gezien. Toen moest ik er weer heel hard om lachen, dus ja.
Maar er zijn heel veel films die ik heel grappig vind.

Jelle: En het hardst gehuild.

Diederick: Eh.. poeh, het hardst gehuild.. Nou, ik was zeer, zeer ontdaan over een film, Sophie’s Choice bijvoorbeeld. Dat is zo’n moeilijk dilemma, dat was zo’n schrijnend dilemma en zo meesterlijk uitgespeeld en vertolkt. Ik geloof wel dat dat de film was die emotioneel mij een enorme dreun gaf, ja. Met Schindler’s List had ik dat ook trouwens. Daar was ik ook stil van. Ja, ik geloof dat ik nog gehuild heb daar in de bioscoop. Dat gebeurt mij niet zoveel, maar toen wel.

Jelle: Die heb je echt nog in de bioscoop gezien.

Diederick: Ja. Ja, ja.

Jelle: Nou ok. We zijn eigenlijk aan het einde gekomen van dit interview. Er zijn nog een paar dingen die ik je nog wil vragen. Wat zijn de belangrijkste lessen die je tot nu toe hebt geleerd over filmmaken?

Diederick: Poeh, dat is een lastige. Even kijken hoor. De belangrijkste lessen in filmmaken.

Jelle: Ja. Wat Marcel Visbeen noemde dat was wel grappig. Die zei, communiceren. Dus mensen die in de productie of pas later erachter kwamen wat ze nou eigenlijk wilden gaan maken. Maar wat zijn voor jou nou echt die belangrijkste lessen in het maken van films tot nu toe?

Diederick: Nou, ok, dat is op zich helemaal niet zo moeilijk. Het belangrijkste is dan toch; zorg dat je script goed is. En dat zeg ik omdat er , ik denk dat dat overal gebeurt maar hier in Nederland ook, dat is namelijk dat op het moment dat ze een idee hebben en het script is nog in wording, dus daar wordt nog aan geschreven, dan wordt er ondertussen al wel opgestart, de productie. Maar het script is nog niet goed. Dus dat is een ding. Wat gebeurt er dan? Het script is dus nog niet goed, maar we moeten dan en dan draaien, want dan kan die actrice en dan kan die acteur, dus dan moeten we draaien. Ja maar het script is nog niet goed. Ja, maar dat maakt niet uit. Daar zijn we nu mee bezig, hè. Dan wordt er aan het script gewerkt, maar dat script is nog steeds niet goed. En ja, de draaidag komt steeds dichterbij, steeds dichterbij.

Nou, op een gegeven moment ga je draaien en dan is het script niet goed. Nou, dat is dus een les waarvan ik denk van: dat moet niet meer gebeuren. Dat moet je nooit laten gebeuren. Je moet zorgen dat het script goed is voordat je gaat draaien. En daarna moet je zorgen dat iedereen weet waar je naartoe wil met die film.

Dus, wat voor gevoel , wat vraag je van de acteurs, wat wordt straks de muziek, wat voor .., en dan hoeft het niet zo zeer dat je alle muziek al hoeft te hebben, maar wel al het gevoel daarvan. Hè. Dus ik denk dat een van de belangrijkste dingen is, en dat is eigenlijk op alle gebied, bereid het onwijs goed voor. En zorg dat er geen vragen zijn, hè grote vragen zijn voordat je gaat draaien. Want dan ben je gewoon de bok. En dan is het heel moeilijk om dat te herstellen later. Dus ja, ik denk dat een grote les is, dat is een grote les voor mij geweest. Ook in mijn reclametijd maar ook hier.

Maar ik heb van mijn reclametijd geleerd, daar gebeurt niets zonder dat het idee goed is. Zonder dat het echt door alle mensen is goedgekeurd. Van: ja dit gaan we doen. En dan weet ook iedereen wat hij moet doen. Nou, in film is het wat organischer. Daar begin je met een script. Daar begint men tegelijkertijd met de producent, of in ieder geval met een script. Het script is nog niet klaar maar we beginnen wel met produceren.. Nou, dat is moeilijk. Dus dan is de kans niet zo groot dat het script ook daadwerkelijk heel goed is, dus daarvan zou ik zeggen: waak daar voor. En zorg ervoor dat je met man en macht aan het script werkt voordat je gaat produceren.

Jelle: Nice. Nou, dan de laatste vraag. Wat zijn tot nu toe de belangrijkste levenslessen geweest voor jou?

Diederick: Dat het leven eruit bestaat dat je het zelf vorm moet geven. Dat je het ook voor een heel groot deel zelf kan bepalen. Maar doe het op een manier dat je ook rekening houdt met anderen. Want daar krijg je weer heel veel voor terug. Dus ja, handel intuïtief zoals je gevoel dat doet, maar wees niet zo’n asshole dat je daarmee altijd anderen hoeft te schofferen of ..ja, hoe moet ik het zeggen. Hè. Weet wat je moet doen maar besef ook dat je het niet alleen kan.

Jelle: Mooi. Dat was ‘m, Diederick.

Diederick: Ok man.